donderdag 23 november 2006

WEDERZIEN DEEL 2:

Hij was gaan zitten, zijn jas uitgedaan en had een hand door zijn haar gehaald. Ondertussen had hij constant haar blik op hem gericht gevoeld. Het maakte hem nerveus. Ongemakkelijk. Raar.
De ober had gevraagd of hij ook iets te drinken wilde. Hij knikte en bestelde een biertje. Dat had hij ook wel nodig. Hij glimlachte zonder echt te glimlachen en keek zijn gezelschap aan.
"Daar zitten we dan..."
"Ja..."
Nadat zij een slokje van haar gloeiend hete koffie gedronken had en hij een enorme slok van zijn biertje, probeerde hij in zijn gedachten de juiste woorden te vinden om deze ontmoeting te omschrijven. Zoals een projectleider zou doen om zijn doel uit te bouwen. Hij begon te praten, haperend, stotterend, en zij luisterde zwijgend. Soms had hij daar irritaties over gevoeld; dat zwijgzame van haar. Later, toen het al te laat was, had hij er bewondering voor gehad. Maar hij had het niet meer durven vertellen.
"Ik ben toch wel blij ergens dat we afgesproken hebben. Dan kan ik het nu afsluiten." sprak zij op het laatst. "Ik dacht dat je boos op me was." Hij keek verbaasd op. Schudde zijn hoofd. "Nee, niet boos."
Hij had gezucht. Ook voor hem was het een twijfeling geweest. Zou hij er wel goed aan doen? Waren er niet teveel herinneringen die aan de oppervlakte verveelden?
"Het is goed zo. Ja he?" had ze gevraagd.
Ze hadden de rekening betaald, hun jassen weer aangedaan, waren samen naar de deur gelopen, hij had haar voorgelaten. In het donker, in het schemerlicht van buitenlampen waar de miezerregen doorheen danste, hadden zij elkaar aangekeken. Haar haklaarzen klikklakkend op de straten.
Zij was het centrum in gelopen. Hij had haar nagekeken. Het was echt goed zo.

Geen opmerkingen: