vrijdag 2 november 2007

'WAAROM STAAT ER EEN HERTJE DAAR ONDERIN?'

1995.

Joyce kwam met een vrij timide wandel via de achterdeur naar binnen. Ze legde een groot vel papier op tafel, vroeg om sap en een koekje en wilde daarna weer naar buiten.
Mijn blik viel op de tafel. Dat grote vel papier. Het lag niet helemaal gevouwen, maar half open, in een soort van boog. Ik zag lijnen. Gekleurde lijnen. Als in een tekening. Maar gros bleef wit.

Joyce nam een vriendinnetje mee naar binnen. Ze keken televisie terwijl ik de houten vloer dweilde. Met een zwier wreef ik de mop langs de tafel, onder de tafel.
Mijn oog bleef met een magnetiserende blik teruggaan naar de tekening. Er waren pijlen gemaakt, zag ik. Pijlen en namen. Ik zag, toen ik per ongeluk tegen de tafel stootte en het vel papier verder openschoof, ook mijn naam staan.

Vriendinnetje ging, toen het donker werd, naar huis. Mama zou zo thuiskomen, en papa werkte laat. Broertje Robin werd door de moeder van een vriendje thuisgebracht. De auto toeterde licht toen ik voor het raam stond en zwaaide. Robin kwam met een oorverdovend lawaai aan enthousiasme binnen en liet me een speelgoedauto zien.

'Dat mag ik hebben van Thijmen!' sprong hij bijna een gat in de lucht van blijdschap. Ik glimlachte en begon de aardappels te schillen. Ik zou het eten voorbereiden tot hun mama thuiskwam.

Joyce was aan tafel gaan zitten en bekeek de tekening. Het lag nu helemaal open.

'Wat heb je getekend?' vroeg ik.

Joyce keek op en haalde haar schouders op.

'Dat moest van Elly.'

'Wie is Elly?'

'De mevrouw waar ik elke week heen moet om te praten.'

Ik begreep het.

'En om te tekenen.' vulde ik aan.

Ze knikte.

Ik zag een aantal dieren op het vel papier. Op een kinderlijke manier getekend; met grove lijnen. Ik zag een beer, een kat, en een hert. De beer was papa, de kat was mama. Bij het hert stond mijn naam.

'Ben ik een hert?' vroeg ik verbaasd.

Joyce knikte.

Geen opmerkingen: