woensdag 17 januari 2007

AAN DE STRAAT:

De koffer was gevuld. Het ging met moeite dicht. De rits haperde halverwege, er moest goed aangeduwd worden wilde het echt sluiten.
De koffer was zwaar. Heel zwaar. Misschien dat er halverwege de reis iets achter kon blijven. Dan was de koffer lichter en had zij minder pijn in haar armen.
En zo kwam er iemand op haar pad. Het pad van haar reis. En hij zag de koffer.
"Is hij zwaar?" had hij gevraagd. "Als hij erg zwaar is, dan denk ik dat ik hem niet met je dragen kan."
Maar zij wist te vertellen, met horten en stoten, dat ze de koffer niet achterlaten kon, hoe graag ze het ook zou willen.
"Misschien, heel misschien kan ik onderweg iets achterlaten. Dan is de koffer minder zwaar en dan hoeven we minder te tillen."
Maar hij twijfelde. Aan de inhoud en zwaarte van de koffer. Maar zij en de koffer waren wel twee verschillende dingen. En de inhoud kon veranderen, verminderen. Misschien zelfs eruit gehaald worden zodat er nieuwe spullen in konden die ze samen hadden uitgezocht. Waar ze samen blij van werden.
Tot op een dag hij tegen haar zei: "Die koffer is veel te zwaar. Ik wil die koffer niet tillen. Ik weiger te proberen. Ik wil niet proberen. Ik til die koffer niet. Zet die koffer maar aan de straat."
Maar dat kon ze niet. Ze kon die koffer niet achterlaten. En toen, op een zekere dag, zette hij haar aan de straat. Met koffer en al.

Geen opmerkingen: