DRIELEDIG:
WE LIEPEN LANGS DE SNOEPJES,
en koekjes in de supermarkt, toen ik ineens riep:
"Weet je waar ik zin in heb?
In zoenen!!"
Dat riep ik een beetje te hard, een oude man keek om.
"Pardon?" riep collega.
Ik wees naar de bovenste schap, waar ik weer niet helemaal bij kon komen. (natuurlijk.)
Collega haalde ze voor mij van de schap.
"Vroeger - toen alles nog makkelijk was - heetten ze negerzoenen, maar dat mag je niet meer zeggen. Blanke vla mag dan weer wel. Om maar niet te spreken over de zwarte pieten die nu in het land zijn. Flauwekul!"
Collega vond inderdaad dat het niet helemaal klonk 'zoenen.'
Onderweg naar huis, in de trein. Een telefoongesprek:
....
"Maar vind je dan dat we te snel verliefd zijn geworden?"
...
"Ohw..."
"Ja..."
...
"Oke..."
En de hele tijd dacht ik: wat sneu voor haar. Maar ook: waarom vindt dat gesprek nu plaats? In een trein? Waar iedereen het kan horen, kan volgen?
Collega:
"Karin, ik heb op je gestemd hoor! Wat een verhalen zeg! Dat is toch niet autobiografisch hè, van die vriendin van je vader?"
"Mijn verhaal gaat daar niet over hoor."
"Jouw naam stond toch in die linklijst?"
"Dat is een neplog! Dat ben ik niet!"
"Ohw... volgens mij heb ik dan op de verkeerde gestemd!"
Geen opmerkingen:
Een reactie posten