dinsdag 2 oktober 2007

HET IS KAAL EN HET,

leeft.

Het was een behoorlijk heftige tijd, jaren geleden, toen ik m'n titelatuur op een glazen plaat leggen moest om daarna de bovenste plaat erop gedrukt te voelen zodat de tranen (van pure pijn maar bovenal vernedering) uit mijn traanbuizen liepen.

Ik belde m'n moeder, met trillende onderlip, op, en zei:

"Als ik chemo moet dan word ik kaal en dan zet ik geen pruik op!"

Gelukkig was het tot drie keer toe vals alarm. Fibroadenoompjes. Nou ja, we lieten de pjes er maar af.

Ik spot kale mensen op een kilometer afstand. Ze staan in een massa. Groot. Puur.

En dat is wat me intrigeert, ook al zegt gros van hen dat het noodzaak was, ooit.
De date van jaren geleden, op een zondags terrasje, was een kale bol waar ooit rossige haren groeiden. Met z'n dertigste was het gedaan. Ja, dat gebeurde wel vaker met mannen.

Ik heb vaak de ongecontroleerde behoefte gehad een gladde bol te kussen met knalrode lippenstift. Om er dan een foto van te maken.

Je moet er de harses wel voor hebben, vind ik dan, mooi rond is niet lelijk. Mooie oortjes ook niet. Het heeft een aantrekking, ik kan het niet verklaren.

Ik bewonder de mens die zo naar buiten durft. Het verbergt niets meer, het moet, en het staat. Groot. Puur.

Soms loopt er een lange vrouw op het station en gaat altijd richting Den Bosch. Ik heb ooit getwijfeld; is ze ziek? Maar er was geen sprake van haaruitval. Ik sprak haar een poos geleden en uitte mijn onbedwingbare bewondering.

U bent mooi, mevrouw.

Geen opmerkingen: