dinsdag 5 december 2006

DE VIERDE KEER:

Als ze heel eerlijk was, had ze het niet meer verwacht. Soms liep een mens zo nu en dan een kneuzinkje op. Een flinke blauwe plek. Een flinke blauwe plek dat door een simpele kus erop niet minder pijn ging doen. En sommige kneuzingen met enorme pleisters erop waren zulke zware kneuzinkjes dat 'het gaat wel over' rationeel wel wilde maar gevoelsmatig erg wantrouwend zijn hoofd schudde.
Soms begon ze iets en voelde het goed en geloofde ze het. Ze geloofde wat gedaan werd. Een streling, een omhelzing, een diepe kus. En ze geloofde wat verteld werd. Want dat vertelde iemand toch niet zomaar? Maar woorden waren soms als de wind. En waren beslissingen ineens zodanig gemaakt dat woorden niet helemaal geloofwaardig waren geweest. Daar kreeg ze kneuzinkjes van.
Er was een piepkleine blauwe plek op borsthoogte. Het was blauw en toen gelig. Op een dag liep er iemand langs en streek over haar hart. De kneuzing, de blauwe plek deed minder zeer. Met woorden, niet eens zoveel woorden, nuchter, helder en gemeend, heelde de kneuzing steeds beetje bij beetje. Kon zij weer lachen. Dat voelde goed.

Geen opmerkingen: