AFGESTOMPT:
Telkens als zij hem tegenkwam moest zij glimlachen. Een glimlach van oor-tot-oor vriendelijkheid. En vaak reageerde hij net zo.
Als hij samen met haar was, leek die vriendelijke glimlach verdwenen; keek hij haar amper aan, mompelde wat en liep snel door.
Soms hoorde zij verdrongen woorden, van achter dikke muren. De woorden werden weleens gesust "Dat is niet zo lieverd." "Dat is niet waar, lieverd."
Hij leek een enthousiaste, aardige en spontane man. Vol vriendelijkheid en humor. Nooit had zij het idee gehad dat hij met haar flirtte, iets van haar wilde. De aardigheid en vriendelijke glimlach maakte dat zij graag met hem sprak.
Hoe kon zij pure enthousiasme en spontaniteit uit een man schreeuwen? Flikkerde er dan nog wel een vlammetje bij hen thuis?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten