zaterdag 6 oktober 2007

SOMS PROEF JE DE HATELIJKHEID,

de denigrerende blik, de afkeuring die als een milde stroop van een lepel vloeit.
Het is plakkerig en het duurt lang voordat het een bord raakt.

De woorden die gebruikt worden klinken lieflijk maar steken als dolken. Vaak achterin een rug. Je had het simpelweg niet aan zien komen.

Het aftasten van een nieuweling is als een stierengevecht in een Arena. Werkt de rode lap wel? Tast iemand toe? Hapt er iemand? Of loopt iemand weg? Zonder woorden.

Het maakt me stil van binnen, terwijl ik schreeuwen wil. Het blijft hangen in mijn keel. Het vormt een prop. Het is schreeuwen zonder geluid.

Er wordt telkens gezegd dat afgunst ligt bij de ander. Hoe kan het dan zo zijn, dat het me raakt in al het verwarde gevoel dat het met zich meebrengt?
De spiegel kijkt terug en reflecteert een broos gezicht met vragende ogen. Er wellen warme tranen in. Woorden zijn zo makkelijk gezegd, en zo moeilijk te vergeten.
Als een poppenhuis met de luikjes open waarin poppen zitten die niet bewegen.

'Hou op' zeggen kost een berg met stenen. Een glas zo licht als kristal dat elk moment kan breken.

Brak het maar eens.

Geen opmerkingen: