Mijn vader fietste in één van de zwaarste winters door de wit besneeuwde straten om bij alle huizen de meterstand op te nemen. Om zo zijn centen te verdienen. Terwijl hij al die jaren ervoor een ervaren en goede keuken-, en tegel verkoper was. Als hij na een dag hard werken thuis kwam zaten de ijspegels aan zijn snorharen. Hij ging door het stof, en in dit geval het ijs, om inkomen te verwerven voor zichzelf en zijn gezin.
Ik droeg tweedehands kleding. Ik werd gepest om mijn slobbertruien. Wij hadden een zwart/wit televisie en vriendinnetjes wilden naar huis als ik televisie met hen wilde kijken. De lolo bal, hoelahoep en dolly dots platen gingen aan mij voorbij. Ik had zelfs geen zakgeld. We moesten blij zijn als we een sinaasappel konden eten, als extra fruit.
Afhankelijk zijn, financieel, is niet iets waar ik makkelijk over doe. Ik heb jaren geleden, met tal van baantjes mét bijbaantjes erbij,er altijd voor gezorgd dat ik mijn rekeningen betalen kon. Als ik iets overhield aan het einde van de maand, om gezellig naar de bioscoop te gaan of een hapje te gaan eten, dan was ik als een kind zo blij.
Ik heb ooit, een jaartje, een huursubsidie gekregen en zelfs ooit een half jaar in de ww gezeten. Met tranen in de ogen bij de balie staan van het gemeentehuis, met je briefjes en je hand opgeheven past niet bij mijn trotsheid. Nu nog heb ik het zeker niet breed. Als ik leuke, hippe schoenen wil kopen betekent het dat ik ergens anders op zal moeten bezuinigen.
Ik ken het losse leventje niet. Ik heb er moeite mee. Ik ben als de dood voor een minnetje en wil graag in de plus blijven. Maar de laatste tijd, met een veranderende privé situatie, worden dingen als budgetten op een andere manier onder de loep genomen. En als iemand dan zegt: 'Maar ik betaal wel' krijg ik spontane zin om met de ellebogen te porren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten