donderdag 9 april 2009

Als een draaiende wasmachine.

Zittend op het toilet vanmorgen en kijkend naar het gedraai van een centrifugerende wasmachine bedacht ik me dat mijn hoofd soms net als een centrifugerende wasmachine was.

Alle flarden van de dag, van gisteren en daarvoor, plakten aan elkaar in een kleine ruimte terwijl alles in een snelle vaart in de rondte draaide. Hoe dat een hele poos geleden elke dag zo was. Dat gedraai. Als een snelle draaikolk.

Ik bekeek mijn blote voeten met rode teennagels op de witte tegels. Gronden. Een lange tijd geleden zweefde ik letterlijk door de dagen en de ruimte heen. Het was een overlevingsmechanisme geworden waarschijnlijk ontstaan in mijn vroegste jeugd. Door dat te doen; te zweven door de dagen heen, kwam er weinig tot niets binnen. Ik voelde mijn blote voeten niet op de koude grond. Als ik jeuk had aan mijn been krabde ik soms zo hard dat ik mezelf pijn deed.

Het menselijke brein. Ik bedacht me dat ik, toen ik negen-en-twintig was, besloot mijn rijbewijs te halen. Faalangstig als ik was zocht ik eerst goed uit bij wie ik in de auto wilde zitten. Het moest een geduldige persoon zijn. Ik vond die persoon. De rijlessen gingen best goed, zelfs de speciale verrichtingen gingen perfect, totdat ik mijn tussentijdse toets moest halen. Op de ochtend zelf bekeek ik de buitenwereld maar voelde me er geen deelgenoot van. Ik moest van de examinator de kentekenplaat lezen en zag wazige letters en cijfers en gokte maar wat. In de auto lukte het starten godzijdank maar reed ik vervolgens bijna tegen een paaltje. Onderweg reed ik in een woonwijk met een snelheid waar je 'u' tegen zou zeggen maar toen ik de snelweg op moest kwam er geen vooruitgang in. Ik zag mezelf in het achteruitkijkspiegeltje maar zag mezelf niet.

In het kamertje vertelde de meneer zorgelijk wat er was voorgevallen. Ik zag de mond van de man bewegen maar de woorden en het geluid kwam niet tot mij. Sterker nog, ik had wel in die auto gezeten, maar ik was mijlenver weggeweest.

Het mooie van nu is dat ik handvaten heb gekregen om in het hier en nu te blijven. Te gronden. Te voelen. Te zien en te horen. Grip te hebben. En te houden. Ik bekeek de wasmachine en glimlachte.

'Alle was wordt weer schoon'.

leestip.

Geen opmerkingen: