STERFELIJK DEEL 2:
IN DE HEMEL SKEELEREN ZE OOK.
Hij had vast bij zichzelf gedacht, ik ga vandaag van het mooie weer genieten. Hij had zijn vrouw en twee zoontjes gedag gezegd en was op schoenen met wielen de weg op gegaan. Zes-en-dertig jaar. In de bloei van zijn leven.
Hoe het precies gebeurd is weet niemand. Maar plotseling zal hij misschien wel gevallen zijn, nadat zijn adem stokte en hij geen hap lucht inademen kon. Was hij ten aarde gevallen, half op zijn zij, in een rare houding.
De wieltjes onder zijn schoenen draaiden nog na. De bomen ruisten boven hem. Hij zag de blauwe lucht, de meeuwen die langsvlogen. Even leek de ruis van de bladeren aan de bomen het enige geluid dat het moment voortbracht.
Stilte in de ruis.
De wind.
Werd de blauwe, heldere lucht langzaam grauwer. Zou het donker worden, en erna weer licht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten