zaterdag 25 november 2006

TRANSPARANT:

In de stille nacht leken de gordijnen te bewegen in een lichte ruis. Heen en weer. Maakte dat ze uit een droomloze slaap half haar ogen, licht in het bewuste onbewuste, opende. En in een fractie van een aantal seconden, misschien meer, leek het alsof zij niet alleen was. Ze droomde toch? Of was ze wakker? Ze was niet alleen. Ze voelde het. En in de duisternis, in het half bewuste onbewuste, zag zij een gedaante naast haar liggen. Een gezicht. Maar dat kon niet. Het gezicht was transparant. Dwars door het gezicht, een vrouwengezicht, mooi, kon zij de schaduwen, contouren en alles van de afstanden zien van haar slaapkamer. Het gezicht leek te slapen. Ze probeerde het gezicht beter te kunnen zien, maar in haar half ontwakende staat, dacht zij dat ze droomde. Ze droomde toch? Dit was niet echt. Maar ze was wel wakker. Ze zag alles. Alsof zij, als ze gedurfd had, met haar hand, vingers, niet aanraken kon, geen zachte wangen voelen kon omdat zij er dwars doorheen zou gaan. En toen, ineens, was ze weg. Verdwenen. In de droomloze slaap van nachten zoals zovelen.

Ze zou willen dat ze het tekenen kon.

Geen opmerkingen: