maandag 6 augustus 2007

STERFELIJK:

Ze moest even meelopen naar een mevrouw. De mevrouw wilde exact hetzelfde kapsel als zij. Terwijl ze zich omdraaide en langzaam een rondje om haar as liep, vertelde de kapster hoe het geknipt was. De mevrouw knikte en stemde toe.

Toen zij weer zat in haar stoel, de kapster haar schaar pakte en kam, zuchtte kapster even.
"Die vrouw net, zij heeft twee maanden geleden haar man verloren. Herseninfarct."
Ze keek triestig terwijl ze een pluk haar pakte en begon te knippen.

"Drie maanden geleden hebben wij onze moeder, mijn schoonmoeder, begraven. Het was een lief mens. Nu mis je opeens zoveel. In het begin leef je in een zeepbel; word je aan alle kanten geleefd. Ik ben die zaterdag na de begrafenis meteen gaan werken, maar het besef is er nu pas. Vorige week zondag wilden we, zoals we altijd deden, 's middags even bij schoonma langs. Maar dan sta je daar ineens te beseffen dat het helemaal niet meer kan. Of je hebt zulk goed nieuws en je pakt de telefoon om het nummer te draaien, en besef je ineens, dat kan niet meer. Ze neemt niet meer op."
Ze sproeide wat water op het haar, kamde verder.

"Gisterenavond ging ik de honden uitlaten. We liepen op een paadje en ik keek naar de overkant. Er kwam een oudere vrouw aan gelopen, voor haar duwende een invalidewagen met daarin vermoedelijk haar man. Mond wijdopen gezakt, geen tanden. Hij kwijlde. Zijn handen lagen op een plateauding. Ze kwamen langs en de honden wilden uit nieuwsgierigheid naar hem toe. De vrouw lachte en vertelde dat haar man vroeger altijd honden om zich heen had. 'Hij was gek op die beesten.' zei ze.

Hij produceerde wat geluid en ik liet de honden maar even hun gang gaan. Ze kwispelden en zaten bij de man die met zijn ogen probeerde de honden te volgen. Daarna liep ze met hem weg. Ik kreeg een brok in mijn keel. Hoe snel en soms langzaam sterfelijkheid intreed."

Geen opmerkingen: