PLEISTER OP DE WOND(EN):
"Toen papa jou sloeg, toen was papa niet zichzelf. Papa gaat nu werken om weer een goede papa te worden."
Zoon zat met zijn hoofd naar beneden naast zijn vader op het trapje voor het huis.
"Papa heeft heel veel spijt van wat hij gedaan heeft. Papa vraagt eigenlijk of hij het goed kan maken. Hoe kan hij het goedmaken?"
Zijn zoon zat bewegingsloos naast hem. Schouders naar beneden. Gaf geen krimp. Het leek net alsof hij zijn tijd uitzat. Verplicht luisteren naar wat de dader te melden had. De dader, zijn vader, in wie hij al zijn vertrouwen gelegd had, ooit, gaf hem een genadeklap. Soms kon je in je leventje iemand aankijken, luisteren naar de spijtbekentenis, zuchten en zeggen: Ja, ik vind het vreselijk dat dit me is overkomen, maar ik vergeef het je.
Zoon had gekeken hoe zijn vader uiteindelijk was opgestaan en was gaan lopen. Van hem vandaan. Hij had geprobeerd. Had getracht te zeggen dat hij zijn best zou doen om er voor hem te zijn. In het vervolg. Van nu af aan. Het veegde alleen het verleden niet meer weg.
Soms waren de mensen waar je het meest om gaf, de mensen die je niet meer vertrouwen kon. Omdat degene waaraan jij je hart gegeven had, je keihard onderuit haalden.
Zoon stond op en zag zijn pa de hoek om gaan. En hij stond op, liep het trapje op, opende de voordeur en sloot hem achter zich.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten