woensdag 16 januari 2008

HIJ WAS LANG EN KNULLIG,

en liep met versleten bruine gaatjesschoenen met veter langs me heen. Zijn krullen dansten bij elke stap die hij zette.

'Vind je het echt niet erg?' vroeg hij nu al voor de derde keer.
Hij haalde ongemakkelijk zijn iele schouders op. Zijn bruine suede jas leek even van rechts naar links te schuiven.

'Ik voel me namelijk een beetje geestelijk bezwaard. Ik heb namelijk wel gezegd dat --'

Soms moest je tegen iemand zeggen dat je iets anders van plan was. Of van gedachten veranderd was. Of opeens anders voelde. Of geen tijd meer had. Of moest je zeggen dat het gewoon nu even niet kon. Dat het anders was. Of in iedergeval niet hetzelfde.

Hij leek te luisteren. Streek met een hand door zijn krulhaar en leek zijn hoofd wat te buigen. Misschien was de ontvanger van de mededeling teleurgesteld. Verdrietig. Of boos en gekwetst. Het leek alsof, bij iedere stap die hij zette, hij meer en meer op zijn schouders meedroeg.


Soms voelde je schuld. Ook schuld om dingen waar je je niet schuldig over zou moeten voelen. Schuld en boetedoening.
Ik hoorde een lichte zucht terwijl hij zijn mobieltje dichtklapte en de trein instapte.

Geen opmerkingen: