zondag 7 oktober 2007

IK LIEP OP M'N PUMA'S,

nieuwe zwarte joggingbroek en sweater langs wijde velden en bosgebied. In een rap tempo, ondersteund door iPod liedjes van Faith Evans, Beyonce en Sugababes. Dat waren de up-tempo loopnummers. Nummers die ik niet snel thuis luisteren zou.

Ik liep langs dwarrelende blaadjes, in alle mogelijke kleuren herfst. Met mijn armen langs mijn lijf heen en weer, heen en weer, in hetzelfde tempo als mijn benen me droegen.

Er zwaaiden mensen, er riepen mensen, ik lachte beleefd en zwaaide terug. Verstond niets van wat ze zeiden en snapte niet waarom ze elkaar lachend aankeken en nawezen.
Ik haalde een hand over mijn hoofd, streek over mijn wangen maar ik vond geen klodder vogelpoep.

Ik fronste mijn wenkbrauwen en liep door. Over gras, takken en hief mijn gezicht op naar de zonneschijn. Het was zo'n mooie dag.

Mijn iPod stopte ermee onderweg terug naar huis. Met een zucht en spierpijn in mijn bovenbenen en een licht gedraaide sok in m'n schoen, bukte ik om mijn sok weer goed te doen. Er schoten beelden door mijn hoofd. 'Ik wil meedoen met de vierdaagse van Nijmegen maar dat zeg ik elk jaar.'
Mijn knie deed zeer, die zwakke littekenknie; het was een signaal.

"Soooow, lekker kontje! Hahahaahaaa!" riep een opgeschoten, stoppelbaardjes man met achterop een even oude stoppelbaardjes man die net zo hard lachte.
"Sweeeeeet bastard, baby!"

En ze fietsten voorbij.

Ik was een beetje perplex.

Ik stak de sleutel in het slot en opende de deur, vermoeid en hevig verlangend naar water. In het voorbij gaan, langs de spiegel in de gang, zag ik witte letters op mijn bips. De dag ervoor had ik een nieuwe joggingbroek gekocht. Ik had me gehaast en een maatje S (aaaaah!), zwart, joggingspul, van een rek gehaald en ermee naar de kassa gewandeld.

De woorden
Sweet Bastard.
stonden op mijn bips geprint.
Met tierelantijnen
omrand.
Als in
een ordinaire tattoo.

Nee, zeg maar niets.

Geen opmerkingen: