DE MEVROUW IN DE OLIEBOLLENKRAAM,
leek net een tokkie. Ik had net twaalf oliebollen voor zes euro besteld en een Berlinerbol van een euro dertig. Nu zijn mijn rekencapaciteiten niet om naar huis te schrijven, maar toch bedacht ik me dat het in totaal zeven euro dertig was.
'Moet er poedersuiker op de Berliner?'
Ik zei: 'ja, graag.'
Toen ze de zakjes dichtgefrommeld had en ze in een plastic tasje deed, meldde ze dat het acht euro veertig was. Ik fronste m'n wenkbrauwen.
'Maar, de oliebollen zijn toch zes euro?' piepte ik.
Mevrouw tokkie hees haar in felrood gehulde gebreide trui met inhoud over de rand. Haar grauwe gezicht vertrok terwijl ik slikte.
'Je hebt toch ook poedersuiker gevraagd?'
Ik dacht na.
'Voor een euro tien?' schoot ik uit m'n slof. Ik voelde m'n rode wangen die toch al rood waren van de twaalf minuten zonnebank even ervoor, omdat zestien minuten niet verstandig was, volgens de eigenaar die op Gordon leek, want er zaten nieuwe lampen in.
Volgens mij was dat een soort van druppel. Ik zag mevrouw tokkie's gouden voortand en dubbele tong en haar blinkende armbanden om haar vrij forse pols.
'Laat maar.' riep ik.
Morgen he, morgen maak ik zelf wel oliebollen. Met de oudste kinderen van m'n groep. Die zijn tien maal lekkerder dan bij jouw stomme kraam. En ik kan wel rekenen!
Nee, dat riep ik niet. Ik dacht het.
zondag 30 december 2007
zaterdag 29 december 2007
WAAROM TREITERT JE LICHAAM,
net als je, ver na middernacht, wilt slapen?
Vannacht was het bal. Mijn maagzuur ging vanuit m'n tenen richting slokdarm m'n keel in. Twee kussens in m'n rug en met net m'n ogen dicht besloten de buren ergens in het appartementencomplex ruzie te gaan maken. Snap je dat nou? Dat sommige mensen op een vreselijke manier kunnen ruzie maken? Ik bedoel, ik snap best dat je het soms niet met elkaar eens bent, en graag je verhaal kwijt wilt, maar als het al begint met verwijten en harde uithalen, dan is een functionele ruzie volgens mij niet haalbaar meer.
De wekker sloeg 3:03. Ergens sloeg iemand een deur dicht.
Heb je dat ook zo vaak, dat als je wakker wordt 's nachts, de wekker op 3:03, of op 3:33 staat?
Maar goed, m'n maagzuur. Het stopte ergens tussen vijf uur, en de zaterdag die al middag was. Nu is het zeker niet verstandig om koffie te zetten?
net als je, ver na middernacht, wilt slapen?
Vannacht was het bal. Mijn maagzuur ging vanuit m'n tenen richting slokdarm m'n keel in. Twee kussens in m'n rug en met net m'n ogen dicht besloten de buren ergens in het appartementencomplex ruzie te gaan maken. Snap je dat nou? Dat sommige mensen op een vreselijke manier kunnen ruzie maken? Ik bedoel, ik snap best dat je het soms niet met elkaar eens bent, en graag je verhaal kwijt wilt, maar als het al begint met verwijten en harde uithalen, dan is een functionele ruzie volgens mij niet haalbaar meer.
De wekker sloeg 3:03. Ergens sloeg iemand een deur dicht.
Heb je dat ook zo vaak, dat als je wakker wordt 's nachts, de wekker op 3:03, of op 3:33 staat?
Maar goed, m'n maagzuur. Het stopte ergens tussen vijf uur, en de zaterdag die al middag was. Nu is het zeker niet verstandig om koffie te zetten?
donderdag 27 december 2007
IN HET KADER VAN,
artiesten die men in een hokje plaatst,
maar onverwacht toch iets andersmoois neerzetten:
KLIK!
artiesten die men in een hokje plaatst,
maar onverwacht toch iets andersmoois neerzetten:
KLIK!
IN 2OO7,
was het lekkerste dat ik at:
stukjes ossehaas met in knoflook gemarineerde uien en tomaten,
met speciale kruiden gebakken in olijfolie en afgeblust met salsa enchilada,
en afgemaakt met een toef zure room. Met warme tortillas geserveerd.
bewoog ik:
met de benenwagen langere afstanden, het liefst op zondag met m'n iPod op. Stond ik na lange tijd, ook al was het voor even, weer op m'n spitzen. En ging ik vaak dansen met de kinderen van m'n groep.
knuffelde ik:
het liefst met de kinderen van m'n groep. Maar kon ik de nodige knuffels en arm om me heen van hele goede vrienden, op die momenten ook erg waarderen.
kreeg ik (meer) waardering voor: kleine kiertjes van deurtjes in kamertjes. Mijn goede vrienden. Mijn broer. (On)bekende mensen. De tijd die geen tijd is.
gaf ik:
meer mijn eigen grenzen aan. Gaf ik meer openheid van zaken. Hoe moeilijk soms ook.
luisterde ik:
naar de opmerkingen, vragen, stellingen en gedachtengang van anderen. Maar ook naar wat met de email kwam!
leerde ik:
van de spiegels van andere mensen. En van de ontcijfering van blinde vlekken.
ontplooide ik:
meer in creatieve zin. Meer schilderen, meer fotograferen en meer schrijven.
geloofde ik:
toch nog in alles is liefde.
naar aanleiding van de bekende piramide van maslow.
was het lekkerste dat ik at:
stukjes ossehaas met in knoflook gemarineerde uien en tomaten,
met speciale kruiden gebakken in olijfolie en afgeblust met salsa enchilada,
en afgemaakt met een toef zure room. Met warme tortillas geserveerd.
bewoog ik:
met de benenwagen langere afstanden, het liefst op zondag met m'n iPod op. Stond ik na lange tijd, ook al was het voor even, weer op m'n spitzen. En ging ik vaak dansen met de kinderen van m'n groep.
knuffelde ik:
het liefst met de kinderen van m'n groep. Maar kon ik de nodige knuffels en arm om me heen van hele goede vrienden, op die momenten ook erg waarderen.
kreeg ik (meer) waardering voor: kleine kiertjes van deurtjes in kamertjes. Mijn goede vrienden. Mijn broer. (On)bekende mensen. De tijd die geen tijd is.
gaf ik:
meer mijn eigen grenzen aan. Gaf ik meer openheid van zaken. Hoe moeilijk soms ook.
luisterde ik:
naar de opmerkingen, vragen, stellingen en gedachtengang van anderen. Maar ook naar wat met de email kwam!
leerde ik:
van de spiegels van andere mensen. En van de ontcijfering van blinde vlekken.
ontplooide ik:
meer in creatieve zin. Meer schilderen, meer fotograferen en meer schrijven.
geloofde ik:
toch nog in alles is liefde.
naar aanleiding van de bekende piramide van maslow.
dinsdag 25 december 2007
ER BESTAAT EEN CONTRADICTIE,
als het gaat om stilte
Zelfs de stilte lijkt te spreken
in duidelijke en heldere taal
En als de stilte spreken gaat
Zegt het: Sssssttt ...
in de herhaling.
Ook bij moois.
als het gaat om stilte
Zelfs de stilte lijkt te spreken
in duidelijke en heldere taal
En als de stilte spreken gaat
Zegt het: Sssssttt ...
in de herhaling.
Ook bij moois.
NADAT HET HUISJE,
bekeken was, zochten we een plekje bij de verwarming bij de Lux. Bespraken we een schilderij die ik voor haar ging maken.
En hoe dan precies.
Bleef ik verwonderd, ondertussen, over de bewoners in een Nijmeegse straat die me hielpen aan een kaartje voor de parkeermeter. Ik dacht aan kerst en de kerstgedachte. Elkaar helpen waar nodig. Lief zijn voor elkaar. Niets moeten uit verplichtingen, maar omdat je hart vertelde dat het goed was.
Dat mijn din verbaasd en verwonderd was dat ze nu al een cadeautje kreeg. Omdat haar huisje nog niet af was. Dat ik het fijn vond iets te geven. Omdat ik er een goed gevoel van kreeg om iemand blij te zien zijn.
'Ik blijf voor het eerst thuis.' vertelde ik, terwijl ik het papiertje opzij schoof en een slok nam van m'n cappucino. 'Doen wat ik wil, omdat ik niet verplicht ergens anders heen wil, kost moeite, omdat het egoistisch voelt, maar wel gaan omdat het moet, omdat het ergens van me verwacht wordt, voelt ook niet goed.'
'Ik ben het een beetje beu, af en toe. Men verontschuldigt zich omdat zij van mij wel een kaartje kregen en zij niet of niet op tijd een kaartje teruggestuurd hebben. Alsof dat de bedoeling ervan is. Wat is dan het kerstgevoel? Is er wel iets van over?'
In de trein terug naar huis besloot ik niet te gaan koken, maar om een snelle vette hap mee te nemen. Liep ik naar de friettent en zag dat het donkerder dan anders was. Wel liep er een vrouw heen en weer. Ik aarzelde. Maar ze gebaarde dat ik mocht binnenkomen.
'Je bent net op tijd. Ik wilde al sluiten.' vertelde ze. 'Zag je het briefje niet op de deur?' Ik had het niet gezien.
'Kan het nog dan?' vroeg ik.
Ze knikte en zei:
'Vooruit.'
Ik wens iedereen fijne feestdagen toe, maar eigenlijk zou men gewoon eens ergens in januari, als iedereen weer aan het werk is en de dagelijkse beslommeringen weer gewoon gewoon zijn, iemand een kaartje kunnen sturen. Omdat het goed voelt, of om iemand een hart onder de riem te steken, of om alsnog prettige feestdagen te wensen. Omdat men elkaar iedere dag prettige feestdagen zou kunnen wensen. Een soort van gecontinueerde feestgedachte. Met een feestneus op. Ach ja ...
bekeken was, zochten we een plekje bij de verwarming bij de Lux. Bespraken we een schilderij die ik voor haar ging maken.
En hoe dan precies.
Bleef ik verwonderd, ondertussen, over de bewoners in een Nijmeegse straat die me hielpen aan een kaartje voor de parkeermeter. Ik dacht aan kerst en de kerstgedachte. Elkaar helpen waar nodig. Lief zijn voor elkaar. Niets moeten uit verplichtingen, maar omdat je hart vertelde dat het goed was.
Dat mijn din verbaasd en verwonderd was dat ze nu al een cadeautje kreeg. Omdat haar huisje nog niet af was. Dat ik het fijn vond iets te geven. Omdat ik er een goed gevoel van kreeg om iemand blij te zien zijn.
'Ik blijf voor het eerst thuis.' vertelde ik, terwijl ik het papiertje opzij schoof en een slok nam van m'n cappucino. 'Doen wat ik wil, omdat ik niet verplicht ergens anders heen wil, kost moeite, omdat het egoistisch voelt, maar wel gaan omdat het moet, omdat het ergens van me verwacht wordt, voelt ook niet goed.'
'Ik ben het een beetje beu, af en toe. Men verontschuldigt zich omdat zij van mij wel een kaartje kregen en zij niet of niet op tijd een kaartje teruggestuurd hebben. Alsof dat de bedoeling ervan is. Wat is dan het kerstgevoel? Is er wel iets van over?'
In de trein terug naar huis besloot ik niet te gaan koken, maar om een snelle vette hap mee te nemen. Liep ik naar de friettent en zag dat het donkerder dan anders was. Wel liep er een vrouw heen en weer. Ik aarzelde. Maar ze gebaarde dat ik mocht binnenkomen.
'Je bent net op tijd. Ik wilde al sluiten.' vertelde ze. 'Zag je het briefje niet op de deur?' Ik had het niet gezien.
'Kan het nog dan?' vroeg ik.
Ze knikte en zei:
'Vooruit.'
Ik wens iedereen fijne feestdagen toe, maar eigenlijk zou men gewoon eens ergens in januari, als iedereen weer aan het werk is en de dagelijkse beslommeringen weer gewoon gewoon zijn, iemand een kaartje kunnen sturen. Omdat het goed voelt, of om iemand een hart onder de riem te steken, of om alsnog prettige feestdagen te wensen. Omdat men elkaar iedere dag prettige feestdagen zou kunnen wensen. Een soort van gecontinueerde feestgedachte. Met een feestneus op. Ach ja ...
maandag 24 december 2007
OP MAANDAGOCHTEND,
lekte de buurman ongeveer dertig seconden aan urine in de toiletpot waardoor ik, liggend met open ogen, starend naar het plafond, me ernstige zorgen begon te maken.
Misrekende ik de schepjes koffie in de koffiepot waardoor ik mezelf slappehap koffie voorschotelde. GaTverdamme!
Liep ik met een soort van jetlag in m'n spieren door de kamer toen de telefoon ging. Of ik wilde reserveren voor zes personen. Dit gebeurde ooit wel vaker. Dat men m'n telefoonnummer verwarde met die van een restaurant ergens in de buurt.
'Dit is geen restaurant. En ik heb maar plek voor twee personen.'
De visitekat zat voor de deur te miauwen toen ik mijn voordeur van het slot wilde halen. Hij was vijf minuten binnen, verkende de omgeving en begon voor de tussendeur te miauwen.
'Wat wil je nou?' mopperde ik.
'Je wilt naar me toe, dan laat ik je binnen, ben je binnen, wil je weer weg.'
Aangezien ik niemand tegen zijn of haar wil bij me zou houden, opende ik de deur weer. Er is veel te zeggen voor vrijheid.
Maar dat neemt nog steeds niet weg dat ik ontzettend pissed ben dat m'n koffie niet smaakt. En de buurman urineerde netjes in zijn eigen appartementje hè, dat we er even duidelijk in zijn.
lekte de buurman ongeveer dertig seconden aan urine in de toiletpot waardoor ik, liggend met open ogen, starend naar het plafond, me ernstige zorgen begon te maken.
Misrekende ik de schepjes koffie in de koffiepot waardoor ik mezelf slappe
Liep ik met een soort van jetlag in m'n spieren door de kamer toen de telefoon ging. Of ik wilde reserveren voor zes personen. Dit gebeurde ooit wel vaker. Dat men m'n telefoonnummer verwarde met die van een restaurant ergens in de buurt.
'Dit is geen restaurant. En ik heb maar plek voor twee personen.'
De visitekat zat voor de deur te miauwen toen ik mijn voordeur van het slot wilde halen. Hij was vijf minuten binnen, verkende de omgeving en begon voor de tussendeur te miauwen.
'Wat wil je nou?' mopperde ik.
'Je wilt naar me toe, dan laat ik je binnen, ben je binnen, wil je weer weg.'
Aangezien ik niemand tegen zijn of haar wil bij me zou houden, opende ik de deur weer. Er is veel te zeggen voor vrijheid.
Maar dat neemt nog steeds niet weg dat ik ontzettend pissed ben dat m'n koffie niet smaakt. En de buurman urineerde netjes in zijn eigen appartementje hè, dat we er even duidelijk in zijn.
OMDAT IK VAKANTIE HEB,
en dus bij een ander
een weblogstukje neertiep,
over rinkelende voordeurbellen;
Ik doe eigenlijk
de deur nooit open
als de bel rinkelt.
Nou ja, zelden.
Men moet mij maar eerst
even bellen,
met de telefoon,
dat hij of zij
(of wie dan ook)
eraan komt.
Ik heb al eens
zomaar de deur opengemaakt
met een yoghurtvlek
in het hoekje van m'n mond
waardoor de hoekbuurman
moest gniffelen.
En stonden er vorige week
twee Yehova getuigen
voor de deur.
Waardoor ik nogmaals de regel stelde:
Ik doe nooit zomaar open.
En nee, ik ben niet spontaan
met die dingen.

en dus bij een ander
een weblogstukje neertiep,
over rinkelende voordeurbellen;
Ik doe eigenlijk
de deur nooit open
als de bel rinkelt.
Nou ja, zelden.
Men moet mij maar eerst
even bellen,
met de telefoon,
dat hij of zij
(of wie dan ook)
eraan komt.
Ik heb al eens
zomaar de deur opengemaakt
met een yoghurtvlek
in het hoekje van m'n mond
waardoor de hoekbuurman
moest gniffelen.
En stonden er vorige week
twee Yehova getuigen
voor de deur.
Waardoor ik nogmaals de regel stelde:
Ik doe nooit zomaar open.
En nee, ik ben niet spontaan
met die dingen.

zondag 23 december 2007
ER LAGEN BOOTJES,
te deinen op een meer in het donker. Er lag een grote boot aan de oever waarop mensen aan het feesten waren.
Ik was overgehaald om in een bootje plaats te nemen. Het bootje was klein en ik zat vooraan terwijl de eigenaar achterin zat met zijn hand op de motor. Ik bekeek, met een beetje angst in m'n lijf, het tafereel van rumoerige mensen. Ik had het niet zo op bootjes. En dit bootje wiebelde op het kabbelende water. Toen zag ik een boel vuurwerk. Er schitterden kleine lichtjes in het donkere water en er schoten flitsen van vuur in de lucht.
Er schoten pijlen de lucht in. Mooie, heldere en rake lijnen van vuurpijlen. Het was mooi, daar in die duistere nacht.
Totdat de eigenaar van het bootje opeens aan de motor trok en we met een harde vaart het water op voerden. Richting grote boot met dansende mensen en vuurwerk.
Ik voelde een beetje paniek in mijn hart. Hij voer recht op andere kleine bootjes af, met een hele harde vaart! Ik wilde roepen: 'kijk uit!' maar hij kriskraste, als een ervaren kapitein, langs de aangemeerde bootjes, voorbij het grote schip.
Ik haalde opgelucht adem. Hij wist wat hij deed.
te deinen op een meer in het donker. Er lag een grote boot aan de oever waarop mensen aan het feesten waren.
Ik was overgehaald om in een bootje plaats te nemen. Het bootje was klein en ik zat vooraan terwijl de eigenaar achterin zat met zijn hand op de motor. Ik bekeek, met een beetje angst in m'n lijf, het tafereel van rumoerige mensen. Ik had het niet zo op bootjes. En dit bootje wiebelde op het kabbelende water. Toen zag ik een boel vuurwerk. Er schitterden kleine lichtjes in het donkere water en er schoten flitsen van vuur in de lucht.
Er schoten pijlen de lucht in. Mooie, heldere en rake lijnen van vuurpijlen. Het was mooi, daar in die duistere nacht.
Totdat de eigenaar van het bootje opeens aan de motor trok en we met een harde vaart het water op voerden. Richting grote boot met dansende mensen en vuurwerk.
Ik voelde een beetje paniek in mijn hart. Hij voer recht op andere kleine bootjes af, met een hele harde vaart! Ik wilde roepen: 'kijk uit!' maar hij kriskraste, als een ervaren kapitein, langs de aangemeerde bootjes, voorbij het grote schip.
Ik haalde opgelucht adem. Hij wist wat hij deed.
zaterdag 22 december 2007
vrijdag 21 december 2007
DE KOU SNEED,
door mijn vervaagde zonneloze sproeten richting de botten van mijn schedel.
Net ervoor opende ik het gordijn en zag een witte wereld.
Mijn rode laarzen schuifelden door een laagje sneeuw.
De kou sneed langs mijn broek en streek als een ijskoude washand langs mijn benen.
De torenklok klonk zeven uren.
De lantaarnpalen schenen een vaag lichtje in een uitgestorven stad.
En ik voelde de kou
op mijn gezicht
en glimlachte.
door mijn vervaagde zonneloze sproeten richting de botten van mijn schedel.
Net ervoor opende ik het gordijn en zag een witte wereld.
Mijn rode laarzen schuifelden door een laagje sneeuw.
De kou sneed langs mijn broek en streek als een ijskoude washand langs mijn benen.
De torenklok klonk zeven uren.
De lantaarnpalen schenen een vaag lichtje in een uitgestorven stad.
En ik voelde de kou
op mijn gezicht
en glimlachte.
donderdag 20 december 2007
MET DE NIEUWE VULLING,
voor m'n kitsch & kitchen organizer ('een meisjes agenda' volgens W) stond ik in de rij bij de V&D.
Ik bekeek het plastic en het getal 2008.
Alles leek zo snel gegaan. Ik bekeek mijn koude handen om het pakketje. Ik bekeek de rij voor me. Mensen met sokken, cadeaupapier. Ik keek om me heen.
Soms haalde tijd je in. Soms was tijd te langzaam. Soms was de tijd verstoppertje aan het spelen. Tijd leek een niet te omvatten draaikolk. Wat was tijd?
Wie speelde er met de tijd? Wie besliste wanneer het tijd was? Wie overtrof de tijd? Wie daagde tijd uit? Wanneer daagde je de tijd uit? Wanneer bleef je kalm en rustig wachten op de tijd? Was het je gevoel?
De rij slonk. Ik legde de vulling voor m'n organizer op de toonbank.
'Is het een cadeautje?'
Ik wilde 'nee' zeggen. Automatisme.
Ik aarzelde even, keek de oudere vrouw aan.
'Ja.
Het is een cadeautje.'
Soms moest je jezelf tijd cadeau doen.
voor m'n kitsch & kitchen organizer ('een meisjes agenda' volgens W) stond ik in de rij bij de V&D.
Ik bekeek het plastic en het getal 2008.
Alles leek zo snel gegaan. Ik bekeek mijn koude handen om het pakketje. Ik bekeek de rij voor me. Mensen met sokken, cadeaupapier. Ik keek om me heen.
Soms haalde tijd je in. Soms was tijd te langzaam. Soms was de tijd verstoppertje aan het spelen. Tijd leek een niet te omvatten draaikolk. Wat was tijd?
Wie speelde er met de tijd? Wie besliste wanneer het tijd was? Wie overtrof de tijd? Wie daagde tijd uit? Wanneer daagde je de tijd uit? Wanneer bleef je kalm en rustig wachten op de tijd? Was het je gevoel?
De rij slonk. Ik legde de vulling voor m'n organizer op de toonbank.
'Is het een cadeautje?'
Ik wilde 'nee' zeggen. Automatisme.
Ik aarzelde even, keek de oudere vrouw aan.
'Ja.
Het is een cadeautje.'
Soms moest je jezelf tijd cadeau doen.
AAN TAFEL MET DE KINDEREN,
terwijl de grote lampen gedimd zijn en de kerstboom a la disco fier rechtop staat nadat hij al -tig keer scheefgezakt is:
'Wie weet er een leuk kerstliedje om te zingen?'
I (3,5 jr) 'Ja, denneboom!'
We zetten in. 'Oh, denneboom, oh denneboom, wat zijn je takken --'
Maar R (2 jr) roept er doorheen. Een verkeerde tekst.
'Oh, takkeboom, oh takkeboom, takken wooooonersooon. Laaaaaaaaas in bos staaaaaan!'
terwijl de grote lampen gedimd zijn en de kerstboom a la disco fier rechtop staat nadat hij al -tig keer scheefgezakt is:
'Wie weet er een leuk kerstliedje om te zingen?'
I (3,5 jr) 'Ja, denneboom!'
We zetten in. 'Oh, denneboom, oh denneboom, wat zijn je takken --'
Maar R (2 jr) roept er doorheen. Een verkeerde tekst.
'Oh, takkeboom, oh takkeboom, takken wooooonersooon. Laaaaaaaaas in bos staaaaaan!'
woensdag 19 december 2007
MET HET NEERPLANTEN,
van een nieuw adres,
want de oude vervaagt
steeds meer als
het kabbelende water
in de grachten van Amsterdam.
Zoveel tegenstellingen,
de kitscherigheden,
meisjes van plezier,
de mexicaan om de hoek,
bitterballen bij de Beiaard.
Ik zat weleens
in de droom
middenin de nacht
naast Loes de kat
te turen uit het raam.
De nacht
dezelfde bedrijvigheden
als overdag
rinkelende tram
ruziende Ieren
mijn eigen adem.
Alsof bij het vertrekken
van een vriend naar
een andere plek
hij ook de herinneringen
aan Amsterdam
heeft weggeblazen.
Ik schrijf een nieuw adres
op een kerstkaart ...
van een nieuw adres,
want de oude vervaagt
steeds meer als
het kabbelende water
in de grachten van Amsterdam.
Zoveel tegenstellingen,
de kitscherigheden,
meisjes van plezier,
de mexicaan om de hoek,
bitterballen bij de Beiaard.
Ik zat weleens
in de droom
middenin de nacht
naast Loes de kat
te turen uit het raam.
De nacht
dezelfde bedrijvigheden
als overdag
rinkelende tram
ruziende Ieren
mijn eigen adem.
Alsof bij het vertrekken
van een vriend naar
een andere plek
hij ook de herinneringen
aan Amsterdam
heeft weggeblazen.
Ik schrijf een nieuw adres
op een kerstkaart ...
TOEN HET ZONDAGOCHTEND WAS,
liet ik de gordijnen dicht en viel er een zwak zonnetje via de ecru gordijnen naar binnen. In m'n huisbroek en sloffen en een warm vest slofte ik heen en weer. Van was ophangen naar een kop koffie en van de computer naar de stofzuiger. En soms bekeek ik de silhouetten op de gordijnen.
Toen de telefoon gegaan was en ik hem liet rammelen en een bekende het antwoordapparaat insprak, Etta James klaar was met zingen en de koffie pruttelde, keek ik door het kiertje van het gordijn.
Ik zag een jonge papa in de straat met naast zich een blond jongetje naast een fietsje. De papa hielp hem erop en ging naast hem staan en hield het stuur vast.
Het jongetje zat nog even te wiebelen. Even liep de papa met hem mee, hield hem vast aan zijn stuur en bij zijn zadel.
Het jongetje leerde fietsen zonder zijwielen.
liet ik de gordijnen dicht en viel er een zwak zonnetje via de ecru gordijnen naar binnen. In m'n huisbroek en sloffen en een warm vest slofte ik heen en weer. Van was ophangen naar een kop koffie en van de computer naar de stofzuiger. En soms bekeek ik de silhouetten op de gordijnen.
Toen de telefoon gegaan was en ik hem liet rammelen en een bekende het antwoordapparaat insprak, Etta James klaar was met zingen en de koffie pruttelde, keek ik door het kiertje van het gordijn.
Ik zag een jonge papa in de straat met naast zich een blond jongetje naast een fietsje. De papa hielp hem erop en ging naast hem staan en hield het stuur vast.
Het jongetje zat nog even te wiebelen. Even liep de papa met hem mee, hield hem vast aan zijn stuur en bij zijn zadel.
Het jongetje leerde fietsen zonder zijwielen.
maandag 17 december 2007
zondag 16 december 2007
TOEN KWAM HET GESPREK OP,
de gekte. Din wapperde driftig met haar handen, waardoor ze bijna een beetje as op de leren bank liet vallen, toen ze het moment herinnerde. 'Dat kan ik me nog zo goed herinneren, dat je vertelde over die vrouw die was blijven steken in de jaren zestig.'
Toen ik amper achttien was liep ik 's morgens vroeg via een grauw bospad langs oude bemoste gebouwen met een oud kerkhofje waar de lelijke stenen scheef stonden en de namen niet meer leesbaar waren. Langs een unit voor jongvolwassenen waar ik niet naartoe mocht, voorbij het creatieve therapie gebouw, om de hoek om te lopen naar De Beemd waar de oudere patienten woonden.
Ze sjokte elke vrijdagmiddag met haar koffer naar de hal. In een gifgroene lange jas, haar haren in een lange staart met een vlindervormige zwarte bril op haar neus. Dan wachtte ze om opgehaald te worden. Maar aan het einde van de middag vertelde een verpleger, zoals elke vrijdag, dat ze niet opgehaald werd. Sjokte ze met hoofd naar beneden weer naar haar kamer. Keek ik naar het ranke lijfje, panty afgezakt in zwarte instapschoenen, en waren mijn gedachten dan soms ineens zo blanco.
Dat je nooit weet wanneer iemand last krijgt van zichzelf. Dat labeltjes makkelijk geplakt zijn. Het liefst op iemand's voorhoofd. Dat de definitie van gek niet te beschrijven valt. Omdat zelfs dingen als normen en waarden van de buitenstaander een rol spelen. Dat je, als je voorbij de huizen wandelt, met de gordijnen half gesloten en waar het licht flauwtjes brandt, je nog steeds niet weet wat achter die ramen schuilgaat.
Dat niet iedereen fietst
met de wind in zijn rug.
Dat dus.
de gekte. Din wapperde driftig met haar handen, waardoor ze bijna een beetje as op de leren bank liet vallen, toen ze het moment herinnerde. 'Dat kan ik me nog zo goed herinneren, dat je vertelde over die vrouw die was blijven steken in de jaren zestig.'
Toen ik amper achttien was liep ik 's morgens vroeg via een grauw bospad langs oude bemoste gebouwen met een oud kerkhofje waar de lelijke stenen scheef stonden en de namen niet meer leesbaar waren. Langs een unit voor jongvolwassenen waar ik niet naartoe mocht, voorbij het creatieve therapie gebouw, om de hoek om te lopen naar De Beemd waar de oudere patienten woonden.
Ze sjokte elke vrijdagmiddag met haar koffer naar de hal. In een gifgroene lange jas, haar haren in een lange staart met een vlindervormige zwarte bril op haar neus. Dan wachtte ze om opgehaald te worden. Maar aan het einde van de middag vertelde een verpleger, zoals elke vrijdag, dat ze niet opgehaald werd. Sjokte ze met hoofd naar beneden weer naar haar kamer. Keek ik naar het ranke lijfje, panty afgezakt in zwarte instapschoenen, en waren mijn gedachten dan soms ineens zo blanco.
Dat je nooit weet wanneer iemand last krijgt van zichzelf. Dat labeltjes makkelijk geplakt zijn. Het liefst op iemand's voorhoofd. Dat de definitie van gek niet te beschrijven valt. Omdat zelfs dingen als normen en waarden van de buitenstaander een rol spelen. Dat je, als je voorbij de huizen wandelt, met de gordijnen half gesloten en waar het licht flauwtjes brandt, je nog steeds niet weet wat achter die ramen schuilgaat.
Dat niet iedereen fietst
met de wind in zijn rug.
Dat dus.
zaterdag 15 december 2007
SOMS VOND IK HET,
zo leuk om meisje te zijn. Ja, want met meisjes zat je, met je benen over elkaar te wiebelen met je voeten, in een ontzettende diepe fauteuil in een woonkamer-achtige brasserie, met enorme longdrinkglazen met 7up, de twee dinnen aan een Marlboro sigaret, te praten over hoe moeilijk het was om een juiste beha te kopen. Dat die Marlies Dekkers echt wel leuk waren, met al die bandjes enzo, maar dat je liever drie setjes 'casuals' kocht dan een setje Marlies.
En natuurlijk vloog het onderwerp trouwen voorbij, daar een din vers getrouwd was en eentje hoopte dat vriendje haar eindelijk eens ten huwelijk zou vragen nu ze in december tien jaar verkering hadden.
Dat ik me stiekem veels te vaak verslikte in m'n 7upje omdat er gigantische bedragen over de houten tafel rolden van duurtes van trouwjurken en het vastleggen van een trouwzaal. Dat die dag perfect moest zijn, in alle opzichten. Dat je er wel ruim een jaar vantevoren mee bezig was, om alles te regelen. Ja, het gaf wel een beetje stress, maar dat mocht de pret niet drukken. Je leefde dan naar die dag toe. Ik knikte en rolde met m'n ogen.
'K, in zoveel opzichten ben je zo romanties. Maar met dit soort tradities schuif je de romantiek zomaar opzij en ben je zo praktisch.'
Daar werd over gedacht. Onder het genot van een grote kop koffie. Terwijl de muziek op de achtergrond meedeinde, de kaarsjes flikkerden, de brasserie voller en voller stroomde en de dinnen onderuit leunden in de enorme diepe fauteuils en ik stilletjes genoot van deze avond.
Misschien was het voor mij belangrijker om elke dag te plukken.
zo leuk om meisje te zijn. Ja, want met meisjes zat je, met je benen over elkaar te wiebelen met je voeten, in een ontzettende diepe fauteuil in een woonkamer-achtige brasserie, met enorme longdrinkglazen met 7up, de twee dinnen aan een Marlboro sigaret, te praten over hoe moeilijk het was om een juiste beha te kopen. Dat die Marlies Dekkers echt wel leuk waren, met al die bandjes enzo, maar dat je liever drie setjes 'casuals' kocht dan een setje Marlies.
En natuurlijk vloog het onderwerp trouwen voorbij, daar een din vers getrouwd was en eentje hoopte dat vriendje haar eindelijk eens ten huwelijk zou vragen nu ze in december tien jaar verkering hadden.
Dat ik me stiekem veels te vaak verslikte in m'n 7upje omdat er gigantische bedragen over de houten tafel rolden van duurtes van trouwjurken en het vastleggen van een trouwzaal. Dat die dag perfect moest zijn, in alle opzichten. Dat je er wel ruim een jaar vantevoren mee bezig was, om alles te regelen. Ja, het gaf wel een beetje stress, maar dat mocht de pret niet drukken. Je leefde dan naar die dag toe. Ik knikte en rolde met m'n ogen.
'K, in zoveel opzichten ben je zo romanties. Maar met dit soort tradities schuif je de romantiek zomaar opzij en ben je zo praktisch.'
Daar werd over gedacht. Onder het genot van een grote kop koffie. Terwijl de muziek op de achtergrond meedeinde, de kaarsjes flikkerden, de brasserie voller en voller stroomde en de dinnen onderuit leunden in de enorme diepe fauteuils en ik stilletjes genoot van deze avond.
Misschien was het voor mij belangrijker om elke dag te plukken.
vrijdag 14 december 2007
ER WAS EEN BEETJE,
heimwee. Heimwee naar het zijden rose. Ik hield de spitzen in m'n handen. Ze hadden in een kast gelegen. Ik glimlachte weemoedig. Sloot m'n ogen en ik stond weer op het toneel. Strakke panty, haren in een knot. Zwart balletpak. Vleeskleurige beenwarmers. Warming up. Arabesque, battement, pas de chat, releve, sissonne. De beweging. Het ritme. Golven. Dansen. Ik wilde dansen. Ik pakte de spitzen en deed m'n sokken uit. Bewoog m'n voeten, tenen, omsloot de balletschoen om mijn voet. Ging voorzichtig staan. Bewoog de tenen in de neus. Ging voorzichtig lopen. Balancerend op een been. Draaide met mijn armen. Keek strak vooruit. Zocht een punt in de verte. Een, twee, drie. Draaide een pirouette. Dat lukte. Het lukte! Ik zweefde, danste, bewoog, vloog! En bij m'n laatste tret, de grande finale, liet ik me in een buiging gaan. Applaus. Het galmen van oorverdovend applaus.
heimwee. Heimwee naar het zijden rose. Ik hield de spitzen in m'n handen. Ze hadden in een kast gelegen. Ik glimlachte weemoedig. Sloot m'n ogen en ik stond weer op het toneel. Strakke panty, haren in een knot. Zwart balletpak. Vleeskleurige beenwarmers. Warming up. Arabesque, battement, pas de chat, releve, sissonne. De beweging. Het ritme. Golven. Dansen. Ik wilde dansen. Ik pakte de spitzen en deed m'n sokken uit. Bewoog m'n voeten, tenen, omsloot de balletschoen om mijn voet. Ging voorzichtig staan. Bewoog de tenen in de neus. Ging voorzichtig lopen. Balancerend op een been. Draaide met mijn armen. Keek strak vooruit. Zocht een punt in de verte. Een, twee, drie. Draaide een pirouette. Dat lukte. Het lukte! Ik zweefde, danste, bewoog, vloog! En bij m'n laatste tret, de grande finale, liet ik me in een buiging gaan. Applaus. Het galmen van oorverdovend applaus.
donderdag 13 december 2007
ZOIETS MOEILIJKS,
als je persoonlijke grens bewaken, kost voor de een meer moeite dan voor de ander.
Zo zegde ik vorige week toe, dat ik extra ging werken, terwijl ik aan mijn max zat. En moest ik stiekem even slikken. Om mijn eigen onmacht. En moest ik stiekem huilen om mijn eigen boosheid. Waarom liet ik het toch weer toe?
Aardig en behulpzaam zijn en je persoonlijke grens bewaken zijn twee dingen die vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Alsof de kamers in je hart meteen in conflict gaan.
Ik leer mezelf steeds beter kennen. Belangen behartigen van een ander kan ik als geen ander. Ik had best advocaat kunnen worden. Met sterke argumenten en feiten zou ik best voor een ander kunnen strijden. Maar strijden voor mezelf?
Is het een vrouwending? Dat schuldgevoel uitmaakt of je wel of niet 'ja' zegt?
Is het een opvoedingskwestie? Dat je toch maar wel moet, want erna is het voorbij?
Is het misschien karakter? Als ik 'nee' zeg, dan wordt iemand boos.
Ik trok vorige week recht wat ik krom gebogen had. Ik ging wel werken op de dag dat ik echt vrij had willen zijn, maar ik regelde een dag later alsnog dat ik thuis kon zijn. Omdat ik dat nodig had.
als je persoonlijke grens bewaken, kost voor de een meer moeite dan voor de ander.
Zo zegde ik vorige week toe, dat ik extra ging werken, terwijl ik aan mijn max zat. En moest ik stiekem even slikken. Om mijn eigen onmacht. En moest ik stiekem huilen om mijn eigen boosheid. Waarom liet ik het toch weer toe?
Aardig en behulpzaam zijn en je persoonlijke grens bewaken zijn twee dingen die vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Alsof de kamers in je hart meteen in conflict gaan.
Ik leer mezelf steeds beter kennen. Belangen behartigen van een ander kan ik als geen ander. Ik had best advocaat kunnen worden. Met sterke argumenten en feiten zou ik best voor een ander kunnen strijden. Maar strijden voor mezelf?
Is het een vrouwending? Dat schuldgevoel uitmaakt of je wel of niet 'ja' zegt?
Is het een opvoedingskwestie? Dat je toch maar wel moet, want erna is het voorbij?
Is het misschien karakter? Als ik 'nee' zeg, dan wordt iemand boos.
Ik trok vorige week recht wat ik krom gebogen had. Ik ging wel werken op de dag dat ik echt vrij had willen zijn, maar ik regelde een dag later alsnog dat ik thuis kon zijn. Omdat ik dat nodig had.
OP EEN MUUR,
van oude stenen
was geverfd
een simpel zinnetje:
Leer te leven
ga op zoek
naar je huis
als thuis
nergens
te vinden is.
Als thuis
ooit begon
bij het doorknippen
van een navelstreng
maar later
een doolhof
vol oneindige gangen
bleek,
zonder pijlen
zonder landkaart
en zonder
vervoer ernaartoe,
wees niet moe
zo'n landkaart
zit in jou.
van oude stenen
was geverfd
een simpel zinnetje:
Leer te leven
ga op zoek
naar je huis
als thuis
nergens
te vinden is.
Als thuis
ooit begon
bij het doorknippen
van een navelstreng
maar later
een doolhof
vol oneindige gangen
bleek,
zonder pijlen
zonder landkaart
en zonder
vervoer ernaartoe,
wees niet moe
zo'n landkaart
zit in jou.
dinsdag 11 december 2007
maandag 10 december 2007
zondag 9 december 2007
TERWIJL HET VUUR,
wat hoger stond, en er met een pollepel langs stukjes bloemkool en wortel gedanst werd, moest ik even stilletjes grinniken.
Laatst in de (kinder)keuken gingen we 'groetesoep' maken. Vlogen de stukken bloemkool en wortel door gebruik van erg botte mesjes door de lucht.
Broer kwam snoepen van de verse groentesoep, plofte neer op een van de retro stoelen en slurpte bijna zijn soep naar binnen. Hij trok een stukje brood van elkaar, doopte het in de soep en at verder. Ook al zou ik broer niet kennen, dan nog kon ik zien aan zijn manier van eten dat hij het lekker vond.
Toen hij zijn laatste hapje bouillon met zijn lepel uit de blauwe kom schraapte, het in zijn mond stak en zijn kom wegzette, een servetje zocht en zijn mond schoonveegde, knikte hij.
Je bent wat je kent.
Je geeft wat je leert te geven.
Je copieert wat je geleerd bent te doen.
Voor mij was die gretigheid van smullen en de knik genoeg. Zonder woorden.
Toen hij uren later naar huis ging, zijn antracietkleurige halflange jas over zijn schouders gooide en zijn autosleutels van de tafel pakte, draaide hij zich om bij de voordeur.
'Dank je wel voor de lekkere soep.'
Maar je kunt ook leren.
(En dan zegt ie tussendoor
ook nog eens:
'K, vind je het nou
niet vervelend
dat je geen camera hebt?'
Hij doet het erom. )
wat hoger stond, en er met een pollepel langs stukjes bloemkool en wortel gedanst werd, moest ik even stilletjes grinniken.
Laatst in de (kinder)keuken gingen we 'groetesoep' maken. Vlogen de stukken bloemkool en wortel door gebruik van erg botte mesjes door de lucht.
Broer kwam snoepen van de verse groe
Toen hij zijn laatste hapje bouillon met zijn lepel uit de blauwe kom schraapte, het in zijn mond stak en zijn kom wegzette, een servetje zocht en zijn mond schoonveegde, knikte hij.
Je bent wat je kent.
Je geeft wat je leert te geven.
Je copieert wat je geleerd bent te doen.
Voor mij was die gretigheid van smullen en de knik genoeg. Zonder woorden.
Toen hij uren later naar huis ging, zijn antracietkleurige halflange jas over zijn schouders gooide en zijn autosleutels van de tafel pakte, draaide hij zich om bij de voordeur.
'Dank je wel voor de lekkere soep.'
Maar je kunt ook leren.
(En dan zegt ie tussendoor
ook nog eens:
'K, vind je het nou
niet vervelend
dat je geen camera hebt?'
Hij doet het erom. )
zaterdag 8 december 2007
WAT KAN IK ZEGGEN,
dan alleen maar:
ik zit binnen
en de wereld is buiten
de wolken drijven als bootjes
langs de grijsblauwe lucht
voorbij.
De regen tikt
zo nu en dan
een klein beetje dwingend
tegen mijn woonkamerraam
terwijl ik met mijn vingertop
de reis van een druppel volg.
Ik kan alleen maar zeggen:
Mijn buik is als een
wolkenbootje
binnen een soort van
vissenkom
het drijft heen en weer
keer op keer
zodat ik zo nu en dan
hollend op mijn sloffen
naar de badkamer ren.
dan alleen maar:
ik zit binnen
en de wereld is buiten
de wolken drijven als bootjes
langs de grijsblauwe lucht
voorbij.
De regen tikt
zo nu en dan
een klein beetje dwingend
tegen mijn woonkamerraam
terwijl ik met mijn vingertop
de reis van een druppel volg.
Ik kan alleen maar zeggen:
Mijn buik is als een
wolkenbootje
binnen een soort van
vissenkom
het drijft heen en weer
keer op keer
zodat ik zo nu en dan
hollend op mijn sloffen
naar de badkamer ren.
vrijdag 7 december 2007
GEVOELIG ZOALS IN,
aangebrandgevoelig: emotioneelgevoelig: fijnbesnaardgevoelig: fiksgevoelig: gevoelvolgevoelig: humeuriggevoelig: korzeliggevoelig: lichtgeraaktgevoelig: sensitiefgevoelig: teergevoeliggevoelig: vatbaargevoelig: weekgevoelig: teergevoelig: sentimenteelgevoelig: sensibelgevoelig: raakgevoelig: ontvankelijkgevoelig: neteliggevoelig: nerveusgevoelig: menselijkgevoelig: inniggevoelig: hartelijkgevoelig: gemoedelijkgevoelig: fijngevoelig: dichterlijkgevoelig: delicaatgevoelig: dankbaargevoelig: besnaardgevoelig: aantrekkelijkgevoelig: aandoenlijk.
oftewel pmsgevoelig.
aangebrandgevoelig: emotioneelgevoelig: fijnbesnaardgevoelig: fiksgevoelig: gevoelvolgevoelig: humeuriggevoelig: korzeliggevoelig: lichtgeraaktgevoelig: sensitiefgevoelig: teergevoeliggevoelig: vatbaargevoelig: weekgevoelig: teergevoelig: sentimenteelgevoelig: sensibelgevoelig: raakgevoelig: ontvankelijkgevoelig: neteliggevoelig: nerveusgevoelig: menselijkgevoelig: inniggevoelig: hartelijkgevoelig: gemoedelijkgevoelig: fijngevoelig: dichterlijkgevoelig: delicaatgevoelig: dankbaargevoelig: besnaardgevoelig: aantrekkelijkgevoelig: aandoenlijk.
oftewel pmsgevoelig.
donderdag 6 december 2007
AAN DE ENE KANT WIL IK,
eigenlijk wel naar de kapper. Aan de andere kant ook weer niet. Marion, mijn kapster, heeft het namelijk soms in haar bol. En aan de bol van een ander. Ik dus.
Dan is er een training geweest en vraagt ze of ik alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeBLIEFT wil komen om te 'oefenen'.
'Ja, hallo! Om te oefenen? En wat als het dan misgaat? Met dat geoefen?'
Maar de drie keren dat ik me lietoverhalen overtuigen dat het 'echt' iets voor mij was, ging ik met een fijn gevoel naar huis. Dan was ik na een uur of wat klaar, werden er foto's gemaakt, en mocht ik de prijs betalen van een knipbeurt.*

Mijn haar wordt een klein beetje lang. De puntjes moeten geknipt.
Zal ik morgen bellen, of niet? *twijfelt, twijfelt*
*anders betaalt iemand voor een make-over, wat duurder is. Ook kappers moeten centjes verdienen.
eigenlijk wel naar de kapper. Aan de andere kant ook weer niet. Marion, mijn kapster, heeft het namelijk soms in haar bol. En aan de bol van een ander. Ik dus.
Dan is er een training geweest en vraagt ze of ik alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeBLIEFT wil komen om te 'oefenen'.
'Ja, hallo! Om te oefenen? En wat als het dan misgaat? Met dat geoefen?'
Maar de drie keren dat ik me liet

Mijn haar wordt een klein beetje lang. De puntjes moeten geknipt.
Zal ik morgen bellen, of niet? *twijfelt, twijfelt*
*anders betaalt iemand voor een make-over, wat duurder is. Ook kappers moeten centjes verdienen.
woensdag 5 december 2007
EEN BEETJE ONSMAKELIJK,
was het wel, maar het meisje kon er ook niets aan doen dat ze in een overvolle treincoupe voorover ging om haar maaginhoud te ledigen.
Ze was lijkbleek ingestapt en zat twee stoelen verwijderd van de andere passagiers toen er halverwege de treinreis een penetrerende geur zich via stoelen en rugzakken de neusgaten doorboorden van passagiers. Mensen keken op en haalden hun neus op voordat ze dan toch maar hun spullen pakten en ergens anders gingen zitten.
Werd er naar de persoon gekeken? Wie was het? Waar zat die persoon en onder welke omstandigheden had ze over moeten geven?
Het namelijk net zo goed een meneer of een mevrouw kunnen zijn die een beroerte gekregen had. Gelukkig was het meisje aanspreekbaar maar schaamde zich diep.
"Ik kan er ook niets aan doen." jammerde ze.
Ik sloot me af voor de vieze geur en probeerde haar een beetje gerust te stellen.
Ik ging op zoek naar een conducteur en liep een tussenstuk in. Daar zaten de overige mensen die meteen hun biezen gepakt hadden.
"Wat een smerige rotlucht zeg." mopperde een man. Hij hield een das voor z'n mond.
was het wel, maar het meisje kon er ook niets aan doen dat ze in een overvolle treincoupe voorover ging om haar maaginhoud te ledigen.
Ze was lijkbleek ingestapt en zat twee stoelen verwijderd van de andere passagiers toen er halverwege de treinreis een penetrerende geur zich via stoelen en rugzakken de neusgaten doorboorden van passagiers. Mensen keken op en haalden hun neus op voordat ze dan toch maar hun spullen pakten en ergens anders gingen zitten.
Werd er naar de persoon gekeken? Wie was het? Waar zat die persoon en onder welke omstandigheden had ze over moeten geven?
Het namelijk net zo goed een meneer of een mevrouw kunnen zijn die een beroerte gekregen had. Gelukkig was het meisje aanspreekbaar maar schaamde zich diep.
"Ik kan er ook niets aan doen." jammerde ze.
Ik sloot me af voor de vieze geur en probeerde haar een beetje gerust te stellen.
Ik ging op zoek naar een conducteur en liep een tussenstuk in. Daar zaten de overige mensen die meteen hun biezen gepakt hadden.
"Wat een smerige rotlucht zeg." mopperde een man. Hij hield een das voor z'n mond.
zondag 2 december 2007
HET KLEINE, FRAGIELE VROUWTJE,
dat er maar stond
gleed beide vingertoppen
als in een aaneenschakeling
van herhalingen, herhalingen
langs elkaar heen
terwijl zij met doffe blik
over het spoor en
voorbij de bomen --
langs rommel en tussen takken --
haar jeugd voorbij zag gaan.
Met gebogen schouders
in een beige jasje gehuld
haar regenkapje bengelend
aan een van haar gerimpelde vingers
wachtte zij geduldig
op de trein die komen ging.
Zij gleed beide vingertoppen
als in een aaneenschakeling
van herhalingen, herhalingen
langs elkaar heen
Het lint van haar regenkapje
zonder enkele notie,
enige notie,
omdat het lintje te zacht was,
glijdend langs oude
breekbare handen.
Voorbij de rommel op het spoor
langs de kale takken van de bomen
zag zij ergens ver, ver van hier
een wazig zonnetje
tussen het witte wolkendek.
dat er maar stond
gleed beide vingertoppen
als in een aaneenschakeling
van herhalingen, herhalingen
langs elkaar heen
terwijl zij met doffe blik
over het spoor en
voorbij de bomen --
langs rommel en tussen takken --
haar jeugd voorbij zag gaan.
Met gebogen schouders
in een beige jasje gehuld
haar regenkapje bengelend
aan een van haar gerimpelde vingers
wachtte zij geduldig
op de trein die komen ging.
Zij gleed beide vingertoppen
als in een aaneenschakeling
van herhalingen, herhalingen
langs elkaar heen
Het lint van haar regenkapje
zonder enkele notie,
enige notie,
omdat het lintje te zacht was,
glijdend langs oude
breekbare handen.
Voorbij de rommel op het spoor
langs de kale takken van de bomen
zag zij ergens ver, ver van hier
een wazig zonnetje
tussen het witte wolkendek.
zaterdag 1 december 2007
IK DEED EEN JULIA,
Roberts. Geheel onverwacht ook eigenlijk.
Op zo'n luie zaterdagochtend zit ik met m'n croissantjes met boter en flinke kop koffie op de bank als de telefoon gaat.
"Goedemorgen, u spreekt met Marijke.....van TV&Film, en ik-"
"Sorry dat ik u onderbreek, maar is dit een enquete?"
"Nee, ik-"
"Een actie misschien?"
"Eh, niet echt, maar ik,-"
"Ja, neem me niet kwalijk, ik begrijp, jullie doen ook maar jullie werk,
maar ik ben ook al zo geirriteerd door al die enqueteurs in het centrum, en ik heb al eens gezegd tegen die mensen hoe irritant het is als je gewoon wilt winkelen enzo, en dan zit je vervolgens ook nog gewoon thuis je ding te doen en dan bellen er van die bedrijven met telefonistes die je dan een actie moeten aansmeren, en dat vind ik ook behoorlijk irri-"
"Fijne dag nog mevrouw."
Ze hing op.
Hihihihi...
Roberts. Geheel onverwacht ook eigenlijk.
Op zo'n luie zaterdagochtend zit ik met m'n croissantjes met boter en flinke kop koffie op de bank als de telefoon gaat.
"Goedemorgen, u spreekt met Marijke.....van TV&Film, en ik-"
"Sorry dat ik u onderbreek, maar is dit een enquete?"
"Nee, ik-"
"Een actie misschien?"
"Eh, niet echt, maar ik,-"
"Ja, neem me niet kwalijk, ik begrijp, jullie doen ook maar jullie werk,
maar ik ben ook al zo geirriteerd door al die enqueteurs in het centrum, en ik heb al eens gezegd tegen die mensen hoe irritant het is als je gewoon wilt winkelen enzo, en dan zit je vervolgens ook nog gewoon thuis je ding te doen en dan bellen er van die bedrijven met telefonistes die je dan een actie moeten aansmeren, en dat vind ik ook behoorlijk irri-"
"Fijne dag nog mevrouw."
Ze hing op.
Hihihihi...
SOMS HEB JE LAST,
van een blinde vlek.
Blinde vlek (psychologie), het onvermogen om voor de hand liggende fenomenen waar te nemen, vooral als ze voor die persoon normaal of vanzelfsprekend zijn.
Datgene wat je herhaaldelijk doet, dat telkens in je nadeel werkt, wat je op de een of andere manier niet ziet terwijl anderen het je toch uitleggen, tijdens of naderhand. Misschien een van de grootste levenslessen; het ontcijferen van blinde vlekken.
Gisteren beschuldigde ik iemand van het hebben van een blinde vlek. Zag deze persoon dan niet hoe het werkte? Wat die persoon deed? Dat door zoiets die persoon straks weer struikelde over wat al herhaaldelijk een struikelblok bleek?
Leer je dan niets van jezelf? Van wat er eerder is gebeurd? Hoe dingen werken? Hoe acties consequenties hebben?
En erger nog, die persoon er iemand anders mee zou krenken? Kwetsen? Benadelen?
Ik was boos, omdat het zo voor de hand lag. De welbekende tekenen aan de wand, het reeds geschreven boek.
En toch moest ik afstand nemen. Een stapje achteruit. Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheden. Besluit men een (domme) actie te ondernemen, (en een ander juichte het toe), dan so be it. Voordat ik er de titel 'bemoeial' door kreeg of erger, alleen omdat ik inzag hoe het (spelletje) werkte, sloot ik op tijd mijn mond.
En later op de avond, toen ik mijn eigen stukje teruglas over het verhaal van Joyce en de Bambi, en terugdacht aan gesproken woorden, werd een van mijn blinde vlekken ontcijferd en snapte ik eindelijk waarom ze mij zo genoemd had.
Maar dat staat weer helemaal los van hierboven getiepte tekst.
van een blinde vlek.
Blinde vlek (psychologie), het onvermogen om voor de hand liggende fenomenen waar te nemen, vooral als ze voor die persoon normaal of vanzelfsprekend zijn.
Datgene wat je herhaaldelijk doet, dat telkens in je nadeel werkt, wat je op de een of andere manier niet ziet terwijl anderen het je toch uitleggen, tijdens of naderhand. Misschien een van de grootste levenslessen; het ontcijferen van blinde vlekken.
Gisteren beschuldigde ik iemand van het hebben van een blinde vlek. Zag deze persoon dan niet hoe het werkte? Wat die persoon deed? Dat door zoiets die persoon straks weer struikelde over wat al herhaaldelijk een struikelblok bleek?
Leer je dan niets van jezelf? Van wat er eerder is gebeurd? Hoe dingen werken? Hoe acties consequenties hebben?
En erger nog, die persoon er iemand anders mee zou krenken? Kwetsen? Benadelen?
Ik was boos, omdat het zo voor de hand lag. De welbekende tekenen aan de wand, het reeds geschreven boek.
En toch moest ik afstand nemen. Een stapje achteruit. Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheden. Besluit men een (domme) actie te ondernemen, (en een ander juichte het toe), dan so be it. Voordat ik er de titel 'bemoeial' door kreeg of erger, alleen omdat ik inzag hoe het (spelletje) werkte, sloot ik op tijd mijn mond.
En later op de avond, toen ik mijn eigen stukje teruglas over het verhaal van Joyce en de Bambi, en terugdacht aan gesproken woorden, werd een van mijn blinde vlekken ontcijferd en snapte ik eindelijk waarom ze mij zo genoemd had.
Maar dat staat weer helemaal los van hierboven getiepte tekst.
donderdag 29 november 2007
"M'N NEUT ZIT G'WOON DIH..T,
en ik kan bijh..na nieh..t ah..demen. En ah..demhalen kost zoh..oveel moeih..te, maar ja, je moeh..t g'woon aah..demen he.
En veh..der kan ik duh..t ook nieh..t slapen, want ik woh..hd dus he..le..maal gek van die neuh..t. Want mijn neuht..pray is op.
Veh..der gaat alles wel goeh..d hooh..h, maah ik voeh.. me zielig, en dan moet ik huih..len en dan zit die neuh..t noh..g meer dih..t."
en ik kan bijh..na nieh..t ah..demen. En ah..demhalen kost zoh..oveel moeih..te, maar ja, je moeh..t g'woon aah..demen he.
En veh..der kan ik duh..t ook nieh..t slapen, want ik woh..hd dus he..le..maal gek van die neuh..t. Want mijn neuht..pray is op.
Veh..der gaat alles wel goeh..d hooh..h, maah ik voeh.. me zielig, en dan moet ik huih..len en dan zit die neuh..t noh..g meer dih..t."
VOORTBORDUREND OP HONDEN,
en schijterij; ik nam m'n schetend hondje mee naar het werk.
(nu is het de bedoeling dat je klikt op 'm'n schetend hondje' en dan zie je wat ik bedoel.)
Laatst, op een druilerige zondag, had ik de stouten sloffen aangetrokken en mijn hele kledinginhoud die aan een kledingrek hing, erafgehaald en wat echt niet meer kon, niet paste of versleten was in een vuilniszak gedaan en de kleding die al langer dan een maand er maar hing te hangen of lag te liggen in de wasmachine gestopt om de rest (heel vre-se-lijk geordend) op kleur terug te hangen. Omdat het mooi stond.
Net als met apparaten heb ik een soort van langdurige verliefdheid met kleding. Toen mijn wasmachine, een oud beestje van meer dan vijftien jaar, het toch begaf, en het door een meneer met enorme oorbel in zijn oor werd weggedragen, voelde ik toch best een knoop in m'n maag.
Mijn, inmiddels niet meer zo ecrukleurige, suede leren laarsjes vertoonden al een piepklein scheurtje. Vier jaar lang met enorm plezier gedragen. Mijn Lee spijkerbroek met een enorm gat in mijn bovenbeen (en andere plekken), omdat ik hem meer dan vijf jaar met veel liefde droeg, kon ik niet wegdoen, want het was m'n lievelings. En misschien, als ik weer maatje 27 droeg, wat ik ook weer niet wilde, (en begrijp me niet verkeerd, maatje 28 staat veel beter) kon ik hem toch weer aan? Ja, oke, zonder scheurtjes dan, netjes gemaakt bij een naaiatelier.
Mijn schetend hondje, een uniek t-shirt van Yoshimoto Nara, was al zeker drie jaar oud. Het bruine shirtje vertoonde een klein beetje valigheid. In de zomer en winter droeg ik het. In de winter met een vestje erover.
(Tip van de week: zoveel nieuwe truitjes hoef je helemaal niet te kopen; koop een dunne cardigan en draag je t-shirtjes gewoon door.)
De kinderen in mijn groep lagen helemaal in een deuk.
"Hij laat scheetjes!" riep R (3 jr.)
De volgende dag kwam een papa de groep binnen gewandeld. Hij keek me ietwat gefronst aan.
"Gisteren vertelde R dat je scheetjes liet."
Ik dacht lichtjes te verkleuren.
"Dat was ik niet! Dat was m'n schetend hondje!"
Toen begreep de papa er helemaal niets meer van.
en schijterij; ik nam m'n schetend hondje mee naar het werk.
(nu is het de bedoeling dat je klikt op 'm'n schetend hondje' en dan zie je wat ik bedoel.)
Laatst, op een druilerige zondag, had ik de stouten sloffen aangetrokken en mijn hele kledinginhoud die aan een kledingrek hing, erafgehaald en wat echt niet meer kon, niet paste of versleten was in een vuilniszak gedaan en de kleding die al langer dan een maand er maar hing te hangen of lag te liggen in de wasmachine gestopt om de rest (heel vre-se-lijk geordend) op kleur terug te hangen. Omdat het mooi stond.
Net als met apparaten heb ik een soort van langdurige verliefdheid met kleding. Toen mijn wasmachine, een oud beestje van meer dan vijftien jaar, het toch begaf, en het door een meneer met enorme oorbel in zijn oor werd weggedragen, voelde ik toch best een knoop in m'n maag.
Mijn, inmiddels niet meer zo ecrukleurige, suede leren laarsjes vertoonden al een piepklein scheurtje. Vier jaar lang met enorm plezier gedragen. Mijn Lee spijkerbroek met een enorm gat in mijn bovenbeen (en andere plekken), omdat ik hem meer dan vijf jaar met veel liefde droeg, kon ik niet wegdoen, want het was m'n lievelings. En misschien, als ik weer maatje 27 droeg, wat ik ook weer niet wilde, (en begrijp me niet verkeerd, maatje 28 staat veel beter) kon ik hem toch weer aan? Ja, oke, zonder scheurtjes dan, netjes gemaakt bij een naaiatelier.
Mijn schetend hondje, een uniek t-shirt van Yoshimoto Nara, was al zeker drie jaar oud. Het bruine shirtje vertoonde een klein beetje valigheid. In de zomer en winter droeg ik het. In de winter met een vestje erover.
(Tip van de week: zoveel nieuwe truitjes hoef je helemaal niet te kopen; koop een dunne cardigan en draag je t-shirtjes gewoon door.)
De kinderen in mijn groep lagen helemaal in een deuk.
"Hij laat scheetjes!" riep R (3 jr.)
De volgende dag kwam een papa de groep binnen gewandeld. Hij keek me ietwat gefronst aan.
"Gisteren vertelde R dat je scheetjes liet."
Ik dacht lichtjes te verkleuren.
"Dat was ik niet! Dat was m'n schetend hondje!"
Toen begreep de papa er helemaal niets meer van.
woensdag 28 november 2007
ER ZATEN TWEE VROUWEN,
in de trein en ik ving het volgende op:
"Hondenpoep heeft ervoor nooit een rol gespeeld."
Ik zou kunnen uitleggen hoe ze eruit zagen en wat voor type mensen het waren, maar ik geef nu eens de fantasie aan jullie.
En zijn jullie ook zo extreem verkouden? Zo'n ik praat door m'n neus verkoudje?
in de trein en ik ving het volgende op:
"Hondenpoep heeft ervoor nooit een rol gespeeld."
Ik zou kunnen uitleggen hoe ze eruit zagen en wat voor type mensen het waren, maar ik geef nu eens de fantasie aan jullie.
En zijn jullie ook zo extreem verkouden? Zo'n ik praat door m'n neus verkoudje?
dinsdag 27 november 2007
ER VORMDE ZICH EEN ENORME,
puist op mijn kin, afgelopen vrijdag. Zo eentje die onderhuids woekerde. Waar je niets tegen kon doen. Een vervelend ding; een spring-in-het-oog.
'Je moet er tandpasta opsmeren.' legde collega uit.
Zij wist te melden dat die puist dan uitdroogde. Erg handig.
Thuis haalde ik, terwijl ik voor de badkamerspiegel stond, de tube tevoorschijn, opende het en smeerde er tandpasta op.
Ik vergat later dat ik tandpasta op mijn kin gesmeerd had. Blauwe tandpasta.
Blauwe tandpasta die ik er dus niet afgehaald had toen ik nog even naar de winkel moest.
Blauwe tandpasta die onverwacht een schaduw vormde, laten we zeggen, lijkend op een enorme blauwe plek.
Gelukkig was ik snel thuis van m'n boodschap. Wreef ik de blauwe tandpasta van mijn kin. Maar even voor de duidelijkheid: nu weten we wel dat als je een optater wilt grimeren, je gewoon blauwe tandpasta gebruiken moet. Et voila!
puist op mijn kin, afgelopen vrijdag. Zo eentje die onderhuids woekerde. Waar je niets tegen kon doen. Een vervelend ding; een spring-in-het-oog.
'Je moet er tandpasta opsmeren.' legde collega uit.
Zij wist te melden dat die puist dan uitdroogde. Erg handig.
Thuis haalde ik, terwijl ik voor de badkamerspiegel stond, de tube tevoorschijn, opende het en smeerde er tandpasta op.
Ik vergat later dat ik tandpasta op mijn kin gesmeerd had. Blauwe tandpasta.
Blauwe tandpasta die ik er dus niet afgehaald had toen ik nog even naar de winkel moest.
Blauwe tandpasta die onverwacht een schaduw vormde, laten we zeggen, lijkend op een enorme blauwe plek.
Gelukkig was ik snel thuis van m'n boodschap. Wreef ik de blauwe tandpasta van mijn kin. Maar even voor de duidelijkheid: nu weten we wel dat als je een optater wilt grimeren, je gewoon blauwe tandpasta gebruiken moet. Et voila!
zondag 25 november 2007
zaterdag 24 november 2007
vrijdag 23 november 2007
donderdag 22 november 2007
DRIELEDIG:
WE LIEPEN LANGS DE SNOEPJES,
en koekjes in de supermarkt, toen ik ineens riep:
"Weet je waar ik zin in heb?
In zoenen!!"
Dat riep ik een beetje te hard, een oude man keek om.
"Pardon?" riep collega.
Ik wees naar de bovenste schap, waar ik weer niet helemaal bij kon komen. (natuurlijk.)
Collega haalde ze voor mij van de schap.
"Vroeger - toen alles nog makkelijk was - heetten ze negerzoenen, maar dat mag je niet meer zeggen. Blanke vla mag dan weer wel. Om maar niet te spreken over de zwarte pieten die nu in het land zijn. Flauwekul!"
Collega vond inderdaad dat het niet helemaal klonk 'zoenen.'
Onderweg naar huis, in de trein. Een telefoongesprek:
....
"Maar vind je dan dat we te snel verliefd zijn geworden?"
...
"Ohw..."
"Ja..."
...
"Oke..."
En de hele tijd dacht ik: wat sneu voor haar. Maar ook: waarom vindt dat gesprek nu plaats? In een trein? Waar iedereen het kan horen, kan volgen?
Collega:
"Karin, ik heb op je gestemd hoor! Wat een verhalen zeg! Dat is toch niet autobiografisch hè, van die vriendin van je vader?"
"Mijn verhaal gaat daar niet over hoor."
"Jouw naam stond toch in die linklijst?"
"Dat is een neplog! Dat ben ik niet!"
"Ohw... volgens mij heb ik dan op de verkeerde gestemd!"
WE LIEPEN LANGS DE SNOEPJES,
en koekjes in de supermarkt, toen ik ineens riep:
"Weet je waar ik zin in heb?
In zoenen!!"
Dat riep ik een beetje te hard, een oude man keek om.
"Pardon?" riep collega.
Ik wees naar de bovenste schap, waar ik weer niet helemaal bij kon komen. (natuurlijk.)
Collega haalde ze voor mij van de schap.
"Vroeger - toen alles nog makkelijk was - heetten ze negerzoenen, maar dat mag je niet meer zeggen. Blanke vla mag dan weer wel. Om maar niet te spreken over de zwarte pieten die nu in het land zijn. Flauwekul!"
Collega vond inderdaad dat het niet helemaal klonk 'zoenen.'
Onderweg naar huis, in de trein. Een telefoongesprek:
....
"Maar vind je dan dat we te snel verliefd zijn geworden?"
...
"Ohw..."
"Ja..."
...
"Oke..."
En de hele tijd dacht ik: wat sneu voor haar. Maar ook: waarom vindt dat gesprek nu plaats? In een trein? Waar iedereen het kan horen, kan volgen?
Collega:
"Karin, ik heb op je gestemd hoor! Wat een verhalen zeg! Dat is toch niet autobiografisch hè, van die vriendin van je vader?"
"Mijn verhaal gaat daar niet over hoor."
"Jouw naam stond toch in die linklijst?"
"Dat is een neplog! Dat ben ik niet!"
"Ohw... volgens mij heb ik dan op de verkeerde gestemd!"
woensdag 21 november 2007
SINTERKLAASPRAAT:
We zitten aan tafel en zingen sinterklaasliedjes. Eén van de liedjes is het welbekende 'zwarte piet ging uit fietsen, toen klapte zijn band.'
Als we zingen over de roe stop ik het liedje even.
'Wat is dat eigenlijk? Een roe?'
S (3 jr) denkt even na.
'Ja, een roe.' zegt ze, terwijl ze haar schouders op haalt.
'Ik weet het al!' zegt ze dan.
'Een kanga-roe!'
We zitten aan tafel en zingen sinterklaasliedjes. Eén van de liedjes is het welbekende 'zwarte piet ging uit fietsen, toen klapte zijn band.'
Als we zingen over de roe stop ik het liedje even.
'Wat is dat eigenlijk? Een roe?'
S (3 jr) denkt even na.
'Ja, een roe.' zegt ze, terwijl ze haar schouders op haalt.
'Ik weet het al!' zegt ze dan.
'Een kanga-roe!'
maandag 19 november 2007
zondag 18 november 2007
NIJMEGEN WAS KOUD, DRUK, EN,
er liep een jongenman voor me.
Maar eerst de meneer van de pantywinkel. De meneer moest mijn achternaam weten. Dat ging sowieso bijna altijd verkeerd. De raarste constructies werden gemaakt, door mevrouwen door de telefoon, het gemeentehuis, etcetera etcetera, waardoor ik snel m'n geduld verloor en ging spellen.
'Goh, wat apart. Een aparte tak?'
Hij had via Google gezocht op zijn eigen achternaam en had mensen met die achternaam in het uiterste puntje van Portugal gespot. Hij wilde er alles over weten, het was allemaal zo interessant.
'Eh, nou, ik heb inderdaad ooit, lang geleden, mijn stamboom uitgezocht. Drie families met die achternaam die niet met elkaar verbonden zijn.'
Hoe deed ik dat dan? En waar? En hoe kon hij dan meer te weten komen? Hoe ver was ik dan gekomen?
Ik legde uit, gaf tips en ging met m'n panty de winkel uit. Op naar het mini-spijkerrokje dat ik vorige week al gespot had, maar ter aarzeling had teruggelegd.
Daar wachtte een enqueteur me op. Een ultra trendy, compleet met afzakbroek en wollen muts jongenman.
'Mag ik je wat vragen?'
Ik glimlachte. Ik was niet geirriteerd, boos of woest. Maar wel vastberaden.
'Ik loop door, hoor.' waarschuwde ik hem en liep ook door. Ik hoorde gemopper. Keek achterom.
Hij keek beduusd. Keek, met ophalende schouders en handen in de lucht, naar zijn enqueteur-collega.
'Ja, al die vragen de hele dag!' riep ik lachend. Al vond ik niet echt dat het uitleg nodig had. Maar dan wil je aardig doen.
Maar dat was meteen de doodsteek. Blijkbaar. Best zielig. Twee totaal beledigde trendy, koele en hippe jongenmannen, die normaliter meteen een meisje c.q jonge vrouw tot stoppen konden brengen. Om met open mond van bewondering naar hen te laten luisteren. En te strikken voor een abootje op een blad, krant, goed doel, of wat dan ook.
'Nou, fijne dag, dan!'
'Jullie ook!'
Er liep een jongenman voor me. Hij droeg een leuke spijkerbroek. Beetje bleek en afgewassen. Hij moest heel hard niezen. Hield netjes zijn hand voor zijn mond.
Wreef zijn vochtige hand af aan zijn billen.
Ik was er klaar mee.
Waarmee?
Daarmee.
er liep een jongenman voor me.
Maar eerst de meneer van de pantywinkel. De meneer moest mijn achternaam weten. Dat ging sowieso bijna altijd verkeerd. De raarste constructies werden gemaakt, door mevrouwen door de telefoon, het gemeentehuis, etcetera etcetera, waardoor ik snel m'n geduld verloor en ging spellen.
'Goh, wat apart. Een aparte tak?'
Hij had via Google gezocht op zijn eigen achternaam en had mensen met die achternaam in het uiterste puntje van Portugal gespot. Hij wilde er alles over weten, het was allemaal zo interessant.
'Eh, nou, ik heb inderdaad ooit, lang geleden, mijn stamboom uitgezocht. Drie families met die achternaam die niet met elkaar verbonden zijn.'
Hoe deed ik dat dan? En waar? En hoe kon hij dan meer te weten komen? Hoe ver was ik dan gekomen?
Ik legde uit, gaf tips en ging met m'n panty de winkel uit. Op naar het mini-spijkerrokje dat ik vorige week al gespot had, maar ter aarzeling had teruggelegd.
Daar wachtte een enqueteur me op. Een ultra trendy, compleet met afzakbroek en wollen muts jongenman.
'Mag ik je wat vragen?'
Ik glimlachte. Ik was niet geirriteerd, boos of woest. Maar wel vastberaden.
'Ik loop door, hoor.' waarschuwde ik hem en liep ook door. Ik hoorde gemopper. Keek achterom.
Hij keek beduusd. Keek, met ophalende schouders en handen in de lucht, naar zijn enqueteur-collega.
'Ja, al die vragen de hele dag!' riep ik lachend. Al vond ik niet echt dat het uitleg nodig had. Maar dan wil je aardig doen.
Maar dat was meteen de doodsteek. Blijkbaar. Best zielig. Twee totaal beledigde trendy, koele en hippe jongenmannen, die normaliter meteen een meisje c.q jonge vrouw tot stoppen konden brengen. Om met open mond van bewondering naar hen te laten luisteren. En te strikken voor een abootje op een blad, krant, goed doel, of wat dan ook.
'Nou, fijne dag, dan!'
'Jullie ook!'
Er liep een jongenman voor me. Hij droeg een leuke spijkerbroek. Beetje bleek en afgewassen. Hij moest heel hard niezen. Hield netjes zijn hand voor zijn mond.
Wreef zijn vochtige hand af aan zijn billen.
Ik was er klaar mee.
Waarmee?
Daarmee.
zaterdag 17 november 2007
DE SCHULDIGE WAS,
de nachtblindheid. Door een donker hofje, krakende bladeren en zwiepende takken van zwarte bomen, liep ik achter en opzij en voor het duister. Waarom er zo weinig lampen schenen in dat hofje van jonge gezinnen, met stationwagens en tuintjes, was me niet duidelijk.
Ik liep richting het station, waar de geur me leek te roepen dat ik nu echt honger kreeg; de snackbar naast het station geurde zulke lekkere dingen mijn neusgaten in.
Ik liep over grote stenen en kwakjes van bijeengeveegde bladeren die al meerdere malen natgeregend waren en nu viezer en dorder werden van de modder en verlepping.
Er lag iets dichtbij een struik. Het was harig en leek ineengedoken. Er ging een rilling langs mijn rug. Een beest?
Toen ik dichterbij kwam, eens goed keek, half voorover gebogen en met toegeknepen ogen, leek het beest dood. Het bewoog niet. Het lag er maar.
Ik hurkte, bekeek het nog beter en nog meer dichterbij.
Het was een bontje. Een lang kraagbontje van een capuchon. Zo'n afhaalbare nepbontje dat in elkaar gedraaid lag. In de kou. Vergeten. Weggegooid?
Een bontje.
Ik stond meteen weer rechtop en liep met ferme passen naar de trein. Flauwekul zeg!
de nachtblindheid. Door een donker hofje, krakende bladeren en zwiepende takken van zwarte bomen, liep ik achter en opzij en voor het duister. Waarom er zo weinig lampen schenen in dat hofje van jonge gezinnen, met stationwagens en tuintjes, was me niet duidelijk.
Ik liep richting het station, waar de geur me leek te roepen dat ik nu echt honger kreeg; de snackbar naast het station geurde zulke lekkere dingen mijn neusgaten in.
Ik liep over grote stenen en kwakjes van bijeengeveegde bladeren die al meerdere malen natgeregend waren en nu viezer en dorder werden van de modder en verlepping.
Er lag iets dichtbij een struik. Het was harig en leek ineengedoken. Er ging een rilling langs mijn rug. Een beest?
Toen ik dichterbij kwam, eens goed keek, half voorover gebogen en met toegeknepen ogen, leek het beest dood. Het bewoog niet. Het lag er maar.
Ik hurkte, bekeek het nog beter en nog meer dichterbij.
Het was een bontje. Een lang kraagbontje van een capuchon. Zo'n afhaalbare nepbontje dat in elkaar gedraaid lag. In de kou. Vergeten. Weggegooid?
Een bontje.
Ik stond meteen weer rechtop en liep met ferme passen naar de trein. Flauwekul zeg!
vrijdag 16 november 2007
Trigger, -spur, stimulate, stir up, trigger de sporen geven,
prikkelen.
(Her)ken je dat?
Dat je op sommige momenten, op sommige plekken, met sommige geluiden, sommige stemmen, geuren, zinnen, teksten, woorden, mensen, ineens teruggaat in je eigen verleden? Teruggaat naar een moment in je leven dat belangrijk voor je was? Of waarvan je altijd dacht dat het er niet toe deed, maar het dan blijkbaar toch doet?
Of zomaar? Dat bepaalde mensen je ineens teveel laten denken? Over alles en niets en alles ertussen? Dat je een geur ruikt en je meteen iemand herinnert, terwijl je ergens bent waar dat totaal niet kan? Of je ineens voelt terwijl je denkt bij jezelf, waarom voel ik die dingen dan nu?
Ik geloof dat die mensen, die momenten, die triggers belangrijk voor je zijn.
Van die leermensen, met hun verborgen leerlesjes.
Ik geloof dat het daarom de kunst is, dat te herkennen. Te zien. Te weten. Je hebt er, denk ik, wel wat aan. Misschien heel erg veel!
prikkelen.
(Her)ken je dat?
Dat je op sommige momenten, op sommige plekken, met sommige geluiden, sommige stemmen, geuren, zinnen, teksten, woorden, mensen, ineens teruggaat in je eigen verleden? Teruggaat naar een moment in je leven dat belangrijk voor je was? Of waarvan je altijd dacht dat het er niet toe deed, maar het dan blijkbaar toch doet?
Of zomaar? Dat bepaalde mensen je ineens teveel laten denken? Over alles en niets en alles ertussen? Dat je een geur ruikt en je meteen iemand herinnert, terwijl je ergens bent waar dat totaal niet kan? Of je ineens voelt terwijl je denkt bij jezelf, waarom voel ik die dingen dan nu?
Ik geloof dat die mensen, die momenten, die triggers belangrijk voor je zijn.
Van die leermensen, met hun verborgen leerlesjes.
Ik geloof dat het daarom de kunst is, dat te herkennen. Te zien. Te weten. Je hebt er, denk ik, wel wat aan. Misschien heel erg veel!
donderdag 15 november 2007
WARME STRALEN,
op m'n rug. Langzaam wordt de badkamer een warme mist. Worden de licht verkrampte spieren, van het blauwbekken op een station, trappend op de pedalen van een fiets, morrend met een sleutel in het slot, weer wat soepeler.
Handschoenen werden nog niet gedragen, uitgesteld, want wat als het echt ging vriezen; de winter als een bom insloeg? Het leren jack met de kraag omhoog en een dikke, lange sjaal was voor nu genoeg.
Maar handen kwamen zelfs in een warme trein niet op temperatuur en konden de bladzijdes van de Sp!its bijna niet omgeslagen worden.
Koppen dampende koffie, een kop thee, vooruit dan maar.
Soepweer, dat was het. Heerlijke tomatensoep, uiensoep, lekker!
Koude tenen in laarzen, wiebel-wiebel, om uit te doen en voeten te laten glijden in ontzettende zachte en warme sloffen zoals de eskimo's er jaloers op konden zijn.
Kaarsen aan, verwarming hoog. Dekentje om schouders heen. Benen onder je billen. Nog een kop koffie?
De warme stralen van de douche gleden langs een wolkjesbuik naar beneden. Nu pas lekker warm. Wat wás het toch koud vandaag!
op m'n rug. Langzaam wordt de badkamer een warme mist. Worden de licht verkrampte spieren, van het blauwbekken op een station, trappend op de pedalen van een fiets, morrend met een sleutel in het slot, weer wat soepeler.
Handschoenen werden nog niet gedragen, uitgesteld, want wat als het echt ging vriezen; de winter als een bom insloeg? Het leren jack met de kraag omhoog en een dikke, lange sjaal was voor nu genoeg.
Maar handen kwamen zelfs in een warme trein niet op temperatuur en konden de bladzijdes van de Sp!its bijna niet omgeslagen worden.
Koppen dampende koffie, een kop thee, vooruit dan maar.
Soepweer, dat was het. Heerlijke tomatensoep, uiensoep, lekker!
Koude tenen in laarzen, wiebel-wiebel, om uit te doen en voeten te laten glijden in ontzettende zachte en warme sloffen zoals de eskimo's er jaloers op konden zijn.
Kaarsen aan, verwarming hoog. Dekentje om schouders heen. Benen onder je billen. Nog een kop koffie?
De warme stralen van de douche gleden langs een wolkjesbuik naar beneden. Nu pas lekker warm. Wat wás het toch koud vandaag!
woensdag 14 november 2007
EEN BLAUW BOEK,
donkerblauw,
lag ergens op een tafel.
Op de voorkant
stond mijn voor-, en achternaam
gedrukt.
Maar het was
een beetje gek,
een omgekeerde vraagteken
stond er tussen.
Het boek was dicht.
Een verhaal binnenin.
Zou er iemand zijn die het boek wilde gaan lezen?
Als het boek geopend werd,
wat zou er dan
geschreven staan?
donkerblauw,
lag ergens op een tafel.
Op de voorkant
stond mijn voor-, en achternaam
gedrukt.
Maar het was
een beetje gek,
een omgekeerde vraagteken
stond er tussen.
Het boek was dicht.
Een verhaal binnenin.
Zou er iemand zijn die het boek wilde gaan lezen?
Als het boek geopend werd,
wat zou er dan
geschreven staan?
dinsdag 13 november 2007
MISSCHIEN VERWIJDER IK DIT,
stukje tekst wel weer. Net zat ik, met m'n (groot) frietje speciaal, naar de comments te staren. Ik begreep het niet. Ik begreep er niets van.
Ik begrijp het nu nog steeds niet en misschien snap ik het wel nooit.
Tweede klas mavo. Een klein, schuchter en stil meiske met een grote bril, een dunne paardenstaart en een boekentas die groter leek dan zijzelf.
Soms was haar boekentas plotseling kwijt. Soms haar jas. Soms lag haar jas in de w.c. Plukte ze het eruit en hoorde ze kinderen lachen in de gang.
Soms kreeg ze een duw. Een stomp. En soms zat het mee; dan werd haar fiets geduwd.
"Jeetje, wat ben jíj lelijk!"
"Ja, wat ben jíj lelijk, zeg!"
Een paar jaar geleden stond ik naar een etalage te kijken van een juwelier. Naast me stond een lange jongen. Hij keek me door de reflectie van het raam geinteresseerd aan. In een flits herkende ik hem als Niels, de jongen die me anderhalf jaar lang treiterde. Soms was een stomp in je maag nog meer te harden dan duizend lelijke woorden. Hij glimlachte. Ik glimlachte aarzelend terug.
"Ken je me nog?" vroeg ik toen ineens.
Hij keek geschrokken, dacht na, en wist het niet.
"Ik was toen dat lelijke eendje en jij die klootzak."
Ik liep weg, hem achterlatend met waarschijnlijk een heleboel vragen.
Als ik een foto uitzoek om ergens te plaatsen, heb ik bijna geen foto's. De foto's die ik heb zijn nooit echt naar m'n zin. Er woelt dan een mini storm door mijn lijf, en voel ik me naakt en bekeken als het toch voor anderen te zien is.
De foto's waar ik uiteindelijk wel tevreden over ben, krijgen minder positieve reacties dan bijvoorbeeld de piekhaar-en-wallen-foto.
Als je telkens hoort dat je lelijk bent, hoe kun je dan geloven dat je mooier bent geworden?
Ik kijk weleens naar die vrouwen-vrouwen. Ken je hen? Die perfecte dames met een mooie haarbos, perfect gelakte nagels, mooie strakke benen, hoge hakken, perfecte make-up en een wandel. Ken je de wandel? De kijk-ik-ben-een-vrouw-van-de-wereld.
Soms ben ik onzeker
door de wandelvrouw.
Ik zeg soms.
Want soms voel ik me blah.
Maar soms voel ik me ook
een vrouw van de wereld.
stukje tekst wel weer. Net zat ik, met m'n (groot) frietje speciaal, naar de comments te staren. Ik begreep het niet. Ik begreep er niets van.
Ik begrijp het nu nog steeds niet en misschien snap ik het wel nooit.
Tweede klas mavo. Een klein, schuchter en stil meiske met een grote bril, een dunne paardenstaart en een boekentas die groter leek dan zijzelf.
Soms was haar boekentas plotseling kwijt. Soms haar jas. Soms lag haar jas in de w.c. Plukte ze het eruit en hoorde ze kinderen lachen in de gang.
Soms kreeg ze een duw. Een stomp. En soms zat het mee; dan werd haar fiets geduwd.
"Jeetje, wat ben jíj lelijk!"
"Ja, wat ben jíj lelijk, zeg!"
Een paar jaar geleden stond ik naar een etalage te kijken van een juwelier. Naast me stond een lange jongen. Hij keek me door de reflectie van het raam geinteresseerd aan. In een flits herkende ik hem als Niels, de jongen die me anderhalf jaar lang treiterde. Soms was een stomp in je maag nog meer te harden dan duizend lelijke woorden. Hij glimlachte. Ik glimlachte aarzelend terug.
"Ken je me nog?" vroeg ik toen ineens.
Hij keek geschrokken, dacht na, en wist het niet.
"Ik was toen dat lelijke eendje en jij die klootzak."
Ik liep weg, hem achterlatend met waarschijnlijk een heleboel vragen.
Als ik een foto uitzoek om ergens te plaatsen, heb ik bijna geen foto's. De foto's die ik heb zijn nooit echt naar m'n zin. Er woelt dan een mini storm door mijn lijf, en voel ik me naakt en bekeken als het toch voor anderen te zien is.
De foto's waar ik uiteindelijk wel tevreden over ben, krijgen minder positieve reacties dan bijvoorbeeld de piekhaar-en-wallen-foto.
Als je telkens hoort dat je lelijk bent, hoe kun je dan geloven dat je mooier bent geworden?
Ik kijk weleens naar die vrouwen-vrouwen. Ken je hen? Die perfecte dames met een mooie haarbos, perfect gelakte nagels, mooie strakke benen, hoge hakken, perfecte make-up en een wandel. Ken je de wandel? De kijk-ik-ben-een-vrouw-van-de-wereld.
Soms ben ik onzeker
door de wandelvrouw.
Ik zeg soms.
Want soms voel ik me blah.
Maar soms voel ik me ook
een vrouw van de wereld.
maandag 12 november 2007
zondag 11 november 2007
HET ELFENMEISJE ZAT IN EEN WINKELKAR,
en wees met haar toverstokje naar de voorbijgangers.
Lichtroze balletpakje met voilekantenrok waarop glitters prijkten. Met in haar haren een roze lint met balletjes eraan. Ze wiebelden heen en weer terwijl ze een zelfgemaakte toverspreuk uitte.
"Hocus pocus pilatus pas, ik wou dat de oude mevrouw ...
een beetje jonger was."
En ze maakte groteske bewegingen en giechelde toen haar moeder haar bestraffend toesprak. De winkelkar zwiepte voorbij de groente en erna het vlees.
"Waarom mag ik dat niet wensen, mam?" wilde ze nog wel weten.
Moeder zuchtte eens terwijl ze een bakje tonijn in olie vasthield. Keek eens om zich heen voordat ze haar dochtertje toesprak.
"Er is niets mis met ouder zijn." legde ze uit. "Misschien vindt die mevrouw het helemaal niet erg."
Ze reden samen door gangpaden, langs het flosdraad, de koekjes, de soepproducten.
Het elfenmeisje zocht naar de mevrouw, bewoog haar staf en keek hoe de glitterdraadjes langs de staf heen en weer dansten als in een geluidloos ballet.
In de rij van de kassa sloot de oudere mevrouw achter hen aan. Moeder keek haar dochter streng aan.
Het elfenmeisje bewoog met haar stafje zonder te wensen.
Ze bekeken elkaar, de oudere vrouw met de rimpels rond haar mond en het elfenmeisje met de spillenbeentjes en de blosjes op haar wangen.
Eén moment van stil begrip.
en wees met haar toverstokje naar de voorbijgangers.
Lichtroze balletpakje met voilekantenrok waarop glitters prijkten. Met in haar haren een roze lint met balletjes eraan. Ze wiebelden heen en weer terwijl ze een zelfgemaakte toverspreuk uitte.
"Hocus pocus pilatus pas, ik wou dat de oude mevrouw ...
een beetje jonger was."
En ze maakte groteske bewegingen en giechelde toen haar moeder haar bestraffend toesprak. De winkelkar zwiepte voorbij de groente en erna het vlees.
"Waarom mag ik dat niet wensen, mam?" wilde ze nog wel weten.
Moeder zuchtte eens terwijl ze een bakje tonijn in olie vasthield. Keek eens om zich heen voordat ze haar dochtertje toesprak.
"Er is niets mis met ouder zijn." legde ze uit. "Misschien vindt die mevrouw het helemaal niet erg."
Ze reden samen door gangpaden, langs het flosdraad, de koekjes, de soepproducten.
Het elfenmeisje zocht naar de mevrouw, bewoog haar staf en keek hoe de glitterdraadjes langs de staf heen en weer dansten als in een geluidloos ballet.
In de rij van de kassa sloot de oudere mevrouw achter hen aan. Moeder keek haar dochter streng aan.
Het elfenmeisje bewoog met haar stafje zonder te wensen.
Ze bekeken elkaar, de oudere vrouw met de rimpels rond haar mond en het elfenmeisje met de spillenbeentjes en de blosjes op haar wangen.
Eén moment van stil begrip.
JE KRIJGT WAT JE GEEFT,
want gisteren, in de vroege avond, liep ik de deur uit van m'n werkplek,
de babietjes tevreden achterlatend. Wachtend op de trein naar huis stond er een mevrouw naar me te kijken. Ze schudde met haar hoofd en het leek of ze aarzelde.
Mijn iPod bracht Sam Cooke ten gehore, een liedje dat ik gekregen had, A Change Is Gonna Come, maar de mevrouw wist van geen ophouden. Ze gebaarde naar, wat leek, m'n achterwerk. Ik fronste m'n wenkbrauwen. Zette toch mijn iPod af.
"Je broek." wees ze.
Ik droeg een zwarte broek die dag. Ik keek een beetje schuin naar m'n billen. Ik zag niets.
"Er zit wit op."
"Wit?"
"Ja, wit."
Die middag gaf ik een baby de fles. Om drie uur zat ik met een net opgewarmde fles op de donkerblauwe bank en liet baby drinken. Het arme kind kon de hoeveelheid melk niet aan, spuugde steeds wat terug. Dus voedde ik hem in étappes. Dat ging goed.
Hij had langs de zijkant van zijn slabber en nekje geknoeid. Ik had het netjes schoongeveegd; ook m'n arm en zijkant van m'n vestje, maar blijkbaar was het langs mijn linkerbil gegaan. Hoe dat kon gebeuren moet je mij niet vragen.
Ik ging gisteren in een zwarte broek en een witte vlek op m'n arse naar huis.
Fijn.
Heel fijn.
's Avonds die broek meteen in de wasmachine gestopt. Maar goed ook, want vanochtend droeg ik 'm weer en was ik samen met din/collega de 1000e bezoeker bij het kindvak enmoesten mochten we op de foto, om erna snel telefoonnummers af te geven om op later tijdstip een cadeautje uit te zoeken.
want gisteren, in de vroege avond, liep ik de deur uit van m'n werkplek,
de babietjes tevreden achterlatend. Wachtend op de trein naar huis stond er een mevrouw naar me te kijken. Ze schudde met haar hoofd en het leek of ze aarzelde.
Mijn iPod bracht Sam Cooke ten gehore, een liedje dat ik gekregen had, A Change Is Gonna Come, maar de mevrouw wist van geen ophouden. Ze gebaarde naar, wat leek, m'n achterwerk. Ik fronste m'n wenkbrauwen. Zette toch mijn iPod af.
"Je broek." wees ze.
Ik droeg een zwarte broek die dag. Ik keek een beetje schuin naar m'n billen. Ik zag niets.
"Er zit wit op."
"Wit?"
"Ja, wit."
Die middag gaf ik een baby de fles. Om drie uur zat ik met een net opgewarmde fles op de donkerblauwe bank en liet baby drinken. Het arme kind kon de hoeveelheid melk niet aan, spuugde steeds wat terug. Dus voedde ik hem in étappes. Dat ging goed.
Hij had langs de zijkant van zijn slabber en nekje geknoeid. Ik had het netjes schoongeveegd; ook m'n arm en zijkant van m'n vestje, maar blijkbaar was het langs mijn linkerbil gegaan. Hoe dat kon gebeuren moet je mij niet vragen.
Ik ging gisteren in een zwarte broek en een witte vlek op m'n arse naar huis.
Fijn.
Heel fijn.
's Avonds die broek meteen in de wasmachine gestopt. Maar goed ook, want vanochtend droeg ik 'm weer en was ik samen met din/collega de 1000e bezoeker bij het kindvak en
zaterdag 10 november 2007
HET WAS EEN IMPULSIEF IETS,
dat beloven dat er iets opgestuurd ging worden.
Er stonden veel mensen met een briefje in hun hand met een nummer erop. Er werd op het groene knopje gedrukt, nummer 367, en daarna werd er een kaartje uitgezocht.
Een klaver vier was eigenlijk het eerste dat in het oog sprong. Dus, het werd een klaver vier.
*PING*
Nummer 367 verscheen op het bord. Bij de balie zat een mevrouw met een vriendelijk gezicht.
"Ik wil alleen graag dit afrekenen en even laten wegen." Het kleine pakketje werd op de weegschaal gelegd.
"Dat is vier keer vier-en-veertig cent."
De kaart werd betaald; er werd gepast geld op de toonbank gelegd. De kaart in de witte envelop gestopt.
Half werd er omgedraaid, maar een aarzeling hield tegen.
"Hoeveel was het wegen ook alweer?"
De mevrouw glimlachte breed.
"Zoals het klavertje vier. Vier keer vier-en-veertig eurocent."
Er werd bedacht dat als meer mensen dát nou deden; iemand die ze nauwelijks kenden ergens blij mee maken, iets waardevols meegeven, de wereld er misschien meer van zou gaan glimlachen. Iemand ervan zou gaan glimlachen.
Niet zo groot. Een klein boekje met een groot verhaal, bijvoorbeeld. Met een joekel van een boodschap. Want het verhaal van Mitch Albom, Tuesdays With Morrie, zou in iedere boekenkast moeten staan.
Gisteren voelde ik me net Sinterklaas.
Dat was een fijn gevoel.
dat beloven dat er iets opgestuurd ging worden.
Er stonden veel mensen met een briefje in hun hand met een nummer erop. Er werd op het groene knopje gedrukt, nummer 367, en daarna werd er een kaartje uitgezocht.
Een klaver vier was eigenlijk het eerste dat in het oog sprong. Dus, het werd een klaver vier.
*PING*
Nummer 367 verscheen op het bord. Bij de balie zat een mevrouw met een vriendelijk gezicht.
"Ik wil alleen graag dit afrekenen en even laten wegen." Het kleine pakketje werd op de weegschaal gelegd.
"Dat is vier keer vier-en-veertig cent."
De kaart werd betaald; er werd gepast geld op de toonbank gelegd. De kaart in de witte envelop gestopt.
Half werd er omgedraaid, maar een aarzeling hield tegen.
"Hoeveel was het wegen ook alweer?"
De mevrouw glimlachte breed.
"Zoals het klavertje vier. Vier keer vier-en-veertig eurocent."
Er werd bedacht dat als meer mensen dát nou deden; iemand die ze nauwelijks kenden ergens blij mee maken, iets waardevols meegeven, de wereld er misschien meer van zou gaan glimlachen. Iemand ervan zou gaan glimlachen.
Niet zo groot. Een klein boekje met een groot verhaal, bijvoorbeeld. Met een joekel van een boodschap. Want het verhaal van Mitch Albom, Tuesdays With Morrie, zou in iedere boekenkast moeten staan.
Gisteren voelde ik me net Sinterklaas.
Dat was een fijn gevoel.
vrijdag 9 november 2007
IN HET KADER VAN,
artiesten die men al in een hokje plaatst,
maar onverwacht iets andersmoois neerzetten:
1) Pink and her daddy.
2)
artiesten die men al in een hokje plaatst,
maar onverwacht iets andersmoois neerzetten:
1) Pink and her daddy.
2)
donderdag 8 november 2007
woensdag 7 november 2007
MAAR HOUDEN VAN,
en iemand van je laten houden
kost soms zoveel.
Geef je zomaar
je zieltje bloot?
Ik zag haar
met tranen in haar ogen
en iemand naast haar
die armen om haar schouders legde,
maar ze weer wegschudde,
zo van haar schouders af.
Niet te dichtbij. Dichtbij doet zo'n zeer.
Dichtbij is risico. Dichtbij is dicht bij.
Haar tranen
biggelden over
haar wangen.
Ze stond daar maar.
Alleen met haar verdriet.
Een rugzak half open.
Voordelen van
niet toelaten.
Waren die er wel?
Houden van, niet teveel,
met mate,
Harten zijn zo kwetsbaar.
Alsof je hart
al tientallen littekens droeg,
allemaal verzorgd met
littekencreme, om alles
te camoufleren,
maar ze waren er toch.
Soms werd je eraan herinnerd
als een regenachtige dag
Afstand houden,
rug toewenden,
muurtje bouwen,
helemaal zelf.
Houden van,
iemand van je laten houden,
deed soms zo'n zeer.
Nog nooit kreeg ik zoveel email over dat ene liedje dat per ongeluk verdween. Er gebeurde iets met het opslaan van blogger en imeem. Hier is het liedje nog een keer. De live versie geeft extreem kippenvel. U is gewaarschuwd.
)
en iemand van je laten houden
kost soms zoveel.
Geef je zomaar
je zieltje bloot?
Ik zag haar
met tranen in haar ogen
en iemand naast haar
die armen om haar schouders legde,
maar ze weer wegschudde,
zo van haar schouders af.
Niet te dichtbij. Dichtbij doet zo'n zeer.
Dichtbij is risico. Dichtbij is dicht bij.
Haar tranen
biggelden over
haar wangen.
Ze stond daar maar.
Alleen met haar verdriet.
Een rugzak half open.
Voordelen van
niet toelaten.
Waren die er wel?
Houden van, niet teveel,
met mate,
Harten zijn zo kwetsbaar.
Alsof je hart
al tientallen littekens droeg,
allemaal verzorgd met
littekencreme, om alles
te camoufleren,
maar ze waren er toch.
Soms werd je eraan herinnerd
als een regenachtige dag
Afstand houden,
rug toewenden,
muurtje bouwen,
helemaal zelf.
Houden van,
iemand van je laten houden,
deed soms zo'n zeer.
Nog nooit kreeg ik zoveel email over dat ene liedje dat per ongeluk verdween. Er gebeurde iets met het opslaan van blogger en imeem. Hier is het liedje nog een keer. De live versie geeft extreem kippenvel. U is gewaarschuwd.
)
dinsdag 6 november 2007
HEERLIJK, VANDAAG WAS IK,
weer aan het werk.
Enkele uitspraken van vandaag:
Bij binnenkomst:
"Karin! Ik heb je vermist!"
In een gesprek aan tafel:
S (2,5 jr) "Z. is verlegen."
"Wat betekent dat? Verlegen zijn?"
S (2,5 jr) "Dan doe je je ogen dicht."
's Middags zingen we liedjes.
"Tien kleine visjes, zwemmen in de zee"
T (3 jr)"Nee, nee, nee, doe er maar twee! Anders duurt het zo lang."
weer aan het werk.
Enkele uitspraken van vandaag:
Bij binnenkomst:
"Karin! Ik heb je vermist!"
In een gesprek aan tafel:
S (2,5 jr) "Z. is verlegen."
"Wat betekent dat? Verlegen zijn?"
S (2,5 jr) "Dan doe je je ogen dicht."
's Middags zingen we liedjes.
"Tien kleine visjes, zwemmen in de zee"
T (3 jr)"Nee, nee, nee, doe er maar twee! Anders duurt het zo lang."
maandag 5 november 2007
POEFF, LIGHTBULBMOMENT,
om Oprah maar eens te quoten. Whoops, dat mag toch niet meer?
Het was een beetje lanterfanten en af en toe naar het kookstel wandelen om te checken of de aardappels en de spruitjes gaar waren en om te zien dat als ze gaar waren, er meteen zonnebloemolie in de pan kon om spekjes te bakken.
Candy zat naast Dave Stewart. Een nieuw programma van de NPS. Candy Meets. Op een bepaald moment vertelde ze dat haar spirituele leeftijd 'about fourteen' was. Vervolgens vroeg ze aan Dave wat de zijne was. Hij wist het vrij meteen. 'About seven or eight.'
Normaal gesproken zou iemand daar een beetje ongemakkelijk van gaan wiebelen. Zo van, wat is dit voor een zweverige onzin?
Het enige wat ik dacht was, als je echt een soort van spirituele leeftijd hebt, het gevoel jonger te zijn in je hart (en ziel) dan je werkelijke geboortejaar, met alle onbevangenheid van dromen en manier van kijken naar de wereld en mensen om je heen, welke mensen horen dan bij je, als gros van de mensen ongemakkelijk gaat wiebelen en het hele andere benamingen geeft?
om Oprah maar eens te quoten. Whoops, dat mag toch niet meer?
Het was een beetje lanterfanten en af en toe naar het kookstel wandelen om te checken of de aardappels en de spruitjes gaar waren en om te zien dat als ze gaar waren, er meteen zonnebloemolie in de pan kon om spekjes te bakken.
Candy zat naast Dave Stewart. Een nieuw programma van de NPS. Candy Meets. Op een bepaald moment vertelde ze dat haar spirituele leeftijd 'about fourteen' was. Vervolgens vroeg ze aan Dave wat de zijne was. Hij wist het vrij meteen. 'About seven or eight.'
Normaal gesproken zou iemand daar een beetje ongemakkelijk van gaan wiebelen. Zo van, wat is dit voor een zweverige onzin?
Het enige wat ik dacht was, als je echt een soort van spirituele leeftijd hebt, het gevoel jonger te zijn in je hart (en ziel) dan je werkelijke geboortejaar, met alle onbevangenheid van dromen en manier van kijken naar de wereld en mensen om je heen, welke mensen horen dan bij je, als gros van de mensen ongemakkelijk gaat wiebelen en het hele andere benamingen geeft?
zondag 4 november 2007
HEB JE TOEVALLIG REVA VAN WITTE KOORD,
nog gevolgd?
Het loopt ten einde; de wedstrijd heeft een deadline.
Reva Reijnen heeft nu wel een gezicht.

Nadat ik een oproepje op m'n weblog had geplaatst, kreeg ik een enthousiaste email van Marloes van den Berg, afgestudeerd in Januari 2006 aan de Opleiding illustratie aan de HKU. Haar illustraties worden ondersteunt door animatie, zo heeft ze in haar
afstudeerproject op illustratieve en poetiche wijze een animatiefilm
gemaakt over de leefwereld van een meisje met meervoudige persoonlijkheids stoornis. Daarna heeft zij een animatieproject gedaan waarin ze 4 afleveringen van Nijntje heeft geanimeerd. Heden is zij wederom bezig met illustreren.
Hoewel de wedstrijd ten einde komt, ben ik wel van plan ermee verder te gaan. Het verhaal is namelijk nog niet af. Volg Reva dus ook na 9 november 2007. En dus ook meer illustraties van Marloes.
nog gevolgd?
Het loopt ten einde; de wedstrijd heeft een deadline.
Reva Reijnen heeft nu wel een gezicht.

Nadat ik een oproepje op m'n weblog had geplaatst, kreeg ik een enthousiaste email van Marloes van den Berg, afgestudeerd in Januari 2006 aan de Opleiding illustratie aan de HKU. Haar illustraties worden ondersteunt door animatie, zo heeft ze in haar
afstudeerproject op illustratieve en poetiche wijze een animatiefilm
gemaakt over de leefwereld van een meisje met meervoudige persoonlijkheids stoornis. Daarna heeft zij een animatieproject gedaan waarin ze 4 afleveringen van Nijntje heeft geanimeerd. Heden is zij wederom bezig met illustreren.
Via via ben ik bij witte koord terecht gekomen, waarbij ik de teksten
over Reva onder ogen kreeg. Deze wekten bij mij zoveel beelden op dat
ik er ook echt iets mee wilde gaan doen, zie hier het eerste resultaat,
en nog vele te gaan!"
Hoewel de wedstrijd ten einde komt, ben ik wel van plan ermee verder te gaan. Het verhaal is namelijk nog niet af. Volg Reva dus ook na 9 november 2007. En dus ook meer illustraties van Marloes.
"EN WEET JE WAT HET IS,
ik heb nu eenmaal kleine voeten. Ik heb nu eenmaal mini schouders. Een ex van een meter negentig, van lang geleden, legde zijn grote handen op mijn schouders, wilde (ver) voorover buigen om me te zoenen, stopte plots, bekeek mijn schouders, zijn handen en schoot in de lach.
'Moet je eens kijken. Mijn handen passen helemaal om je schouders heen.'
Ha! Ha! Ha!
Als het je niet zint, spreek dan af met Inge de Bruin!
De broer van vriendinnetje, middenin de pubertijd, wierp een blik op mijn nieuwe schoenen, keek naar mij, keek weer naar m'n nieuwe schoenen, waar ik zó blij mee was, en schoot in de lach.
'Je hebt dwergenvoetjes.'
Ha! Ha! ha!
Die dwergenvoetjes kunnen anders heul hard schoppen!
Vorig jaar, net bij een nieuwe locatie gesetteld, stond er een kind van net drie jaar voor m'n neus. Ze bekeek me, hield haar hoofd schuin, en fronste haar wenkbrauwen.
'Ben jij een meisje of een mevrouw?'
Ha! Ha! Ha!
Zal ik je eens wat vertellen? Ik ben een meisjesmevrouw. En nou buiten spelen!
Dan zal ik u de anekdotes maar besparen van het niet toelaten van een boven de twintig danscafe, terwijl vriendin, twee jaar jonger, vrolijk naar binnen wandelde,
de mevrouw achter het paspoortloket me tot twee keer vroeg of ik nog steeds een meter twee-en-zestig was en ouders die soms stijl achterover slaan bij het horen van mijn geboortejaar en werkervaringen. 'Ben jij ook van het Maywoodtijdperk?'
En choco ijs, ja choco ijs, is volwassenenijs!
Verdomme!
Verdomme!
Verdomme!
ik heb nu eenmaal kleine voeten. Ik heb nu eenmaal mini schouders. Een ex van een meter negentig, van lang geleden, legde zijn grote handen op mijn schouders, wilde (ver) voorover buigen om me te zoenen, stopte plots, bekeek mijn schouders, zijn handen en schoot in de lach.
'Moet je eens kijken. Mijn handen passen helemaal om je schouders heen.'
Ha! Ha! Ha!
Als het je niet zint, spreek dan af met Inge de Bruin!
De broer van vriendinnetje, middenin de pubertijd, wierp een blik op mijn nieuwe schoenen, keek naar mij, keek weer naar m'n nieuwe schoenen, waar ik zó blij mee was, en schoot in de lach.
'Je hebt dwergenvoetjes.'
Ha! Ha! ha!
Die dwergenvoetjes kunnen anders heul hard schoppen!
Vorig jaar, net bij een nieuwe locatie gesetteld, stond er een kind van net drie jaar voor m'n neus. Ze bekeek me, hield haar hoofd schuin, en fronste haar wenkbrauwen.
'Ben jij een meisje of een mevrouw?'
Ha! Ha! Ha!
Zal ik je eens wat vertellen? Ik ben een meisjesmevrouw. En nou buiten spelen!
Dan zal ik u de anekdotes maar besparen van het niet toelaten van een boven de twintig danscafe, terwijl vriendin, twee jaar jonger, vrolijk naar binnen wandelde,
de mevrouw achter het paspoortloket me tot twee keer vroeg of ik nog steeds een meter twee-en-zestig was en ouders die soms stijl achterover slaan bij het horen van mijn geboortejaar en werkervaringen. 'Ben jij ook van het Maywoodtijdperk?'
En choco ijs, ja choco ijs, is volwassenenijs!
Verdomme!
Verdomme!
Verdomme!
zaterdag 3 november 2007
vrijdag 2 november 2007
'WAAROM STAAT ER EEN HERTJE DAAR ONDERIN?'
1995.
Joyce kwam met een vrij timide wandel via de achterdeur naar binnen. Ze legde een groot vel papier op tafel, vroeg om sap en een koekje en wilde daarna weer naar buiten.
Mijn blik viel op de tafel. Dat grote vel papier. Het lag niet helemaal gevouwen, maar half open, in een soort van boog. Ik zag lijnen. Gekleurde lijnen. Als in een tekening. Maar gros bleef wit.
Joyce nam een vriendinnetje mee naar binnen. Ze keken televisie terwijl ik de houten vloer dweilde. Met een zwier wreef ik de mop langs de tafel, onder de tafel.
Mijn oog bleef met een magnetiserende blik teruggaan naar de tekening. Er waren pijlen gemaakt, zag ik. Pijlen en namen. Ik zag, toen ik per ongeluk tegen de tafel stootte en het vel papier verder openschoof, ook mijn naam staan.
Vriendinnetje ging, toen het donker werd, naar huis. Mama zou zo thuiskomen, en papa werkte laat. Broertje Robin werd door de moeder van een vriendje thuisgebracht. De auto toeterde licht toen ik voor het raam stond en zwaaide. Robin kwam met een oorverdovend lawaai aan enthousiasme binnen en liet me een speelgoedauto zien.
'Dat mag ik hebben van Thijmen!' sprong hij bijna een gat in de lucht van blijdschap. Ik glimlachte en begon de aardappels te schillen. Ik zou het eten voorbereiden tot hun mama thuiskwam.
Joyce was aan tafel gaan zitten en bekeek de tekening. Het lag nu helemaal open.
'Wat heb je getekend?' vroeg ik.
Joyce keek op en haalde haar schouders op.
'Dat moest van Elly.'
'Wie is Elly?'
'De mevrouw waar ik elke week heen moet om te praten.'
Ik begreep het.
'En om te tekenen.' vulde ik aan.
Ze knikte.
Ik zag een aantal dieren op het vel papier. Op een kinderlijke manier getekend; met grove lijnen. Ik zag een beer, een kat, en een hert. De beer was papa, de kat was mama. Bij het hert stond mijn naam.
'Ben ik een hert?' vroeg ik verbaasd.
Joyce knikte.
1995.
Joyce kwam met een vrij timide wandel via de achterdeur naar binnen. Ze legde een groot vel papier op tafel, vroeg om sap en een koekje en wilde daarna weer naar buiten.
Mijn blik viel op de tafel. Dat grote vel papier. Het lag niet helemaal gevouwen, maar half open, in een soort van boog. Ik zag lijnen. Gekleurde lijnen. Als in een tekening. Maar gros bleef wit.
Joyce nam een vriendinnetje mee naar binnen. Ze keken televisie terwijl ik de houten vloer dweilde. Met een zwier wreef ik de mop langs de tafel, onder de tafel.
Mijn oog bleef met een magnetiserende blik teruggaan naar de tekening. Er waren pijlen gemaakt, zag ik. Pijlen en namen. Ik zag, toen ik per ongeluk tegen de tafel stootte en het vel papier verder openschoof, ook mijn naam staan.
Vriendinnetje ging, toen het donker werd, naar huis. Mama zou zo thuiskomen, en papa werkte laat. Broertje Robin werd door de moeder van een vriendje thuisgebracht. De auto toeterde licht toen ik voor het raam stond en zwaaide. Robin kwam met een oorverdovend lawaai aan enthousiasme binnen en liet me een speelgoedauto zien.
'Dat mag ik hebben van Thijmen!' sprong hij bijna een gat in de lucht van blijdschap. Ik glimlachte en begon de aardappels te schillen. Ik zou het eten voorbereiden tot hun mama thuiskwam.
Joyce was aan tafel gaan zitten en bekeek de tekening. Het lag nu helemaal open.
'Wat heb je getekend?' vroeg ik.
Joyce keek op en haalde haar schouders op.
'Dat moest van Elly.'
'Wie is Elly?'
'De mevrouw waar ik elke week heen moet om te praten.'
Ik begreep het.
'En om te tekenen.' vulde ik aan.
Ze knikte.
Ik zag een aantal dieren op het vel papier. Op een kinderlijke manier getekend; met grove lijnen. Ik zag een beer, een kat, en een hert. De beer was papa, de kat was mama. Bij het hert stond mijn naam.
'Ben ik een hert?' vroeg ik verbaasd.
Joyce knikte.
'IK BEN JE DAME NIET!'
Dat riep ik een tijdje geleden. Met een uitgestoken wijsvinger. Zo'n wacht-jij-maar-af wijsvinger. Mijn fietsfietslamp deed het niet. Braaf als ik was kocht ik bij de fietsenmaker van die fietslampjes die je ook mee kon nemen de trein in. Zulke lampjes die onverwacht in je tas gingen flikkeren, omdat er een zware organizer tegenaan viel.
'Mevrouw, uw tas flikkert.' was dan het gevolg. Zodat je met een blozend hoofd snel je tas indook om de boel weer uit te zetten.
Zulke lampjes die op batterijen gingen. Heul lang. Verstelbaar ook. Een wit en een rood. Rood voor achter. En dan drie standjes. Dat geflikker was dan de opvallerige variant. Voor de opvallerige types. In het donker.
Mooi toch?
'Nee, niet mooi!' riep meneer agent, die me aanhield en me dirigeerde naar de stoep.
'Die lampjes op je jas en daar aan je fietstas zitten op de verkeerde plek.'
'Wat nou verkeerde plek? U heeft me niet voor niets gewoon gezien!'
Bijdehandje, dacht meneer agent hardop.
Tss. Ik bijdehand. Ik ben alleen bijdehand als er onrecht aangedaan wordt. Van de fietslamp. Welteverstaan.
'U zorgt de volgende keer voor een andere bevestiging van de fietslampjes, dame.'
Dat 'dame' deed het 'm. Bijna voelde ik me een ietwat gekleurde mevrouw met een fikse attitude. Compleet met de 'PSSSH' en het welbekende stopteken.
'Ik vind het je reinste onzin! Licht is licht!'
Dat mocht ik vinden. Op een denigrerende toon. Mopperend stapte ik op m'n fiets.
Licht is toch licht?
Dat riep ik een tijdje geleden. Met een uitgestoken wijsvinger. Zo'n wacht-jij-maar-af wijsvinger. Mijn fietsfietslamp deed het niet. Braaf als ik was kocht ik bij de fietsenmaker van die fietslampjes die je ook mee kon nemen de trein in. Zulke lampjes die onverwacht in je tas gingen flikkeren, omdat er een zware organizer tegenaan viel.
'Mevrouw, uw tas flikkert.' was dan het gevolg. Zodat je met een blozend hoofd snel je tas indook om de boel weer uit te zetten.
Zulke lampjes die op batterijen gingen. Heul lang. Verstelbaar ook. Een wit en een rood. Rood voor achter. En dan drie standjes. Dat geflikker was dan de opvallerige variant. Voor de opvallerige types. In het donker.
Mooi toch?
'Nee, niet mooi!' riep meneer agent, die me aanhield en me dirigeerde naar de stoep.
'Die lampjes op je jas en daar aan je fietstas zitten op de verkeerde plek.'
'Wat nou verkeerde plek? U heeft me niet voor niets gewoon gezien!'
Bijdehandje, dacht meneer agent hardop.
Tss. Ik bijdehand. Ik ben alleen bijdehand als er onrecht aangedaan wordt. Van de fietslamp. Welteverstaan.
'U zorgt de volgende keer voor een andere bevestiging van de fietslampjes, dame.'
Dat 'dame' deed het 'm. Bijna voelde ik me een ietwat gekleurde mevrouw met een fikse attitude. Compleet met de 'PSSSH' en het welbekende stopteken.
'Ik vind het je reinste onzin! Licht is licht!'
Dat mocht ik vinden. Op een denigrerende toon. Mopperend stapte ik op m'n fiets.
Licht is toch licht?
donderdag 1 november 2007
woensdag 31 oktober 2007
RODE SOKKEN DROEG,
de oudere meneer. Hij zat in de zwartleren lounge stoel, wat hem plotseling kleiner maakte dan hij was. Net ervoor had hij gedrenteld en gedraaid voordat hij ging zitten, zoals honden dat deden voordat ze hun plekje gevonden hadden in hun mand.
Bij binnenkomst waren zijn ogen al richting wachtruimte afgedwaald, terwijl de receptioniste tot twee keer toe zijn naam vroeg. Sommige mannen keken en sommige mannen loerden. Ik had mijn jurkje niet aan moeten doen, schoot het door mijn hoofd. En dat was gewoon je reinste onzin, bedacht ik meteen. Toch voelde ik een ongecontroleerde dwang mijn jurk tot ver over mijn pantybenen te trekken.
Hij had grijze haren in pieken boven zijn oren. Met een gelige glimlach. Hij liet een tijdschrift vallen en verontschuldigde zich. Terwijl ik niet begreep waarom; het tijdschrift viel niet aan mijn kant.
Ik wilde naar buiten staren, naar het park waar blaadjes van takken naar beneden dwarrelden. Waar de zon matigjes door de bomen keek.
"Fijn weertje he?" ondernam de meneer een poging.
Soms voelde je oprechtheid en soms voelde je bijbedoelingen. Soms waren bijbedoelingen prima en oprechte bijbedoelingen ook. Soms wilde je zelf ook contact, en iemand beter leren kennen. Maar soms voelde het niet goed.
Even moest ik bedenken wat ik ging doen. Zijn blik ging als een streling die ik weg wilde duwen langs mijn gezicht naar beneden.
"Ik zou graag even niet willen praten." fluisterde ik bijna.
De knoop leek als een baksteen naar beneden te vallen, in de kom van mijn maag.
De meneer met zijn stralende flirtende glimlach leek even stil onder mijn woorden.
Hij pakte een Party en sloeg het open voor zijn gezicht. Ik zag erna niet meer waar hij naar keek. Werd ik geroepen door de kapster. Liep ik mee naar de stoel. Met priemende ogen in mijn wollen jurkjes rug.
de oudere meneer. Hij zat in de zwartleren lounge stoel, wat hem plotseling kleiner maakte dan hij was. Net ervoor had hij gedrenteld en gedraaid voordat hij ging zitten, zoals honden dat deden voordat ze hun plekje gevonden hadden in hun mand.
Bij binnenkomst waren zijn ogen al richting wachtruimte afgedwaald, terwijl de receptioniste tot twee keer toe zijn naam vroeg. Sommige mannen keken en sommige mannen loerden. Ik had mijn jurkje niet aan moeten doen, schoot het door mijn hoofd. En dat was gewoon je reinste onzin, bedacht ik meteen. Toch voelde ik een ongecontroleerde dwang mijn jurk tot ver over mijn pantybenen te trekken.
Hij had grijze haren in pieken boven zijn oren. Met een gelige glimlach. Hij liet een tijdschrift vallen en verontschuldigde zich. Terwijl ik niet begreep waarom; het tijdschrift viel niet aan mijn kant.
Ik wilde naar buiten staren, naar het park waar blaadjes van takken naar beneden dwarrelden. Waar de zon matigjes door de bomen keek.
"Fijn weertje he?" ondernam de meneer een poging.
Soms voelde je oprechtheid en soms voelde je bijbedoelingen. Soms waren bijbedoelingen prima en oprechte bijbedoelingen ook. Soms wilde je zelf ook contact, en iemand beter leren kennen. Maar soms voelde het niet goed.
Even moest ik bedenken wat ik ging doen. Zijn blik ging als een streling die ik weg wilde duwen langs mijn gezicht naar beneden.
"Ik zou graag even niet willen praten." fluisterde ik bijna.
De knoop leek als een baksteen naar beneden te vallen, in de kom van mijn maag.
De meneer met zijn stralende flirtende glimlach leek even stil onder mijn woorden.
Hij pakte een Party en sloeg het open voor zijn gezicht. Ik zag erna niet meer waar hij naar keek. Werd ik geroepen door de kapster. Liep ik mee naar de stoel. Met priemende ogen in mijn wollen jurkjes rug.
ER MOEST EEN TREIN GEHAALD,
op een erg druk station. Mensen liepen langs elkaar heen, zigzaggend. Er was veel haast. Drukte. Beweging.
Er hingen gele borden aan de plafonds, die normaal gewoon op ooghoogte geplaatst waren. Op een geel bord stond De Bestemming.
De trap op, hijgend, bovenaan het perron. Maar er was geen normaal perron. Er lag een soort eng, vervelend Ter Land Ter Zee brug van hout dat steil naar beneden wees naar de trein, met daaromheen een boel water. Er moest met een rotvaart van de brug gegleden worden langs klotsend water om de trein in te kunnen.
Wie verzon dat nou?
op een erg druk station. Mensen liepen langs elkaar heen, zigzaggend. Er was veel haast. Drukte. Beweging.
Er hingen gele borden aan de plafonds, die normaal gewoon op ooghoogte geplaatst waren. Op een geel bord stond De Bestemming.
De trap op, hijgend, bovenaan het perron. Maar er was geen normaal perron. Er lag een soort eng, vervelend Ter Land Ter Zee brug van hout dat steil naar beneden wees naar de trein, met daaromheen een boel water. Er moest met een rotvaart van de brug gegleden worden langs klotsend water om de trein in te kunnen.
Wie verzon dat nou?
dinsdag 30 oktober 2007
MET ZONDER WOORDEN,
en grote bruine ogen was zij daar. Ze was uit haar kinderstoeltje gezet en liep voor me uit. Alsof ze voelde, wist, dat ik de weg niet wist.
Ze had bruine haren tot net op haar schouders met een dikke, korte pony en ze droeg er twee lichtblauwe speldjes in. Een soort van Zweeds cremekleurig gebreid vestje met flosjes eraan. Een ribfluwelen rok, donker, en een lichte maillot.
Ze keek, terwijl ze voor me liep, een paar keer achterom en draaide toen de hoek om en wees naar de donker houten trap naar beneden.
Terwijl ze vragend achterom keek moest ik glimlachen. Ze stapte met haar kleine beentjes naar beneden terwijl ik haar volgde. Het *tip* *tap* *tip* *tap* geluid galmde na; we belanden in een soort kelder waar aan de ene kant de keuken was en aan de andere kant twee toiletten waren.
Het meisje pakte de klink van de deur vast en trok eraan. Op de tenen van haar lakschoentjes probeerde ze de deur te openen. Toen het lukte en ze naar binnen stapte, keek ze me even aan.
'Pas fermer.' schudde ze haar hoofd. Ik knikte dat ik het begreep. Pas fermer.
Terwijl ze door de kier van de deur naar me bleef kijken, minutenlang, en ik maar glimlachend terug keek, rook ik aangebrand eten. Er volgde een sliert van grijze rook langs de muren richting toiletten. Langs kleine zwartwit geblokte tegels en donkergele muren. Ik hoorde Frans gevloek in de keuken, pannen die schoven over electrische platen. Een ober trippelde naar beneden en kwam polshoogte nemen, keek mij even bezorgd aan en liep toen weer naar boven. Hij was nauwelijks groter dan ik, maar zijn benen leken kleiner.
Het Frans/Belgische meisje bleef me aankijken, ook toen ze om moest draaien om door te trekken.
Toen mocht ik.
'Pas fermer?' vroeg ze toen.
Heel even vond ik dat een benauwd moment. Ik wilde wel de deur gewoon sluiten.
'Moment fermer, d'acord?'
Ze knikte. Ik sloot de deur. Haastte me. Op de een of andere manier.
Toen ik de deur weer opende stond ze nog op me te wachten. Samen wasten we onze handen. Ik gaf haar twee papieren doekjes. Samen legden we de doekjes in de vuilnisbak onder de wastafel. Voor me uit *tip* *tap* *tip* *tapte ze weer de trap op naar boven.
en grote bruine ogen was zij daar. Ze was uit haar kinderstoeltje gezet en liep voor me uit. Alsof ze voelde, wist, dat ik de weg niet wist.
Ze had bruine haren tot net op haar schouders met een dikke, korte pony en ze droeg er twee lichtblauwe speldjes in. Een soort van Zweeds cremekleurig gebreid vestje met flosjes eraan. Een ribfluwelen rok, donker, en een lichte maillot.
Ze keek, terwijl ze voor me liep, een paar keer achterom en draaide toen de hoek om en wees naar de donker houten trap naar beneden.
Terwijl ze vragend achterom keek moest ik glimlachen. Ze stapte met haar kleine beentjes naar beneden terwijl ik haar volgde. Het *tip* *tap* *tip* *tap* geluid galmde na; we belanden in een soort kelder waar aan de ene kant de keuken was en aan de andere kant twee toiletten waren.
Het meisje pakte de klink van de deur vast en trok eraan. Op de tenen van haar lakschoentjes probeerde ze de deur te openen. Toen het lukte en ze naar binnen stapte, keek ze me even aan.
'Pas fermer.' schudde ze haar hoofd. Ik knikte dat ik het begreep. Pas fermer.
Terwijl ze door de kier van de deur naar me bleef kijken, minutenlang, en ik maar glimlachend terug keek, rook ik aangebrand eten. Er volgde een sliert van grijze rook langs de muren richting toiletten. Langs kleine zwartwit geblokte tegels en donkergele muren. Ik hoorde Frans gevloek in de keuken, pannen die schoven over electrische platen. Een ober trippelde naar beneden en kwam polshoogte nemen, keek mij even bezorgd aan en liep toen weer naar boven. Hij was nauwelijks groter dan ik, maar zijn benen leken kleiner.
Het Frans/Belgische meisje bleef me aankijken, ook toen ze om moest draaien om door te trekken.
Toen mocht ik.
'Pas fermer?' vroeg ze toen.
Heel even vond ik dat een benauwd moment. Ik wilde wel de deur gewoon sluiten.
'Moment fermer, d'acord?'
Ze knikte. Ik sloot de deur. Haastte me. Op de een of andere manier.
Toen ik de deur weer opende stond ze nog op me te wachten. Samen wasten we onze handen. Ik gaf haar twee papieren doekjes. Samen legden we de doekjes in de vuilnisbak onder de wastafel. Voor me uit *tip* *tap* *tip* *tapte ze weer de trap op naar boven.
maandag 29 oktober 2007
MEN VINDT JE ZO ALLEENIG,
als je besluit alleen met vakantie te gaan. Toen ik net negentien was, besloot ik heel impulsief een reis te boeken naar Parijs. Ik ging alleen. Liep bij m'n ouders het trottoir af met mijn blauwe koffer en zwaaide toen ik de hoek van de straat om ging met een dikke traan over mijn wangen. De hele reis dacht ik: Waar ben ik aan begonnen?! Het was mijn fijnste vakantie tot toen toe.
Als je met vriendinnetje en ouders naar het zuiden van Frankrijk reist kom je tot de ontdekking dat je soms andere ideeen hebt over vakantie vieren. Een Dune de Pilat opklauteren terwijl je tweede graads verbrandingen hebt opgelopen, zat niet echt in mijn relax lijstje. Mijn voeten, benen en alles dat aan zon reflecteerde, van de zee op mijn huid, bleek tweedegraads verbrand. Maar ik moest me niet aanstellen! Gewoon klimmen, die %!!*&$#@! berg op.
Als je je liefde van je leven (yeah right) besluit achterna te reizen, helemaal naar de andere kant van de oceaan, in Dallas welteverstaan, dan ga je gewoon. In je uppie. Ik was nog nooit in de hal geweest van Schiphol en kreeg spontane angst toen ik helemaal in de war raakte van alle aankomst en vertrektijden op al die borden. Bovendien was ik net twee dagen ervoor mijn knie kapot gevallen en moest ik met hechtingen en krukken het vliegtuig in. Altijd zorgde ik voor een annuleringsverzekering, en dan net die keer niet. Isn't it ironic? Don't you think?
Dan was er die keer dat ik vastbesloten was alleen met kerst naar Antwerpen te gaan. Omdat ik kerst thuis vervloekte. Al die gezelligheid met de familie, cadeautjes en stomme kerstbomen. Totdat een vriend ook een beetje alleenig was en we samen besloten te gaan. Op tweede kerstdag bleken alle restaurants gesloten en zaten wij (geheel tegen zijn oma's regels) bij de Mac. Maar ik moet nog steeds glimlachen als ik eraan terugdenk.
Ik ben weer thuis.
als je besluit alleen met vakantie te gaan. Toen ik net negentien was, besloot ik heel impulsief een reis te boeken naar Parijs. Ik ging alleen. Liep bij m'n ouders het trottoir af met mijn blauwe koffer en zwaaide toen ik de hoek van de straat om ging met een dikke traan over mijn wangen. De hele reis dacht ik: Waar ben ik aan begonnen?! Het was mijn fijnste vakantie tot toen toe.
Als je met vriendinnetje en ouders naar het zuiden van Frankrijk reist kom je tot de ontdekking dat je soms andere ideeen hebt over vakantie vieren. Een Dune de Pilat opklauteren terwijl je tweede graads verbrandingen hebt opgelopen, zat niet echt in mijn relax lijstje. Mijn voeten, benen en alles dat aan zon reflecteerde, van de zee op mijn huid, bleek tweedegraads verbrand. Maar ik moest me niet aanstellen! Gewoon klimmen, die %!!*&$#@! berg op.
Als je je liefde van je leven (yeah right) besluit achterna te reizen, helemaal naar de andere kant van de oceaan, in Dallas welteverstaan, dan ga je gewoon. In je uppie. Ik was nog nooit in de hal geweest van Schiphol en kreeg spontane angst toen ik helemaal in de war raakte van alle aankomst en vertrektijden op al die borden. Bovendien was ik net twee dagen ervoor mijn knie kapot gevallen en moest ik met hechtingen en krukken het vliegtuig in. Altijd zorgde ik voor een annuleringsverzekering, en dan net die keer niet. Isn't it ironic? Don't you think?
Dan was er die keer dat ik vastbesloten was alleen met kerst naar Antwerpen te gaan. Omdat ik kerst thuis vervloekte. Al die gezelligheid met de familie, cadeautjes en stomme kerstbomen. Totdat een vriend ook een beetje alleenig was en we samen besloten te gaan. Op tweede kerstdag bleken alle restaurants gesloten en zaten wij (geheel tegen zijn oma's regels) bij de Mac. Maar ik moet nog steeds glimlachen als ik eraan terugdenk.
Ik ben weer thuis.
vrijdag 26 oktober 2007
STEL JE EENS VOOR DAT,
er een heuvellandschap je uitzicht beroert.
De bank uitzicht heeft op een kleine verranda.
Dat het hout in het vuur in de open haard
knappert en flikkert.
Dat de koffie pruttelt in de keuken
en de kaarsjes branden op tafel.
Er een boek op de bank ligt op bladzijde 4.
Het dekentje warm is en de sloffen ook.
Je kan uitslapen en kan wandelen langs de rivier.
Stel je dat eens voor, een paar dagen lang.
Nou?
er een heuvellandschap je uitzicht beroert.
De bank uitzicht heeft op een kleine verranda.
Dat het hout in het vuur in de open haard
knappert en flikkert.
Dat de koffie pruttelt in de keuken
en de kaarsjes branden op tafel.
Er een boek op de bank ligt op bladzijde 4.
Het dekentje warm is en de sloffen ook.
Je kan uitslapen en kan wandelen langs de rivier.
Stel je dat eens voor, een paar dagen lang.
Nou?
SOMS HUIL JE EVEN
voor een ander,
terwijl je zelf
niet echt noodzakelijkerwijs
verdriet hebt.
De crematie was raar
en mooi tegelijk.
De mensen die spraken.
De liedjes.
Het jongetje met z'n blokfluit.
De kist vol bloemen.
De gebogen schouders
van de verlatene.
Het heftige snikken
van een kleinkind.
Ik stond in de rij
omdat het hoorde.
Ik kende de persoon
in de kist helemaal niet.
Ik was er voor jou,
om je te steunen.
Een blik op je broze schouders
en de arm om je zoon
maakte dat ik
mezelf even verloor
in het verdriet
van een ander.
Hope there's someone
Who'll take care of me
When I die, Will I go
Antony and the Johnsons.
voor een ander,
terwijl je zelf
niet echt noodzakelijkerwijs
verdriet hebt.
De crematie was raar
en mooi tegelijk.
De mensen die spraken.
De liedjes.
Het jongetje met z'n blokfluit.
De kist vol bloemen.
De gebogen schouders
van de verlatene.
Het heftige snikken
van een kleinkind.
Ik stond in de rij
omdat het hoorde.
Ik kende de persoon
in de kist helemaal niet.
Ik was er voor jou,
om je te steunen.
Een blik op je broze schouders
en de arm om je zoon
maakte dat ik
mezelf even verloor
in het verdriet
van een ander.
Hope there's someone
Who'll take care of me
When I die, Will I go
Antony and the Johnsons.
donderdag 25 oktober 2007
woensdag 24 oktober 2007
dinsdag 23 oktober 2007
ER WAS NIET ALLEEN HERFST BUITEN,
maar ook binnen, in de groep. Er werd een boom getekend (door mij) op een groot stuk karton. De boom werd daarna geverfd in de kleuren groen en bruin. Ja, groen en bruin want na het bekijken van de boom in de achtertuin, besloten de kinderen die boom na te schilderen.
De boom kreeg takken. Van rolletjes w.c papier, die ook geverfd werden in groen en bruin. Met een draadje erdoorheen kreeg je echte kronkelige takken. (In vaktaal is dit ruimtelijk werken. *kuch*) De boom was klaar. Ik bracht nog 'accentjes' aan op de boom door wat goud te gebruiken, net als in het verhaaltje van Jip en Janneke.
De boom werd met buddy tegen de muur geplakt. Een echte boom in de herfst in de groep. De kinderen vonden het mooi. Ook de takken werden gewaardeerd.
"Dat is een takkenboom, he Karin?" riep R (2,5 jr) enthousiast uit.
Het was maar goed dat hij erbij lachte.
Tip voor een vrije dag: bak een appeltaart. Dat ga ik morgen doen.
maar ook binnen, in de groep. Er werd een boom getekend (door mij) op een groot stuk karton. De boom werd daarna geverfd in de kleuren groen en bruin. Ja, groen en bruin want na het bekijken van de boom in de achtertuin, besloten de kinderen die boom na te schilderen.
De boom kreeg takken. Van rolletjes w.c papier, die ook geverfd werden in groen en bruin. Met een draadje erdoorheen kreeg je echte kronkelige takken. (In vaktaal is dit ruimtelijk werken. *kuch*) De boom was klaar. Ik bracht nog 'accentjes' aan op de boom door wat goud te gebruiken, net als in het verhaaltje van Jip en Janneke.
De boom werd met buddy tegen de muur geplakt. Een echte boom in de herfst in de groep. De kinderen vonden het mooi. Ook de takken werden gewaardeerd.
"Dat is een takkenboom, he Karin?" riep R (2,5 jr) enthousiast uit.
Het was maar goed dat hij erbij lachte.
Tip voor een vrije dag: bak een appeltaart. Dat ga ik morgen doen.
maandag 22 oktober 2007
zondag 21 oktober 2007
EERLIJK DUURT HET LANGST,
zeggen ze toch altijd? Waarom voelt eerlijk zijn dan soms zo kl*te?
Het was maandagavond, na half zeven, toen ik mijn fiets wegzette en schuin naar het andere gedeelte keek van het appartementencomplex. Er stond een gelikt mannetje, in krijtstreeppak, met een soort van bordje in zijn hand, te praten met een buurmeneer.
Het was verder dan half zeven en de spaghetti moest nog koken en de saus moest nog pruttelen toen de deurbel ging. Ik moet me meestal even mentaal omschakelen als de deurbel gaat, zo'n onverwacht moment waarin de ene persoon wel weet wie hij is en de ander nog niet. Zo'n moment van, ik-weet-niet-zeker-of-ik-wel-wil-opendoen-want-voor-je-het-weet-is-het-gezelschap-die-je-even-niet-wilt-zien.
Het gelikte mannetje stond met een brede grijns voor de deur.
"Goedeavond, sorry dat ik u stoor, ik weet dat ik inderdaad aan de late kant ben, maar ik heb al meerdere adressen hier gehad."
Ik fronste mijn wenkbrauwen. Ik weet dat ik inderdaad aan de late kant ben?
"Dat is toch juist de bedoeling? Dat u de mensen treft die de hele dag gewerkt hebben en rond deze tijd juist thuis zijn? Dat doen telefoon-enqueteurs toch ook?"
Hij sloot zijn mond.
"Ik ben van de Nuon."
Ik hoorde de rest al niet meer. Zijn mond bewoog en ik dacht alleen maar aan mijn spaghettisaus.
"Mag ik u even onderbreken?" vroeg ik.
Hij sloot wederom zijn mond.
"Ja, u zult wel denken ---" ratelde hij vervolgens verder.
"Nou, ik vroeg me alleen af wanneer u nou to the point kwam."
Hij hield zijn kortere versie aan van het verhaal. Over overstappen op Nuon. Of ik een jaaropgaaf had. Of ik dit en dat en zus en zo.
"Mijn vader werkt bij de Essent." flapte ik er toen ineens uit.
Hij sloot voor de laatste maal zijn mond.
"Oh, dat ligt dus gevoelig? Familie en zo?"
Ik knikte.
"Dag meneer."
Mijn vader werkt helemaal niet bij de Essent.
zeggen ze toch altijd? Waarom voelt eerlijk zijn dan soms zo kl*te?
Het was maandagavond, na half zeven, toen ik mijn fiets wegzette en schuin naar het andere gedeelte keek van het appartementencomplex. Er stond een gelikt mannetje, in krijtstreeppak, met een soort van bordje in zijn hand, te praten met een buurmeneer.
Het was verder dan half zeven en de spaghetti moest nog koken en de saus moest nog pruttelen toen de deurbel ging. Ik moet me meestal even mentaal omschakelen als de deurbel gaat, zo'n onverwacht moment waarin de ene persoon wel weet wie hij is en de ander nog niet. Zo'n moment van, ik-weet-niet-zeker-of-ik-wel-wil-opendoen-want-voor-je-het-weet-is-het-gezelschap-die-je-even-niet-wilt-zien.
Het gelikte mannetje stond met een brede grijns voor de deur.
"Goedeavond, sorry dat ik u stoor, ik weet dat ik inderdaad aan de late kant ben, maar ik heb al meerdere adressen hier gehad."
Ik fronste mijn wenkbrauwen. Ik weet dat ik inderdaad aan de late kant ben?
"Dat is toch juist de bedoeling? Dat u de mensen treft die de hele dag gewerkt hebben en rond deze tijd juist thuis zijn? Dat doen telefoon-enqueteurs toch ook?"
Hij sloot zijn mond.
"Ik ben van de Nuon."
Ik hoorde de rest al niet meer. Zijn mond bewoog en ik dacht alleen maar aan mijn spaghettisaus.
"Mag ik u even onderbreken?" vroeg ik.
Hij sloot wederom zijn mond.
"Ja, u zult wel denken ---" ratelde hij vervolgens verder.
"Nou, ik vroeg me alleen af wanneer u nou to the point kwam."
Hij hield zijn kortere versie aan van het verhaal. Over overstappen op Nuon. Of ik een jaaropgaaf had. Of ik dit en dat en zus en zo.
"Mijn vader werkt bij de Essent." flapte ik er toen ineens uit.
Hij sloot voor de laatste maal zijn mond.
"Oh, dat ligt dus gevoelig? Familie en zo?"
Ik knikte.
"Dag meneer."
Mijn vader werkt helemaal niet bij de Essent.
zaterdag 20 oktober 2007
IK STOND AAN DE WATERRAND,
met de zon op mijn sproeten, bij de Waalkade in Nijmegen.
Dat geeft mij altijd gemengde gevoelens; alsof er plotseling mini golfjes ronddobberen in mijn maag. Dat geschitter aan de oppervlakte van kolkende golfjes op een verder kalme rivier. Met een enorme brug richting Arnhem en verder.
Maanden geleden, toen de zon op mijn schouders stak, zat ik op het terrasje, met mijn blote voeten, slippers op de grond, op een houten stoel, over de rand van de Vliegeraar te turen. Er kwam een schip langs, dat een lange lijn tekende op de rivier. En vanuit mijn linkerooghoek zag ik een heel klein, blond jongetje.
Hij liep dichtbij de waterrand.
Mijn hart stopte even. Mijn rug ging recht. Mijn paniek van binnen leek belachelijk overdreven. De zon scheen op zijn witte haartjes. Hij stapte en wiebelde en lachte. Keek achterom naar zijn vader. 'Kijk dan, papa!'
Ja, en ga nu alsjeblieft weg bij die rand.
Angst is een allesomvattende emotie. Een reactiemiddel om gevaar te bespeuren en ernaar te handelen. Een lichaamsaansturend waarschuwingsmiddel.
1979, waar ik rillend van angst aan de kant stond van een instructiebad en met m'n lijf wel in het bad wilde springen maar m'n hoofd weigerde, omdat ik het water te eng vond, te bodemloos die diepte, en de badmeester schreeuwend in m'n oor en wilde gebaren maakte maar ik als vanzelf zijn woorden en octaven uit m'n hoofd wegveegde omdat ik daar weg wilde, heel snel.
'Spring dan!' riep de badmeester in m'n oor. Er gingen zware trillingen door mijn lijfje. De tranen rolden, vermengd met chloorwater, over mijn wangen. Toen voelde ik een enorme stuwkracht, van een sterke, duwende hand op mijn rillerige rug, waardoor ik geen weg meer terug zag. De diepte voor me steeds dichterbij kwam. Het klotsen van water om me heen hoorde. Het water me omsloot als een draaiende, verwarrende sluier waar ik onmogelijk uitkwam. Ik bewoog mijn armen. Voelde de sluier zwaarder om me heen. Het trok me naar beneden, naar de diepte, waar ik niet wilde zijn.
Vanachter mijn zonnebril werden tranen weggeknipperd. Lag de Vliegeraar op m'n schoot, terwijl ik zag dat vader zijn blonde zoontje aan de hand meenam naar hun eigen plek, ver van het water vandaan.
Ik stond aan de waterrand bij de Waalkade in Nijmegen. Een plek waar ik vaker rondloop. Omdat het me aantrekt en wegduwt. Zoals water kalm kan zijn en genadig. Mysterieus en verraderlijk. Er lag een steentje, met een mooie gladde rand, voor mijn laarzen. Ik bukte om het op te rapen en voelde de zwaarte in mijn handpalm. Met een vloeiende beweging gooide ik het daar. Waar het hoorde.

met de zon op mijn sproeten, bij de Waalkade in Nijmegen.
Dat geeft mij altijd gemengde gevoelens; alsof er plotseling mini golfjes ronddobberen in mijn maag. Dat geschitter aan de oppervlakte van kolkende golfjes op een verder kalme rivier. Met een enorme brug richting Arnhem en verder.
Maanden geleden, toen de zon op mijn schouders stak, zat ik op het terrasje, met mijn blote voeten, slippers op de grond, op een houten stoel, over de rand van de Vliegeraar te turen. Er kwam een schip langs, dat een lange lijn tekende op de rivier. En vanuit mijn linkerooghoek zag ik een heel klein, blond jongetje.
Hij liep dichtbij de waterrand.
Mijn hart stopte even. Mijn rug ging recht. Mijn paniek van binnen leek belachelijk overdreven. De zon scheen op zijn witte haartjes. Hij stapte en wiebelde en lachte. Keek achterom naar zijn vader. 'Kijk dan, papa!'
Ja, en ga nu alsjeblieft weg bij die rand.
Angst is een allesomvattende emotie. Een reactiemiddel om gevaar te bespeuren en ernaar te handelen. Een lichaamsaansturend waarschuwingsmiddel.
1979, waar ik rillend van angst aan de kant stond van een instructiebad en met m'n lijf wel in het bad wilde springen maar m'n hoofd weigerde, omdat ik het water te eng vond, te bodemloos die diepte, en de badmeester schreeuwend in m'n oor en wilde gebaren maakte maar ik als vanzelf zijn woorden en octaven uit m'n hoofd wegveegde omdat ik daar weg wilde, heel snel.
'Spring dan!' riep de badmeester in m'n oor. Er gingen zware trillingen door mijn lijfje. De tranen rolden, vermengd met chloorwater, over mijn wangen. Toen voelde ik een enorme stuwkracht, van een sterke, duwende hand op mijn rillerige rug, waardoor ik geen weg meer terug zag. De diepte voor me steeds dichterbij kwam. Het klotsen van water om me heen hoorde. Het water me omsloot als een draaiende, verwarrende sluier waar ik onmogelijk uitkwam. Ik bewoog mijn armen. Voelde de sluier zwaarder om me heen. Het trok me naar beneden, naar de diepte, waar ik niet wilde zijn.
Vanachter mijn zonnebril werden tranen weggeknipperd. Lag de Vliegeraar op m'n schoot, terwijl ik zag dat vader zijn blonde zoontje aan de hand meenam naar hun eigen plek, ver van het water vandaan.
Ik stond aan de waterrand bij de Waalkade in Nijmegen. Een plek waar ik vaker rondloop. Omdat het me aantrekt en wegduwt. Zoals water kalm kan zijn en genadig. Mysterieus en verraderlijk. Er lag een steentje, met een mooie gladde rand, voor mijn laarzen. Ik bukte om het op te rapen en voelde de zwaarte in mijn handpalm. Met een vloeiende beweging gooide ik het daar. Waar het hoorde.

HET LIED DAT EEN HERINNERING WAS,
schalde hard door de oordopjes m'n oren in. Ik was plots de trein uit, misschien via een raampje, een warme en luide kroeg in, middenin de stad. Er liepen rockers rond; leren jasjes, kisten en zwarte haren, al dan niet geverfd. Veel 'oudere' muziek, Deep Purple en Ram Jam.
Er was een lange bar in de hoek en achterin een piepklein opstapje naar een heel klein podiumpje, waar de meiden, soms een jongen, dansten. Ik sloot mijn ogen meestal als ik danste. De eerste keer dat ik uitging hoorde ik Lenny Kravitz, met Always on the run.
Samen op de fiets, door het donker, in de winternacht. Lachend en gillend. En dan de fietsen parkeren voor de kroeg. De brede houten deur geopend en een walm warme lucht die je tegemoet kwam. Mijn brilglazen die meteen besloegen. Ik kon niet zien dat vriendinnetje al verder doorgelopen was. Ik botste tegen lange mannen op met leren jassen met flosjes.
'Sorry.'
'Oh, sorry.'
Het genante van zo'n avond was die binnenkomst. Dat ik mijn brilglazen poetsen moest, ten overstaan van feestende, drinkende en dansende leeftijdsgenoten. Zo genant.
Zo genant.
Ik voelde me onzeker. Onzeker in mijn lichaam. De meeste meiden hadden naar mijn idee enorme tieten. Dan trok ik aan mijn zwarte koltruitje en zuchtte wat. Alle mensen waren zo groot.
Zo groot.
Zo groot.
Maar als ik mijn ogen sloot op de dansvloer was ik even ergens anders. Was er alleen nog maar muziek. Muziek en mijn bewegingen.
My mama said
Baby don't ride that crazy horse
And my mama said
You must push with much force
And my mama said
Go get all that you're after
And my mama said
That love's all that matters
Always on the Run - Lenny Kravitz. 1992.
Het lied dat een herinnering was schalde hard door de oordopjes m'n oren in.
Ik glimlachte.
schalde hard door de oordopjes m'n oren in. Ik was plots de trein uit, misschien via een raampje, een warme en luide kroeg in, middenin de stad. Er liepen rockers rond; leren jasjes, kisten en zwarte haren, al dan niet geverfd. Veel 'oudere' muziek, Deep Purple en Ram Jam.
Er was een lange bar in de hoek en achterin een piepklein opstapje naar een heel klein podiumpje, waar de meiden, soms een jongen, dansten. Ik sloot mijn ogen meestal als ik danste. De eerste keer dat ik uitging hoorde ik Lenny Kravitz, met Always on the run.
Samen op de fiets, door het donker, in de winternacht. Lachend en gillend. En dan de fietsen parkeren voor de kroeg. De brede houten deur geopend en een walm warme lucht die je tegemoet kwam. Mijn brilglazen die meteen besloegen. Ik kon niet zien dat vriendinnetje al verder doorgelopen was. Ik botste tegen lange mannen op met leren jassen met flosjes.
'Sorry.'
'Oh, sorry.'
Het genante van zo'n avond was die binnenkomst. Dat ik mijn brilglazen poetsen moest, ten overstaan van feestende, drinkende en dansende leeftijdsgenoten. Zo genant.
Zo genant.
Ik voelde me onzeker. Onzeker in mijn lichaam. De meeste meiden hadden naar mijn idee enorme tieten. Dan trok ik aan mijn zwarte koltruitje en zuchtte wat. Alle mensen waren zo groot.
Zo groot.
Zo groot.
Maar als ik mijn ogen sloot op de dansvloer was ik even ergens anders. Was er alleen nog maar muziek. Muziek en mijn bewegingen.
My mama said
Baby don't ride that crazy horse
And my mama said
You must push with much force
And my mama said
Go get all that you're after
And my mama said
That love's all that matters
Always on the Run - Lenny Kravitz. 1992.
Het lied dat een herinnering was schalde hard door de oordopjes m'n oren in.
Ik glimlachte.
donderdag 18 oktober 2007
IK ZAL DIE OCHTEND NOOIT VERGETEN,
toen ik onderweg
in de trein naar Den Bosch,
naar m'n (oude) baan,
met een ferme smak
teruggeworpen werd
in mijn stoel
omdat de trein
plotseling stopte.
We moesten een uur
in de trein
blijven zitten
op een koude
januari ochtend
half 7, het was zo vroeg,
omdat iemand
zichzelf ervoor
gegooid had.
Ze moesten schoonmaken,
de trein,
het spoor,
en wachten op degene
die toestemming geven moest
om weer gewoon
met de dag verder te gaan.
‘Kun je mij vertellen
waarom je zwaaide met je hand
‘Dag’
en je omdraaide
om te gaan?
Kun je mij vertellen
waarom je het boek sloot,
je leven eindigde
en een gelukkige toekomst
uitbleef?’
Opgedragen aan
de vreemdeling
januari 1999
treinreis naar Den Bosch.
(Sorry voor de treurigheid,
maar dat is
ook leven.
Hoe ironisch ...)
toen ik onderweg
in de trein naar Den Bosch,
naar m'n (oude) baan,
met een ferme smak
teruggeworpen werd
in mijn stoel
omdat de trein
plotseling stopte.
We moesten een uur
in de trein
blijven zitten
op een koude
januari ochtend
half 7, het was zo vroeg,
omdat iemand
zichzelf ervoor
gegooid had.
Ze moesten schoonmaken,
de trein,
het spoor,
en wachten op degene
die toestemming geven moest
om weer gewoon
met de dag verder te gaan.
‘Kun je mij vertellen
waarom je zwaaide met je hand
‘Dag’
en je omdraaide
om te gaan?
Kun je mij vertellen
waarom je het boek sloot,
je leven eindigde
en een gelukkige toekomst
uitbleef?’
Opgedragen aan
de vreemdeling
januari 1999
treinreis naar Den Bosch.
(Sorry voor de treurigheid,
maar dat is
ook leven.
Hoe ironisch ...)
HET HEET Q-TIP,
in het engels. Toen ik jaren geleden in Amerika was, stond hij 's morgens voor de spiegel, terwijl ik douchte, en pakte een wattenstaafje uit het doosje.
Dat herinnerde ik me opeens, vanmiddag, toen ik onderweg was naar huis, in een vrij lege trein. De spits was net vermeden. De zon stond laag. Ik knipperde tranen weg. Geen heimwee tranen. Helemaal niet zelfs. Die tijd was geweest. Ooit. De zon was alleen te fel.
Q tip.
Ik vond het toen al zo'n leuk woord.
Er lag een wattenstaafje op de smerige vloer. Het lag daar maar te liggen. Naast een Metro en wat opgedroogd plakkerig spul dat misschien door kon gaan voor geknoeide fristi.
Ik heb de hele weg naar huis zitten bedenken wie en waarom iemand in de trein het in z'n bol kon halen zijn oren te poetsen.
...
in het engels. Toen ik jaren geleden in Amerika was, stond hij 's morgens voor de spiegel, terwijl ik douchte, en pakte een wattenstaafje uit het doosje.
Dat herinnerde ik me opeens, vanmiddag, toen ik onderweg was naar huis, in een vrij lege trein. De spits was net vermeden. De zon stond laag. Ik knipperde tranen weg. Geen heimwee tranen. Helemaal niet zelfs. Die tijd was geweest. Ooit. De zon was alleen te fel.
Q tip.
Ik vond het toen al zo'n leuk woord.
Er lag een wattenstaafje op de smerige vloer. Het lag daar maar te liggen. Naast een Metro en wat opgedroogd plakkerig spul dat misschien door kon gaan voor geknoeide fristi.
Ik heb de hele weg naar huis zitten bedenken wie en waarom iemand in de trein het in z'n bol kon halen zijn oren te poetsen.
...
woensdag 17 oktober 2007
TOEN DE BIOSCOOP LEEGLIEP,
ving ik het volgende op:
"Ik wil ook een man die zegt
dat alles klopt, als ik het ben."
Diep. Kei diep.
En klikkerdeklik!
ving ik het volgende op:
"Ik wil ook een man die zegt
dat alles klopt, als ik het ben."
Diep. Kei diep.
En klikkerdeklik!
dinsdag 16 oktober 2007
ZOLANG HET MAAR DRAAIT,
moesten ze gedacht hebben. We zaten naast elkaar, in kleermakerszit, te kijken naar de wasmachine. De kleurtjes, poppen, auto's, blokken en al het andere speelgoed was vergeten.
"Kijk, nu komt er water bij, en dan gaat de wasmachine dadelijk weer draaien." legde ik uit.
"Gaat weeeeer!" riep S (2 jr) en wees terwijl hij lachen moest.
Er kwam sop bij, toen de trommel weer stilstond. Met grote ogen werd gekeken wat de wasmachine allemaal deed.
"Gaat weeeer!" riep S weer en wees terwijl hij weer lachen moest.
Waar hou je een kind mee zoet? *klik*
moesten ze gedacht hebben. We zaten naast elkaar, in kleermakerszit, te kijken naar de wasmachine. De kleurtjes, poppen, auto's, blokken en al het andere speelgoed was vergeten.
"Kijk, nu komt er water bij, en dan gaat de wasmachine dadelijk weer draaien." legde ik uit.
"Gaat weeeeer!" riep S (2 jr) en wees terwijl hij lachen moest.
Er kwam sop bij, toen de trommel weer stilstond. Met grote ogen werd gekeken wat de wasmachine allemaal deed.
"Gaat weeeer!" riep S weer en wees terwijl hij weer lachen moest.
Waar hou je een kind mee zoet? *klik*
zondag 14 oktober 2007
BLAUWE PLEK:
Er stonden twee grote jongens aan de straatkant. Ze waren heel groot. Te groot om eromheen te wandelen. Het trottoir was ineens zo smal.
Sommige jongens wilden ruzie maken. Zij gaven dan duwen in haar rug. Gingen aan haar schouder porren. Met speeksel praten in haar gezicht. Vieze adem. Vieze vingers. Overal.
Wat had ze gedaan?
Ze wilde alleen passeren.
Het trottoir was toch voor iedereen?
Was het trottoir maar breder. De vierkanten groter. Het grijs zachter.
Huilen kwam na de stomp in haar maag. De vuist die de kleding wilde doorklieven, dwars door haar vel tegen haar ribben en vol op haar maag maakte een doffe, holle klank. Een klank die muzikanten zouden verafschuwen. Niet zouden opnemen in hun repertoire.
Ooit weleens een stomp in je maag gehad?
Zodat de adem in ene uit je lijf blies?
Zodat je voorovergebogen dubbelklappend naar adem snakte?
Niet kon omdat het zo'n pijn deed?
Een holle, blauwe plek op je magenziel?
Die pijn.
Het uitlachen was het ergste.
*klik*
Er stonden twee grote jongens aan de straatkant. Ze waren heel groot. Te groot om eromheen te wandelen. Het trottoir was ineens zo smal.
Sommige jongens wilden ruzie maken. Zij gaven dan duwen in haar rug. Gingen aan haar schouder porren. Met speeksel praten in haar gezicht. Vieze adem. Vieze vingers. Overal.
Wat had ze gedaan?
Ze wilde alleen passeren.
Het trottoir was toch voor iedereen?
Was het trottoir maar breder. De vierkanten groter. Het grijs zachter.
Huilen kwam na de stomp in haar maag. De vuist die de kleding wilde doorklieven, dwars door haar vel tegen haar ribben en vol op haar maag maakte een doffe, holle klank. Een klank die muzikanten zouden verafschuwen. Niet zouden opnemen in hun repertoire.
Ooit weleens een stomp in je maag gehad?
Zodat de adem in ene uit je lijf blies?
Zodat je voorovergebogen dubbelklappend naar adem snakte?
Niet kon omdat het zo'n pijn deed?
Een holle, blauwe plek op je magenziel?
Die pijn.
Het uitlachen was het ergste.
*klik*
zaterdag 13 oktober 2007
vrijdag 12 oktober 2007
donderdag 11 oktober 2007
MIJN EIGENAARDIGHEDEN ZIJN,
voor een ander (ook) weer eens om te lachen.
Het staat hieronder, en ik maak er verder geen woorden over vuil.
1) kleding binnenstebuiten dragen totdat iemand me erop attendeert dat het niet kan tenzij het mode is.
2) Vergeten dat er meer mensen om me heen zijn en eerst zachtjes gaan neurien totdat ik helemaal in het moment zit en besluit hele aria's uit te gaan halen.
3) koffie uit een rietje proberen te drinken omdat mijn wang verdoofd is en ik cafeine moet, moet, moet!
4) tot drie keer toe een turkse pizzaria proberen te bellen en telkens de Domino's aan de lijn krijgen totdat de jongen aan de andere kant van de lijn zegt dat het wel welletjes is.
5) Tegen een kind zeggen dat ie niet meer Hoppa! mag zeggen na een boertje, en het dan vervolgens wel zelf zeggen. (Het floepte eruit.)
6) Een (ontzettend Pre Menstrueel Syndromerige) discussie voeren met meneer agent omdat ik mijn afhaalbare fietslampjes 'verkeerd had vastgeklemd.' (Lul.)
7) Huilen om mooie liedjes.
8) Een boek kopen en dan vervolgens niet gaan lezen.
9) Voor de vijfde keer de Lama's DVD zien en net zo hard buikpijn hebben van het lachen als de eerste keer.
10) Heel, heel ver lopen in de herfst, en dan beseffen dat ik ook nog terug moet.
He Ho, maar wacht eens even, en die van jou dan?
voor een ander (ook) weer eens om te lachen.
Het staat hieronder, en ik maak er verder geen woorden over vuil.
1) kleding binnenstebuiten dragen totdat iemand me erop attendeert dat het niet kan tenzij het mode is.
2) Vergeten dat er meer mensen om me heen zijn en eerst zachtjes gaan neurien totdat ik helemaal in het moment zit en besluit hele aria's uit te gaan halen.
3) koffie uit een rietje proberen te drinken omdat mijn wang verdoofd is en ik cafeine moet, moet, moet!
4) tot drie keer toe een turkse pizzaria proberen te bellen en telkens de Domino's aan de lijn krijgen totdat de jongen aan de andere kant van de lijn zegt dat het wel welletjes is.
5) Tegen een kind zeggen dat ie niet meer Hoppa! mag zeggen na een boertje, en het dan vervolgens wel zelf zeggen. (Het floepte eruit.)
6) Een (ontzettend Pre Menstrueel Syndromerige) discussie voeren met meneer agent omdat ik mijn afhaalbare fietslampjes 'verkeerd had vastgeklemd.' (Lul.)
7) Huilen om mooie liedjes.
8) Een boek kopen en dan vervolgens niet gaan lezen.
9) Voor de vijfde keer de Lama's DVD zien en net zo hard buikpijn hebben van het lachen als de eerste keer.
10) Heel, heel ver lopen in de herfst, en dan beseffen dat ik ook nog terug moet.
He Ho, maar wacht eens even, en die van jou dan?
in zijn hoofd, afgelopen zomer, een enorme vijver aan te leggen en er een behoorlijke waterval in te plaatsen.
Al drie keer kwam hij bij me aan de deur om te vragen of ik een keer bij hem in de achtertuin wilde plaatsnemen.
'Zo sneu, je hebt niets aan je balkon he?'
Nee, ik had niet zo'n behoefte om in mijn retro bikini in de zon te gaan zitten, hangen, liggen als de onderbuurman steeds net deed of hij het heul erg druk had in de achtertuin en continu naar boven gluurde.
Ik heb moeite met iemand vertellen hoe het zit. Deze keer moest ik erg duidelijk zijn.
Ik nam een diepe zucht en gooide eruit:
'Ik heb niet zulke behoefte om in je achtertuin te zitten.'
Het was duidelijk.
Pijnlijk.
Hij was diep beledigd.
Mijn punt was eigenlijk dat ik wilde vertellen dat ik wel enorm geniet van die bruisende waterval. Als ik met een vermoeid lijf van al dat harde werken onder het dekbed ga, dan word ik kalm en voel me tevreden bij het horen van die waterstralen.
Een soort van vakantiegevoel ondervind ik dan.
Dat wilde ik even kwijt.
*luister*
woensdag 10 oktober 2007
ER VIEL EEN BAKJE,
op mijn hand. Bij het kinderdagverblijf hebben alle kinderen een eigen 'bakje'. Daarin leggen 's morgens de ouders een pyjama in en het allerbelangrijkste: een knuffel en/of speen.
De bakjes zijn zwaar. Sommige ouders proppen er hele rugzakjes in. Ik wilde een bakje uit de muur halen, zoals bij Kees Kroket, maar de bak viel scheef waardoor ik niet op tijd de bak pakken kon, met nog een kind op mijn schoot.
'Hola!" riep ik, terwijl ik vliegensvlug S (2 jr) vastpakte en op hetzelfde moment de bak wilde grijpen. De bak viel bovenop mijn hand.
Er waren nu beroepenweken. Leidsters deden 'groot werk' vertelde T (3,5 jr) ooit, maar nu moest ik echt naar de dokter.
Dokter W (3 jr) nam een verband en begon het om mijn hand te wikkelen.
Maar ik ben links en ik kon met links niets meer doen, ook niet met kinderen spelen, knuffelen, eten, drinken.
'Ik doe het verband maar even af, oke?' vroeg ik aan S. (2 jr)
Hij bekeek mijn hand. Het was dik en een beetje paarsblauw.
'Tusje optoen.' vertelde hij.
Hij leunde voorover en zette twee met besmeurde yoghurtlippen op mijn blauwe-plek-hand.
'Nou oveh?' vroeg ie toen.
op mijn hand. Bij het kinderdagverblijf hebben alle kinderen een eigen 'bakje'. Daarin leggen 's morgens de ouders een pyjama in en het allerbelangrijkste: een knuffel en/of speen.
De bakjes zijn zwaar. Sommige ouders proppen er hele rugzakjes in. Ik wilde een bakje uit de muur halen, zoals bij Kees Kroket, maar de bak viel scheef waardoor ik niet op tijd de bak pakken kon, met nog een kind op mijn schoot.
'Hola!" riep ik, terwijl ik vliegensvlug S (2 jr) vastpakte en op hetzelfde moment de bak wilde grijpen. De bak viel bovenop mijn hand.
Er waren nu beroepenweken. Leidsters deden 'groot werk' vertelde T (3,5 jr) ooit, maar nu moest ik echt naar de dokter.
Dokter W (3 jr) nam een verband en begon het om mijn hand te wikkelen.
Maar ik ben links en ik kon met links niets meer doen, ook niet met kinderen spelen, knuffelen, eten, drinken.
'Ik doe het verband maar even af, oke?' vroeg ik aan S. (2 jr)
Hij bekeek mijn hand. Het was dik en een beetje paarsblauw.
'Tusje optoen.' vertelde hij.
Hij leunde voorover en zette twee met besmeurde yoghurtlippen op mijn blauwe-plek-hand.
'Nou oveh?' vroeg ie toen.
dinsdag 9 oktober 2007
"EEN LEKKER SNOEPJE HEEFT IN HET BEGIN,
alleen een buitenkant." vertelde de oudere vrouw. Ze zat op een bankje buiten in de wind.
"De buitenkant heeft vele gezichten." vertelde ze verder.
Ze staarde in de verte, waar kinderen aan het spelen waren op een veldje. Kletsnatte schoenen en pijpen van hun broeken, door onophoudelijke regen 's morgens vroeg.
"Het is de kunst om aan die buitenkant de binnenkant te vinden. Zodat je weet wie je voor je hebt staan. Veel mensen hebben haast. Haast om binnenste te snoepen. Daardoor proeven ze nauwelijks de smaak van de kern. Is het ook logisch dat zij daardoor sneller zullen zeggen dat het snoepje niet goed genoeg smaakte."
De bal vloog rakelings langs het bankje. Een puber met lange slagen in z'n haar rende langs haar heen om de bal te pakken, zich om te draaien en het weer richting de anderen te gooien. Bovenhands.
"Sommige snoepjes hebben een binnenbuitenkant." Ze knikte ter bevestiging van haar zojuist gesproken woorden.
"Deze snoepjes hebben een doorzichtig laagje zoet eromheen. Daar bijt je dan zachtjes de randjes vanaf en vindt dan een nieuw laagje en nog een nieuw laagje, totdat je bij de kern bent gekomen."
Het begon weer te regenen. Ze zocht haar regenkapje in haar bruine tas. Zette met trillende handen het kapje over haar grijze kapsel. Strikte het lintje onderaan haar kin vast.
"Ik ga weer eens op huis aan." zei ze terwijl ze moeizaam opstond.
Ze stond even stil. Draaide zich toen om.
"Sommige mensen maken de menselijke fout een snoepje te proberen waarvan ze weten dat het niet lekker is. Bij voorbaat al. Maar leren om te onderscheiden wat lekkerder is. Wat beter bij hen past."
Ze legde haar bruine tas om haar arm, knipoogde, en sjokte door het natte gras richting huis.
In de herhaling. Omdat ik een beetje trots ben op dit stukje.
alleen een buitenkant." vertelde de oudere vrouw. Ze zat op een bankje buiten in de wind.
"De buitenkant heeft vele gezichten." vertelde ze verder.
Ze staarde in de verte, waar kinderen aan het spelen waren op een veldje. Kletsnatte schoenen en pijpen van hun broeken, door onophoudelijke regen 's morgens vroeg.
"Het is de kunst om aan die buitenkant de binnenkant te vinden. Zodat je weet wie je voor je hebt staan. Veel mensen hebben haast. Haast om binnenste te snoepen. Daardoor proeven ze nauwelijks de smaak van de kern. Is het ook logisch dat zij daardoor sneller zullen zeggen dat het snoepje niet goed genoeg smaakte."
De bal vloog rakelings langs het bankje. Een puber met lange slagen in z'n haar rende langs haar heen om de bal te pakken, zich om te draaien en het weer richting de anderen te gooien. Bovenhands.
"Sommige snoepjes hebben een binnenbuitenkant." Ze knikte ter bevestiging van haar zojuist gesproken woorden.
"Deze snoepjes hebben een doorzichtig laagje zoet eromheen. Daar bijt je dan zachtjes de randjes vanaf en vindt dan een nieuw laagje en nog een nieuw laagje, totdat je bij de kern bent gekomen."
Het begon weer te regenen. Ze zocht haar regenkapje in haar bruine tas. Zette met trillende handen het kapje over haar grijze kapsel. Strikte het lintje onderaan haar kin vast.
"Ik ga weer eens op huis aan." zei ze terwijl ze moeizaam opstond.
Ze stond even stil. Draaide zich toen om.
"Sommige mensen maken de menselijke fout een snoepje te proberen waarvan ze weten dat het niet lekker is. Bij voorbaat al. Maar leren om te onderscheiden wat lekkerder is. Wat beter bij hen past."
Ze legde haar bruine tas om haar arm, knipoogde, en sjokte door het natte gras richting huis.
In de herhaling. Omdat ik een beetje trots ben op dit stukje.
maandag 8 oktober 2007
EN IK HAD NOG ZO GEDACHT,
om op deze fijne avond met een dekentje op de bank, met m'n ugg(ly)sloffen te genieten van een fijn tv avondje, met een kaarsje, wijntje en een blokje jonge Goudse.
Maar ik moest een flesje openen. Normaal kocht ik flessen met dop. Deze keer betrof het een kurk. Waar ik geen Goudse van gegeten had (nog). Ik friemelde met de kurkentrekker en begon eraan te trekken.
Het was net als een telefoonmoment, waarin ik een man ooit vroeg om alsjeblieft die spin op de muur weg te halen. Waarop de man in kwestie droogjes reageerde door te zeggen
dat ik dat beest maar moest opzuigen, en ik in lichte paniek opperde dat het spinnenlijf gewoon niet door de slang heen kon.
Hij vond dat ik overdreef.
Maar de kurk kwam niet uit de fles. Gewoon helemaal niet. Ik had dan wel kippenkracht, maar ik kon toch zekers wel een fles ontkurken? zo stelde broerlief door de telefoon. Alsof ik dacht dat hij even naar mij toe zou karren om een flesje wijn te openen.
"Dit is mannenwerk. Hoor!" riep ik geirriteerd door de telefoon.
Ik probeerde het nog eenmaal. Dat was tevens de 'maal' dat de kurk met een *plop* omhoog kwam en mij als in een waterval aan rode wijn besprong.
Ja, zelfs mijn Sweet Bastard was geheel gedoopt in rode wijn.
*Telt nu drie keer tot tien en puft een haarlok uit haar gezicht.*
om op deze fijne avond met een dekentje op de bank, met m'n ugg(ly)sloffen te genieten van een fijn tv avondje, met een kaarsje, wijntje en een blokje jonge Goudse.
Maar ik moest een flesje openen. Normaal kocht ik flessen met dop. Deze keer betrof het een kurk. Waar ik geen Goudse van gegeten had (nog). Ik friemelde met de kurkentrekker en begon eraan te trekken.
Het was net als een telefoonmoment, waarin ik een man ooit vroeg om alsjeblieft die spin op de muur weg te halen. Waarop de man in kwestie droogjes reageerde door te zeggen
dat ik dat beest maar moest opzuigen, en ik in lichte paniek opperde dat het spinnenlijf gewoon niet door de slang heen kon.
Hij vond dat ik overdreef.
Maar de kurk kwam niet uit de fles. Gewoon helemaal niet. Ik had dan wel kippenkracht, maar ik kon toch zekers wel een fles ontkurken? zo stelde broerlief door de telefoon. Alsof ik dacht dat hij even naar mij toe zou karren om een flesje wijn te openen.
"Dit is mannenwerk. Hoor!" riep ik geirriteerd door de telefoon.
Ik probeerde het nog eenmaal. Dat was tevens de 'maal' dat de kurk met een *plop* omhoog kwam en mij als in een waterval aan rode wijn besprong.
Ja, zelfs mijn Sweet Bastard was geheel gedoopt in rode wijn.
*Telt nu drie keer tot tien en puft een haarlok uit haar gezicht.*
zondag 7 oktober 2007
IK LIEP OP M'N PUMA'S,
nieuwe zwarte joggingbroek en sweater langs wijde velden en bosgebied. In een rap tempo, ondersteund door iPod liedjes van Faith Evans, Beyonce en Sugababes. Dat waren de up-tempo loopnummers. Nummers die ik niet snel thuis luisteren zou.
Ik liep langs dwarrelende blaadjes, in alle mogelijke kleuren herfst. Met mijn armen langs mijn lijf heen en weer, heen en weer, in hetzelfde tempo als mijn benen me droegen.
Er zwaaiden mensen, er riepen mensen, ik lachte beleefd en zwaaide terug. Verstond niets van wat ze zeiden en snapte niet waarom ze elkaar lachend aankeken en nawezen.
Ik haalde een hand over mijn hoofd, streek over mijn wangen maar ik vond geen klodder vogelpoep.
Ik fronste mijn wenkbrauwen en liep door. Over gras, takken en hief mijn gezicht op naar de zonneschijn. Het was zo'n mooie dag.
Mijn iPod stopte ermee onderweg terug naar huis. Met een zucht en spierpijn in mijn bovenbenen en een licht gedraaide sok in m'n schoen, bukte ik om mijn sok weer goed te doen. Er schoten beelden door mijn hoofd. 'Ik wil meedoen met de vierdaagse van Nijmegen maar dat zeg ik elk jaar.'
Mijn knie deed zeer, die zwakke littekenknie; het was een signaal.
"Soooow, lekker kontje! Hahahaahaaa!" riep een opgeschoten, stoppelbaardjes man met achterop een even oude stoppelbaardjes man die net zo hard lachte.
"Sweeeeeet bastard, baby!"
En ze fietsten voorbij.
Ik was een beetje perplex.
Ik stak de sleutel in het slot en opende de deur, vermoeid en hevig verlangend naar water. In het voorbij gaan, langs de spiegel in de gang, zag ik witte letters op mijn bips. De dag ervoor had ik een nieuwe joggingbroek gekocht. Ik had me gehaast en een maatje S (aaaaah!), zwart, joggingspul, van een rek gehaald en ermee naar de kassa gewandeld.
De woorden
Sweet Bastard.
stonden op mijn bips geprint.
Met tierelantijnen
omrand.
Als in
een ordinaire tattoo.
Nee, zeg maar niets.
nieuwe zwarte joggingbroek en sweater langs wijde velden en bosgebied. In een rap tempo, ondersteund door iPod liedjes van Faith Evans, Beyonce en Sugababes. Dat waren de up-tempo loopnummers. Nummers die ik niet snel thuis luisteren zou.
Ik liep langs dwarrelende blaadjes, in alle mogelijke kleuren herfst. Met mijn armen langs mijn lijf heen en weer, heen en weer, in hetzelfde tempo als mijn benen me droegen.
Er zwaaiden mensen, er riepen mensen, ik lachte beleefd en zwaaide terug. Verstond niets van wat ze zeiden en snapte niet waarom ze elkaar lachend aankeken en nawezen.
Ik haalde een hand over mijn hoofd, streek over mijn wangen maar ik vond geen klodder vogelpoep.
Ik fronste mijn wenkbrauwen en liep door. Over gras, takken en hief mijn gezicht op naar de zonneschijn. Het was zo'n mooie dag.
Mijn iPod stopte ermee onderweg terug naar huis. Met een zucht en spierpijn in mijn bovenbenen en een licht gedraaide sok in m'n schoen, bukte ik om mijn sok weer goed te doen. Er schoten beelden door mijn hoofd. 'Ik wil meedoen met de vierdaagse van Nijmegen maar dat zeg ik elk jaar.'
Mijn knie deed zeer, die zwakke littekenknie; het was een signaal.
"Soooow, lekker kontje! Hahahaahaaa!" riep een opgeschoten, stoppelbaardjes man met achterop een even oude stoppelbaardjes man die net zo hard lachte.
"Sweeeeeet bastard, baby!"
En ze fietsten voorbij.
Ik was een beetje perplex.
Ik stak de sleutel in het slot en opende de deur, vermoeid en hevig verlangend naar water. In het voorbij gaan, langs de spiegel in de gang, zag ik witte letters op mijn bips. De dag ervoor had ik een nieuwe joggingbroek gekocht. Ik had me gehaast en een maatje S (aaaaah!), zwart, joggingspul, van een rek gehaald en ermee naar de kassa gewandeld.
De woorden
Sweet Bastard.
stonden op mijn bips geprint.
Met tierelantijnen
omrand.
Als in
een ordinaire tattoo.
Nee, zeg maar niets.
Abonneren op:
Reacties (Atom)






















