zondag 3 december 2006

EN DE VIERDE KEER?

De eerste keer had ze achter hem gestaan in het tussenstuk van de trein vanuit Utrecht. Hij had door de reflectie van de ramen naar haar gekeken. Zij had het eerst niet in de gaten gehad maar iemand naar haar voelen kijken. Op het moment dat zij opkeek en zijn blik vasthield in de reflectie, sloeg hij z'n ogen neer.
De tweede keer wist ze niet dat hij achter haar stond te wachten in de rij bij de stationsrestauratie. Zij was op weg naar haar werk en bestelde een koffie. Toen ze zich omdraaide met haar beker hete koffie botste ze bijna tegen hem aan. Bruine ogen hielden andere bruine ogen vast. Een kort moment. Met bonkend hart en trillende knietjes was ze het perron op gelopen.
De derde keer had zij de kortste route genomen en was op haar gemak gaan fietsen via het centrum richting station. Hij kwam net de hoek om gelopen in een lichtgrijs joggingpak, ongeschoren en een dikke das om zijn nek. Het leek op een oververmoeid trimgebeuren. Ze had nog steeds een blij-gevoel-van-fijne-dag-tegemoet-te gaan-glimlach rond haar mondhoeken toen hun blikken elkaar bleven vasthouden.
Zo lang, en zo intens, dat zij bijna een voetganger aanreed en hij een rek met kleurrijke mokken omver liep.

Geen opmerkingen: