vrijdag 29 december 2006

KABENG!!!!!

We zaten aan de tafel. Zeven kinderen aan een tafel. Waarvan er eentje zeker al dik een kwartier onophoudelijk aan het brullen was.
Mag je wel 'brullen' zeggen? Is dat niet schromelijk politiek Incorrect?
Lieve mensen, sommige kinderen huilen niet. Sommige kinderen brullen. Omdat zij hun zin niet krijgen. "Iiiiihhikkk... wiiihhillll..." En vul maar in.
We waren net klaar met eten. De broodjes waren groot. Maagjes waren gevuld. "Iiihhiikkk.... wiiihhhiillll. ....ooohooook saahaaaalaaaammmihhhiiii!!!!"
De salami was op. Ik hield het bakje voor zijn neus. "Op!" verduidelijkte ik nogmaals. En weer ging er een luide leeuwenbrul door de groep heen. Het kind naast hem, de buurvrouw, hield al demonstratief haar handen over haar oren. "Beetje herrie he?" riep ze ondertussen. "Beetje herrie!"
"Ik weet het goed gemaakt." besloot ik. "Je huilt, maar ik zet je nu van tafel zodat je even op de gang gaat huilen, of je houdt nu op." De keus is aan jou. Het leven is vol keuzes. Ik maak voor jou die keus. Dat is de simpelheid van kind zijn.
Ondertussen spotte ik de doos van het te laat verschenen kerstpakket. 'Karin R' stond er op de sticker. Dat krijg je als er nog een Karin werkt op je werkplek.
"Zullen we even kijken wat er allemaal in zit?" vroeg ik aan de zeven kinderen.
Ze knikten. Ik opende de doos en haalde er een keukenschort uit. Erg handig. Snoep. Veel snoep, dat ik niet uit de doos haalde. Kinderen en snoep. Dat werkte nooit.
Stokbrood. Kruiden. Een pot tomatensaus. Sja. En een langwerpig ding.
Ik haalde een soort van koker uit de doos. Aan de onderkant stond: "push that way."
Ik begon te draaien. Dat ging moeizaam. Ik draaide door.



Er vlogen allemaal glinsterende confetti-achtige draadjes uit de koker. De kinderen zaten allemaal met open mond te staren. Zelfs de brullert was stil.
"Beetje herrie he?" fluisterde de buurvrouw met trillende onderlip. "Beetje herrie."
WARME JAS:

"Kan je verliefd worden op teveel aanwezigheid van iemand?"
"Hoe bedoel je dat?"
"Nou, je voelt in eerste instantie geen kriebels, maar omdat je erg vaak met die persoon optrekt en diegene meemaakt, je verliefd raakt op zijn of haar aanwezigheid?
...
"Alsof je het een beetje koud hebt, om je heen kijkt en een warme jas aantrekt waar je niet eerder van dacht: dat is een warme jas?"
"Als in: wat voelt die jas lekker opeens?"
"Ja!"
"Terwijl je daarvoor naar andere warme jassen keek?"
"Ja!"
"En die andere jassen wel super hip waren maar niet warm genoeg en je daarom helemaal niet keek naar de warme jas die minder hip was maar wel degelijk warm genoeg voor jou?"
"Ja!"
"Je bedoelt gewoon dat je alleen maar keek naar lekkere mannen die voor geen meter deugden en je daardoor de trouwe hond helemaal niet zag staan?"
"Eh ja..."
"Ja, dat kan zeker."

woensdag 27 december 2006

Juli

Ik trek mijn verleden uit de kast
een boel gesplinterde deeltjes
weggestrooid op een mooie zomerse dag

Ik droom
van een leven zonder waarschuwing
maar de ironie brengt me telkens
weer daar
telkens weer

De zon schijnt
Op een juli besteding
En ik vraag me af
Hoe de melodie van zekerheid
altijd aan het veranderen blijft.

juli 2000.

dinsdag 26 december 2006

CADEAUTJE:



Lachende Boeddha, ook wel "dikbuik Boeddha" genoemd.
Dit zijn chinees boeddhistische godenbeelden van rijkdom,
voorspoed en geluk.
Chinese naam: Pu-Tai-Ho-Shang
Een lachende Boeddha staat voor geluk, blijheid, succes,
welvaart en voorspoed.
Men gelooft dat het meer geluk brengt als je af en toe over
de dikke buik van Boeddha wrijft.

Deze Boedha heeft echter een soort van schaaltje in zijn hand.
Weet iemand wat dat betekent?
OOPS:

Het was net twee uur 's nachts geweest. Ze had in den beginne de rose niet gevoeld maar was met jas aan, das om, afscheidskus-kus-kus, naar huis gefietst. De nacht was koud en ze blies wolkjes. Daardoor fietste ze niet meer op de rechte lijn van het fietspad maar denderde zo een berm in, ontweek een grote steen maar kon de toch al schuine paal met een rotondebord niet meer ontwijken. Toen ze uiteindelijk thuis kwam, haar fiets langs het hekje zette en in haar tas zocht naar de huissleutels hoorde ze een sms piepje.

"Ben je al thuis?"


Ze sms-te terug:

"Ja, ben net thuis. De volgende keer ga ik toch maar wel bij jou crashen. Scheve paal gefietst."


Ze stak de sleutel in het slot, opende de deur, deed een lamp aan, sloot de deur en plofte op de bank.

"Wat?"


"Lang verhaal."

Te lang verhaal.

zondag 24 december 2006

VET ROMANTIES:

"Liefje, ik heb het bad klaar."
Met een argwanende blik in haar ogen keek ze op de vloer.
"Gelukkig! Geen rozenblaadjes!"
Hij zuchtte wat en rolde met zijn ogen.
"Wat ben je toch een romantisch trutje!"
"Ik hou niet van die rozenblaadjes toestanden. Voel ik me erg ongemakkelijk bij."
"Ik ga alvast hoor."
Hij ontdeed zich van zijn zwarte badjas, liep in zijn blote achterwerk naar het bad en ging zitten. Om daarna met een verheerlijkte glimlach te wenken.
"Kom. Uit dat ding."
Ze zag een paar kaarsjes branden. Een half geopende fles wijn. Hij had ontzettend zijn best gedaan.
Langzaam hees zij zich uit haar spaghettibandjes hemdje en stapte uit haar bikini onderbroek. Op haar tenen tipte ze op de koude tegels naar het bad. Negeerde een beetje verlegen zijn verheerlijkte glimlach en ontweek ondertussen zijn gespat vol schuim.
Met een been ging ze over de rand. Gleed langzaam in het warme water. Liet haar lijf met het witte schuim bedekken.
"Maar nu zit je tegenover me."
"Ja?"
"Kom dan bij me liggen. Vind ik veel fijner."
Ze probeerde te bewegen. Het water klotste over de rand. Schuim droop over de vloer.
"Beetje lastig." mompelde ze.
"Als jij nou.."
Ze bewogen samen door het water. Het bad was gewoon te klein. Te smal.
Door het klotsen van het badwater ging een waxinelichtje uit.
In de badkamer werd het nog schemeriger. Even bekeken ze het vlammetje dat eenzaam doofde.
"Doe je benen dan even zo." instrueerde zij.
He he. Uiteindelijk lag zij voor hem met haar rug tegen zijn borst. Vouwde hij zijn armen om haar heen.
"Gelukkig kerstfeest. Maar ik heb kramp."

zaterdag 23 december 2006

NOBEL:

Zij was langs de schappen gewandeld van de Albert Heijn. Op zoek naar een grote, goed gevulde gourmetschotel. Kerst kwam eraan en ze kreeg gasten te eten. En omdat ze niet zoveel zin had om de hele middag en avond in de keuken te staan walmen, wilde ze het gourmetstel uit de schuur halen. Dat ding werd maar een keer per jaar gebruikt.
Toen ze alle spullen had, de sauzen, broodjes, vlees, groenten, kersttaart en drank liep ze naar de kassa.
Voor haar stond een jongen van ongeveer een jaar of tien. Hij telde het kleingeld in zijn hand. En het was genoeg. De kassa-mevrouw scande twee blikjes cola en een zakje kerstkransjes. "Dat is dan twee euro negentig." De jongen schrok. Hij had dus niet genoeg. "Zal ik dan een blikje cola eraf halen?" vroeg de kassa-mevrouw. Maar ook dat was nog teveel. Dan moesten de kerstkransjes eraf. De jongen keek beduusd.
"Hoeveel zijn de kerstkransjes?" hoorde zij zichzelf opeens vragen.
"Een euro vijftig." vertelde de kassa-mevrouw.
"Ik betaal dat wel."
De jongen maakte aanstalten te gaan.
"Wacht even!" riep zij.
De jongen begreep het eerst niet goed. Stond vertwijfeld bij de kassa. Totdat hij door had dat een andere, onbekende, persoon voor hem kerstkransjes betalen wilde.
"Nee. Nee, dat hoeft niet hoor." riep hij toen.
"Jawel!" zei zij en knikte.
"Nee. Dat hoeft echt niet."
"Jawel. Eet lekker op! Het is zo kerst!"
Hij wist niet hoe hij het had. Haalde het zakje weg en zei: "Bedankt. Bedankt."
De mevrouw die achter de jonge vrouw stond schudde haar hoofd. Niet omdat ze het ermee oneens was. "Dat vind ik nou een goede actie!" complimenteerde ze de jonge vrouw. "Steengoede actie."

zondag 17 december 2006

ZIJN HUIS:

Terwijl zij zich in haar dunne nachtjurkje hees, zittend op de rand van de slaapbank in de logeerkamer, had zij niet in de gaten gehad dat hij haar aanschouwde. De zachte gloed van de schemerlamp had zijn flauwe licht geschenen op haar blote rug. Het nachtjurkje viel als een gordijn over haar armen, hoofd en rug naar beneden.
Even zat ze voor zich uit te staren. In het niets. Voor zich een onbekende kamer met de geur van vers gewassen kleding. Van hem. Ze keek naast zich en liet haar hand over het zachte kussen gaan. Liet zich toen neervleien en schoof het donkere dekbed om haar heen.
De deur ging op een kier. "Lig je lekker?" had hij zachtjes gevraagd, bijna gefluisterd. Ze had geknikt, geglimlacht en toen zacht 'ja' gezegd. Hij wist even niet wat hij moest doen. Omdat, wat hij moest doen lijnrecht tegenover stond wat hij wilde doen. Toch liep hij aarzelend op zijn blote voeten naar haar bed.
Hurkte naast haar neer en bekeek haar. Glimlachte een beetje. Ze zag een twinkeling in zijn ogen. Hij streek met zijn warme hand een pluk haar uit haar gezicht.
Even verdronken ze in elkaars ogen. De rest verliet de logeerkamer. Voor en na was even onbelangrijk. Nu leek een onmisbaar en stempeldrukkend.
Ze hief zichzelf op en leunde plotseling voorover. Pakte met beide handen zijn gezicht en drukte haar lippen op de zijne. Bijna wankelde hij op zijn hurken, kon nog net met zijn ene hand de rand van de slaapbank vasthouden terwijl hij op zijn knieen ging zitten.
Voorzichtig omsloot zij met haar mond de zijne. Hij leunde tegen haar aan, streelde haar rug, voelde de zijden stof van haar nachtjurkje terwijl zij zich liet achterover zakken. Het dekbed werd opzij geschoven. De slaapbank was toch voor een persoon te groot.

zaterdag 16 december 2006

ZONDER TITEL:


donderdag 14 december 2006

GEWONE DAG:

Lizan had met moeite haar ogen geopend. Het schelle geluid van de digitale wekker maakte dat zij uit een droomloze slaap wakker werd. Met dichtgekoekte ogen vond ze op de tast haar wekker en gaf er een hengst tegenaan. De ellende was alleen dat de wekker op de grond viel en vrolijk doortetterde met het bijna hippe gebliep-bliep-bliep dat je bij sommige dance feestjes hoorde.
Ze leunde kreunend over de rand van haar bed en voelde met haar vingers waar de wekker lag. Bijna. Bijna had ze het kreng te pakken. Toen ze meer grip had duwde ze de wekker uit. Rust. Zucht.
Met een plof lag ze weer in het dikke kussen dat mooie woorden liet schemeren door haar verwarde, gewaaierde haar.
"Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door. Al je gewone vragen vinden weer gehoor. Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht."
Gerrit Achterberg kon er wat van.
Vandaag was het... Vandaag was het.. Ze wist niet meer wat voor een dag vandaag was. Ze bekeek het plafond. Ze bekeek het raam. Het gordijnenstof liet een flauwe lichtstreep zien van een auto die op de parkeerplaats zijn auto wegzette. Langzaam droop het licht af. De ochtend was nog jong.
Vandaag was het, dacht ze, donderdag. En vandaag, nu wist ze het opeens, moest ze naar een begrafenis. Ze wreef met haar knokkels in haar ogen. Het deed pijn; het opgedroogde pus dat uit haar ogen gesijpeld had terwijl ze sliep. Ze voelde dat haar ogen ook dik waren. Van het huilen. Uren had ze vannacht gehuild. Gejankt. Als een klein kind dat een enorme valpartij had meegemaakt. En nu met een knie dat helemaal open lag en bloedde, de plotselinge viezigheid in de open huid voelde prikken en daarom niet langer meer verdriet de baas kon zijn.
Ze had zakdoeken vol gesnoten. Gejankt. Gesnoten. Gejammerd. Gezucht. Opnieuw gejankt. Soms was het zodanig pijnlijk dat niets meer te stoppen was. Kon ze de jankpijn tot in de bloedvaten van haar hart voelen.
Ze was wakker op een ordinaire zomaar-donderdag. Het was zo stom; haar beste vriend was dood en iedereen ging gewoon werken. Alles leek voor anderen door te gaan, terwijl zij niet eens meer wist welke dag het vandaag was. Het had vrijdag kunnen zijn. Maar ook vorige week.
Leeg. Ze lag in haar warme bed en had het koud. Ze lag op haar gedichtenkussen en voelde niets. Alsof ze gisteren en vannacht alles eruit gejankt had. Wat had het voor zin om haar ene been over de rand te leggen en op te staan? In haar belevenis stond tijd stil. Hoe kon haar tijd stilstaan als de rest van de wereld verder leefde in een monotoom ritme van de dag. Elke dag. Dezelfde dag. Alle dagen die komen zouden.
Vandaag was het donderdag. Vandaag was het koud, guur en zonloos. Vandaag moest ze naar een begrafenis. Vandaag nam zij afscheid van haar beste vriend.
"Dag Tim." fluisterde ze in de vroege ochtend.
Als je nacht net als dag is,
is de dag net zo helder als de nacht
en zal de nacht voor eeuwig overgaan in dag.

dinsdag 5 december 2006

DE VIERDE KEER:

Als ze heel eerlijk was, had ze het niet meer verwacht. Soms liep een mens zo nu en dan een kneuzinkje op. Een flinke blauwe plek. Een flinke blauwe plek dat door een simpele kus erop niet minder pijn ging doen. En sommige kneuzingen met enorme pleisters erop waren zulke zware kneuzinkjes dat 'het gaat wel over' rationeel wel wilde maar gevoelsmatig erg wantrouwend zijn hoofd schudde.
Soms begon ze iets en voelde het goed en geloofde ze het. Ze geloofde wat gedaan werd. Een streling, een omhelzing, een diepe kus. En ze geloofde wat verteld werd. Want dat vertelde iemand toch niet zomaar? Maar woorden waren soms als de wind. En waren beslissingen ineens zodanig gemaakt dat woorden niet helemaal geloofwaardig waren geweest. Daar kreeg ze kneuzinkjes van.
Er was een piepkleine blauwe plek op borsthoogte. Het was blauw en toen gelig. Op een dag liep er iemand langs en streek over haar hart. De kneuzing, de blauwe plek deed minder zeer. Met woorden, niet eens zoveel woorden, nuchter, helder en gemeend, heelde de kneuzing steeds beetje bij beetje. Kon zij weer lachen. Dat voelde goed.

zondag 3 december 2006

EN DE VIERDE KEER?

De eerste keer had ze achter hem gestaan in het tussenstuk van de trein vanuit Utrecht. Hij had door de reflectie van de ramen naar haar gekeken. Zij had het eerst niet in de gaten gehad maar iemand naar haar voelen kijken. Op het moment dat zij opkeek en zijn blik vasthield in de reflectie, sloeg hij z'n ogen neer.
De tweede keer wist ze niet dat hij achter haar stond te wachten in de rij bij de stationsrestauratie. Zij was op weg naar haar werk en bestelde een koffie. Toen ze zich omdraaide met haar beker hete koffie botste ze bijna tegen hem aan. Bruine ogen hielden andere bruine ogen vast. Een kort moment. Met bonkend hart en trillende knietjes was ze het perron op gelopen.
De derde keer had zij de kortste route genomen en was op haar gemak gaan fietsen via het centrum richting station. Hij kwam net de hoek om gelopen in een lichtgrijs joggingpak, ongeschoren en een dikke das om zijn nek. Het leek op een oververmoeid trimgebeuren. Ze had nog steeds een blij-gevoel-van-fijne-dag-tegemoet-te gaan-glimlach rond haar mondhoeken toen hun blikken elkaar bleven vasthouden.
Zo lang, en zo intens, dat zij bijna een voetganger aanreed en hij een rek met kleurrijke mokken omver liep.
VERLATING:

Ze rende de gang door, riep ondertussen naar de andere groepen dat ze de kinderen verzamelen moesten en zo snel mogelijk naar buiten. "Snel!" riep ze.
"Wat is er?" riep een collega, die verbaasd, verdwaasd, in de deuropening stond. "Naar buiten! Nu!" Ze gebaarde met haar hand dat ze via de nooddeur weg moesten gaan.
De kinderen hielden zich aan een touw vast, leidsters zongen gedwongen en zonder enige ritme een liedje om de kinderen maar kalm te houden. Een enkeling had geen zin meer het touw vast te houden en wilde weg en werd door een leidster weer naar het touw gedirigeerd. Ze liepen via een zijdeur naar buiten, met stalen gezichten. De derde BHV-er controleerde alle groepen en alle andere ruimtes voordat zij naar buiten rende. Buiten verzamelden zij zich in een zijstraat. Kinderen kregen een soepstengel. Streken neer op kleden. Leidsters telden alle kinderen. "Is de huishoudelijke dienst ook buiten?" "Ja!" Er werd naar hoofdkantoor gebeld. "Er is een bedreigende situatie in het gebouw. Iemand met een wapen loopt rond." meldde een BHV-er. Ze was in alles consternatie het felgekleurde hesje vergeten om te doen. Alles wat de BHV-ers zouden moeten doen leek vergeten, ze wilden alleen maar alle kinderen uit het pand...

Hush little baby don't say a word ...

zaterdag 2 december 2006

MOOI:

"Ik was zo dicht bij jou dat ik het koud had bij de anderen."

Paul Eluard (1895-1952)

vrijdag 1 december 2006

SPA-TJE:

Het feest was in volle gang. In een ondergrondse kelder waar de slingers over de buizen hingen, de gammele tafel met drank het niet lang meer zou houden, de DJ de platen niet meer in de goede volgorde had liggen, de mensen tegen elkaar aan dansten terwijl er flinke beats gedraaid werden.

Ze had iets teveel gedronken. Ze waggelde langs de grijze muren. Hield met haar ene hand de muur vast om zich rechtop te houden, en in de andere hand hield ze een glas waar de drank over de rand sijpelde.

"Mijn moeder staat op ons te wachten!" riep vriendin in haar oor en trok haar aan haar mouw mee. Ze struikelde bijna over de voeten van een onderinvloed verkerend paartje. "Kijk ... t ..och ...uit.. waar..jjje..llloopt!" lalde ze in het niets.
Vriendin trok haar jas aan, begeleidde haar naar buiten om haar vervolgens in de bestelbus van haar vader te laden. Eenmaal in de bus, de deur dichtgetrokken legde ze haar hoofd tegen de leuning.

"Www...eeet.. je.."
Vriendin keek haar vragend aan.
"Jj..jj ...ouw moeder is een muts." Ze wees tegelijkertijd met haar vinger richting moeder die zich verbaasd omdraaide en haar dochter met een afkeurende blik aankeek.
"En...jj ..ij.. zzzz..it..zzw...aar..onder..de..p..lak!" wees ze naar vader.
Vader draaide de hoek van de straat in waar ze woonde. Vriendin opende de deur, hielp vriendin de bus uit en stond zwijgend naar haar te kijken hoe ze bij de buren de tuin in liep.

"Je loopt verkeerd!" riep ze.
Ze draaide zich om schudde haar hoofd, waardoor ze hevig gedesorienteerd en uit evenwicht raakte. Met haar handen op de tegels probeerde ze zichzelf overeind te houden. Het zag er niet uit, midden in de nacht voorover gebukt zichzelf omhoog proberend te krijgen.

"Doei!" riep vriendin toen moeder haar riep dat ze snel moest instappen. De bus draaide en reed de stille straat uit.
Ze stond weer en sjokte naar de voordeur. Probeerde in het donker de deurbel te vinden, vond het en drukte erop. Met haar ogen gesloten hoorde ze vaag een deur openen.

"Meid toch!" hoorde ze een vrouwenstem.
Tegelijkertijd hoorde ze vaag nog een deur openen.
"Wat krijgen we nou!" riep een mannenstem boos uit.
Ze zag, bij twee deuren twee mensen staan.
"Huh?"
"Lieverd, daar is je huis." vertelde een mevrouw in haar peignoir. Ze wees naar het huis naast haar waar een man in de deuropening stond. Boos.
"Oooooohw!"

Ze zag de lage struiken en besloot de kortste route te nemen. Met haar ene been half over de heg dreigde ze zo in haar tuin te belanden.
Ze kreeg onverwacht hulp. Twee sterke handen tilden haar overeind, en sleurden haar over de heg heen.

"Je bent zat!" riep hij afkeurend uit.
Toen ze naar hem opkeek zag ze de herkenning van haar vader.
"Mma.. ag..ik...oo..k..een...kk..eer!"

donderdag 30 november 2006

PFFF:

J (3 jaar) komt de groep binnen gewandeld terwijl ik met een ouder aan het praten ben. Met haar hand op haar neus gaat ze voor me staan en 'pffft' een beetje.
"Wat is er?" vraag ik.
Op het moment dat J begint te vertellen komt haar papa binnen wandelen.
"Het stinkt een beetje in mijn neus want papa heeft buiten een scheetje gelaten."
Ik kijk papa met opgetrokken wenkbrauwen aan en moet ingehouden lachen.
"Ja, nou, dan is het maar goed dat papa dat buiten deed en niet binnen he?" dien ik van repliek. Papa echter weet niet waar hij het zoeken moet en is nog nooit zo snel vertrokken!

zaterdag 25 november 2006

TRANSPARANT:

In de stille nacht leken de gordijnen te bewegen in een lichte ruis. Heen en weer. Maakte dat ze uit een droomloze slaap half haar ogen, licht in het bewuste onbewuste, opende. En in een fractie van een aantal seconden, misschien meer, leek het alsof zij niet alleen was. Ze droomde toch? Of was ze wakker? Ze was niet alleen. Ze voelde het. En in de duisternis, in het half bewuste onbewuste, zag zij een gedaante naast haar liggen. Een gezicht. Maar dat kon niet. Het gezicht was transparant. Dwars door het gezicht, een vrouwengezicht, mooi, kon zij de schaduwen, contouren en alles van de afstanden zien van haar slaapkamer. Het gezicht leek te slapen. Ze probeerde het gezicht beter te kunnen zien, maar in haar half ontwakende staat, dacht zij dat ze droomde. Ze droomde toch? Dit was niet echt. Maar ze was wel wakker. Ze zag alles. Alsof zij, als ze gedurfd had, met haar hand, vingers, niet aanraken kon, geen zachte wangen voelen kon omdat zij er dwars doorheen zou gaan. En toen, ineens, was ze weg. Verdwenen. In de droomloze slaap van nachten zoals zovelen.

Ze zou willen dat ze het tekenen kon.

vrijdag 24 november 2006

SINTERKLAZIG:

"Nou, wie weet nog een sinterklaasliedje?" De kinderen lachen wat maar er komt niets meer uit. Doodmoe zitten ze 's middags aan tafel. Sommigen met hun hoofd op hun arm. Anderen zijn in lalaland of gewoon duf. Dat middagslapen was geen succes. Na krap een uurtje werd er alweer een feestje gevierd. Vlogen de pantoffels en sloffen door de slaapkamer en zaten er twee als echte hooligans aan de spijlen te trekken.
"Sinterklaas Kapoentje dan?" Na enig gekrabbel op m'n hoofd bedenk ik me wat de uitleg ,die men zo wijs in de commentbox geplempt heeft, betekent. "Dan laten we de gecastreerde haan maar achterwege..." Mijn collega verslikt zich bijna in haar koffie van het lachen. "En een, twee, drie..." Ik zing het liedje desnoods maar alleen. Ik klap in mijn handen maar de rest geeft geen sjoege.
"Nou ook lekker. Krijg ik nu, denken jullie, wel een cadeautje in mijn schoen vannacht? Want ik heb nu heel goed gezongen. Dat heeft Piet, denk ik, wel goed gehoord!" T (3,5 jaar) schudt zijn hoofd. "Niet! Piet-Die-Niet-Kan-Horen zit nu op het dak!"

Wijsneus.

donderdag 23 november 2006

WEDERZIEN DEEL 2:

Hij was gaan zitten, zijn jas uitgedaan en had een hand door zijn haar gehaald. Ondertussen had hij constant haar blik op hem gericht gevoeld. Het maakte hem nerveus. Ongemakkelijk. Raar.
De ober had gevraagd of hij ook iets te drinken wilde. Hij knikte en bestelde een biertje. Dat had hij ook wel nodig. Hij glimlachte zonder echt te glimlachen en keek zijn gezelschap aan.
"Daar zitten we dan..."
"Ja..."
Nadat zij een slokje van haar gloeiend hete koffie gedronken had en hij een enorme slok van zijn biertje, probeerde hij in zijn gedachten de juiste woorden te vinden om deze ontmoeting te omschrijven. Zoals een projectleider zou doen om zijn doel uit te bouwen. Hij begon te praten, haperend, stotterend, en zij luisterde zwijgend. Soms had hij daar irritaties over gevoeld; dat zwijgzame van haar. Later, toen het al te laat was, had hij er bewondering voor gehad. Maar hij had het niet meer durven vertellen.
"Ik ben toch wel blij ergens dat we afgesproken hebben. Dan kan ik het nu afsluiten." sprak zij op het laatst. "Ik dacht dat je boos op me was." Hij keek verbaasd op. Schudde zijn hoofd. "Nee, niet boos."
Hij had gezucht. Ook voor hem was het een twijfeling geweest. Zou hij er wel goed aan doen? Waren er niet teveel herinneringen die aan de oppervlakte verveelden?
"Het is goed zo. Ja he?" had ze gevraagd.
Ze hadden de rekening betaald, hun jassen weer aangedaan, waren samen naar de deur gelopen, hij had haar voorgelaten. In het donker, in het schemerlicht van buitenlampen waar de miezerregen doorheen danste, hadden zij elkaar aangekeken. Haar haklaarzen klikklakkend op de straten.
Zij was het centrum in gelopen. Hij had haar nagekeken. Het was echt goed zo.

zaterdag 18 november 2006

ZWIJGEN:

In de trein had ze schuin tegenover twee opgeschoten knullen gezeten. Ze schatte hen rond de zeventien misschien. Ze waren luidruchtig. Enorm, irritant luidruchtig. De coupe zat vol. Tegenover de knullen zaten twee ouderen. Achter hen een vrouw van middelbare leeftijd. Zij klampte haar tas al bangig tegen zich aan. Ergens in de buurt stond een treinconducteur in het tussenstuk.

Er ging een mp3 speler op hard. Zonder oordoppen. Er knalde door heel de treincoupe een rapnummer, een persiflage van het nummer van Lange Frans en Baas B. Dat de rapper het zusje van Lange Frans wel wilde pakken. En nog meer van dat gewauwel. De volumeknop ging harder en ze zongen lachend als Beavis en Buthead mee.
Zij had om zich heen gekeken. Tegenover haar zat een jongeman die haar in de gaten kreeg. Haar ogen hadden namelijk vuur gespuwd.

Was er nou niemand die opkeek, het vervelend vond? Deed iedereen nou net alsof ze het niet hoorden? Was er nu niemand die wilde vragen of het alsjeblieft wat zachter kon? Ze wiebelde gefrustreerd op haar stoel en stond op het punt zelf maar te vragen of ze oordoppen hadden meegenomen! De jongeman legde een hand op haar knie. Schudde zijn hoofd 'niet doen.'

Ze was weer gaan zitten. In Roosendaal was ze zwijgend uitgestapt. Had de mensen, waar ze de treincoupe mee gedeeld had, nagekeken. In shock. Ze voelde zich boos. Boos vooral op zichzelf. Iedereen was bang geweest. Ze had zich tegen laten houden door een vreemdeling. En nu was ze boos. Boos!
Thuis had ze kwaad haar tas weggesmeten en was op de bank gaan zitten. In het boek dat ze elke dag een keer inlas kwam ze op een onbekende bladzij terecht. Er stond:


woensdag 15 november 2006

BLADBLAZER?

LIJNEN:

Ik vraag me af
wat het litteken doet
op mijn lijf

Of het iets is als
krokodillenleer
Als een diepe rimpel
in m'n voorhoofd

Of is het een landkaart
ergens naartoe

De rimpels in mijn voorhoofd
zijn er, denk ik,
omdat ik teveel gefronsd heb
tot nu toe

december 1997

maandag 13 november 2006

ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 4:

Ze keek nog eens achterom naar de donkerblauwe-hemd-mevrouw. Ze was bezig met iets inpakken. Ze zag een kartonnen doos op de balie staan. Weer keek ze naar de schap met flesjes zonder dop. "Tester" stond erop met een witte sticker. Met trillende vingers pakte ze een flesje eraf. Hield het voorzichtig bij haar neus. Zoet. Naar bloemen. Als de bloem bij de bloemenwinkel.
Ze legde een vinger op de bovenkant van de dop. Drukte het voorzichtig naar beneden. Er spoot zich een nevel de lucht in. Van geurige zoetheid. Even rook ze in de lucht. Sloot haar ogen. Hmm.
Ze had alleen geen geld. Helemaal niets. Ook bij de rekken van de supermarkt waar de karren met een ketting in elkaar zaten had ze niets gevonden.
Weer keek ze achter zich. De jonge vrouw met felrode lippen had opgekeken haar richting uit. Had even gefronst en daarna geglimlacht. Ze ging door met spullen uitpakken. De kartonnen doos bleef op de balie staan.
Eigenlijk ging het een beetje vanzelf. Dat ze het testerflesje in haar hand hield en zo in haar jaszak liet glijden. Dan kon ze thuis al haar kleren volsproeien met bloemenlucht. Ze had zich omgedraaid en was richting de deuren gelopen. Ze had de deuren gezien waar net iemand met een drogisttas vol spullen wegliep. En toen ze over de drempel was had ze een hand in haar nek gevoeld. Een strakke knijpende greep dat haar liet stoppen.
"Volgens mij, meisje, heb jij iets meegenomen uit de winkel waar je eerst voor moet betalen."
Ze had geschrokken opgekeken naar de mevrouw met de felrode lippen.

In een klein kamertje, tussen de andere kartonnen dozen, had ze moeten wachten op de meneer die nu de kamer binnen kwam lopen en haar even met een nee-knikkende zucht bekeek. Hij had een donkerblauw pak aan. Hij was van de politie. En dat maakte haar bang. Ze durfde niet meer naar de meneer te kijken en keek daarom maar naar haar wiebelende schoenen die net niet bij de grond konden. De stoel was te hoog.
De meneer zette zijn pet af en bekeek waar hij hem kon neerleggen. Hij legde hem maar op een kartonnen doos.
"Zo."
...
Hij keek even om zich heen en pakte een stoel. Met opgetrokken wenkbrauwen ging hij zitten.
...
"Wat is er vandaag gebeurd?"
...
Meneer de politieman draaide zich om, zag ze, vanonder haar warrige haren, toen de jonge medewerkster binnen kwam lopen met het flesje. Snel keek ze weer naar beneden toen hij het flesje aanpakte, en haar weer aankeek.
"We moeten wel even praten, hoor."
...
Ze kneep haar lippen op elkaar. Bekeek door het gordijn van blonde haren de ogen van de meneer. Hij keek haar met een vragende blik aan.
"Je weet, denk ik, wel dat je eigenlijk niets zonder te betalen mag meenemen uit een winkel."
...
"Waarom nam je dit flesje mee?" Hij draaide de fles tussen duim en wijsvinger heen en weer en hield het voor haar ogen. Het waterige goedje danste heen en weer in het doorzichtige glas met de witte sticker erop.

zaterdag 11 november 2006

EMMER VOL:

we doen het allemaal
wel een keer
en sommigen meer;

iets achterhouden dat
niet perse iemand,
om wie we geven, denken we
hoeft te weten

niet echt in iedergeval,
of maar voor de helft,
een beetje van het
gehele verhaal, kort of lang

baadt het niet
dan schaadt het niet
wat niet weet
wat niet deert

maar geweten is een
machtig en krachtig goed
het wurmt zich onzichtbaar
in andermans veren: fluistert intuitie

zodat de druppels in
andermans emmer
zwaar doet overlopen

DRUP DRUP DRUP

vrijdag 10 november 2006

ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 3:

Was het een blauwdruk van zijn leven geweest? Een stempel op de brief? Hij was het onderweg vergeten. Hij was vergeten wat het was om te leven zoals leven moest. Nodig was. Ook voor zijn dochter. Hij was opgestaan uit de stoel. Zijn jas gepakt van de leuning en om zich heen geslagen. Hij had zijn spreker toegeknikt in een beleefd toneelspel. Was de deur uit gelopen, langs de lange vooroorlogse gangen van het schoolgebouw. Naar huis.
Soms leek hij een afslag verwijderd van thuis. Wat was thuis?

Thuis zat zij onder de tafel. Met schokkende schouders. Ze zag vanonder de tafel de in pantalon gehulde benen van mama heen en weer lopen in een nerveuze pas. De stof streek met dof geluid tegen haar benen. Het ruiste licht.
Moeder was aan het bellen maar kreeg niemand aan de lijn. Ze vloekte ervan.
Wat haar deed ineenkrimpen. Mama was woest. Ingehouden woest. Niet theatraal, hectisch en driftig woest. Het was koude woestheid. Waarvan haar lichte blauwe ogen bijna ijs werden.
Zo’n vulkaan woestzijn. Daar moest ze altijd van schrikken op het moment dat het over leek. Dan volgde er alsnog een uitbarsting. Begon alles opnieuw.

Ze hadden haar viespeuk genoemd. Buiten tijdens de schoolpauze. Ze hadden in de cirkel gerend en haar verteld dat ze vies rook. "Gatverdamme!" riepen ze.
Ze hadden erom gelachen tijdens het rennen in de cirkel. Zij had in het midden gestaan en alles bekeken. Had bijna de neiging aan haar trui te ruiken. Was het echt wel vies? Waar rook het dan naar?
Ze was toch schoon? Ze had naar haar gebreide trui gekeken. De rode stof gevoeld vanonder haar vingers. Had verbaasd naar de lachende ogen gekeken die vuur spoten tegelijkertijd. Als ze vies rook moest ze zich wassen. En wassen deed ze toch? Mama gooide dan een washandje de badkamer in. "Hier is nog een schone." Het werd achteloos gegooid zodat zij het opraapte van de tegelvloer.
Dan zette ze het trapje voor de wastafel want de spiegel was te hoog.
Dan opende ze de kraan en voelde langzaam het water warmer worden. Gleed met haar beide handen langs het water, zag de druppels van haar nagels glijden. Het water werd warmer en warmer. Het voelde als een vloeibare deken. Totdat mama opeens met een ferme draai de kraan dichtmaakte en haar aan haar bovenarm de trap aftrok. "Niet spelen met de kraan! Meekomen nu. Je gaat naar bed."

ACHTER GESLOTEN DEUREN DEEL 1:

Ze dacht weleens dat, als haar moeder de creme als witte dotjes op haar voorhoofd, wangen en kin aanbracht, ze alles zo goed uitsmeerde dat haar huid van steen werd. En dat er dan nooit miniscule breukjes ontstonden omdat ze nooit lachte.
Zelfs als ze van haar koffie dronk bewoog ze alleen haar lippen.
Haar gezicht leek op marmer. Haar lijf een wassen beeld. Ze stond weleens achter de strijkplank de krijtstrepen overhemden te strijken van papa, bewoog alleen haar ene arm. Heen en weer. Heen en weer. Zij had aan het voeteneind van het bed gezeten. Observeerde de geruisloze bewegingen van haar moeder.
De huizen waren geluiddicht, leek wel. Zelfs als de buren met fronsende wenkbrauwen een blik naar buiten wierpen, vanachter gesloten vitrages, en zij met wanhoop in haar ogen contact probeerde te maken, dan nog sloten de buren de gordijnen.
Alle huizen hadden dikke muren. Alle ramen konden dicht.
Ze bekeek haar blauwe waterschoenen. Haar dikke donkergrijze sokken. Ze kon haar tenen niet bewegen. Ze legde haar ongekamde vlasblonde haar als in een gedraaide knot in haar nek. De bladeren dwarrelden op een herfstdag door de tuin. Papa was vegen. Mama was binnen. En zij was nergens.

donderdag 9 november 2006

EN POINTE:

Er was een beetje heimwee. Heimwee naar het zijden rose. Ze hield de spitzen in haar handen. Ze hadden in een kast gelegen. Ze glimlachte weemoedig. Sloot haar ogen en ze stond weer op het toneel. Strakke panty, haren in een knot. Zwart balletpak. Beenwarmers. Warming up. Arabesque, battement, pas de chat, releve, sissonne. De beweging. Het ritme. Golven. Dansen. Ze wilde dansen. Ze pakte de spitzen en deed haar sokken uit. Bewoog haar voeten, tenen, omsloot de balletschoen om haar voet. Ging voorzichtig staan. Bewoog de tenen in de neus. Ging voorzichtig lopen. Balancerend op een been. Draaide met haar armen. Keek strak vooruit. Zocht een punt in de verte. Een, twee, drie. Draaide een pirouette. Dat lukte. Het lukte! Ze zweefde, danste, bewoog, vloog! En bij haar laatste tret, de grande finale, liet ze zich in een buiging gaan. Applaus. Het galmen van oorverdovend applaus.