dinsdag 8 januari 2008

TOCH WIL IK WEL,

wat kwijt over afgelopen weekend. Afgelopen weekend was een beetje raar enzo.
Niet raar raar als in raar, ieieie, ik wil weg. Nee, dat niet. Helemaal niet zelfs!
Daarom bleef ik ook. Daar dus.

Daar was geen Brabant. Daar was ergens verder weg over de grens. Zeg maar. Dat ik praat met een zachte 'g' wist ik wel. (Duh!) maar dat ik, toen ik eenmaal terug was, zélf hoorde dat ik praat met een zachte 'g' dat was wel een beetje raar.

Zo ook dat een ander je erop attent maakt dat je tekenfilmvoeten hebt. Ja, nee, ik weet zelf ook niet wat dat is.

Ik brak op de valreep ook nog een bril in tweeen. In een brillenzaak.
Met een blozend hoofd liep ik met twee delen bril naar de mevrouw van de winkel.
'Aah, nee, niet schrikken, dat doet die bril altijd.' zei de brillenmevrouw.
'Ze maakt altijd vanalles kapot.' werd er toen van naast me verteld.
Dat is best raar. Als iemand vertelt tegen een vreemde brillenzaakmevrouw, dat je altijd spullen kapot maakt. Helemaal omdat ik soms spullen per ongeluk kapot maak.

En ik kreeg een boek. Een heus cadeautje.

Ter afsluiting werd ik eventjes behoorlijk ziek. Van de buikpijn. Ik dacht eerst dat het lag aan het Indisch eten van de avond ervoor. Moest ik, heel genant, daar dus, over de grens in andermans huis, overgeven. Ik gaf over in een emmer. Waar de persoon rustig naast stond. Terwijl ik zwetend en rillend over de rand van het bed moest spugen.
En hij maar rustig vertelde: 'Het is niet erg. Het is echt niet erg.'

Toen ik gisterenavond thuis was, en op de bank lag onder m'n dekentje, met een weke maag en vermoeidheid in m'n gezicht, moest ik een beetje huilen. Ja, natuurlijk was nu de maandelijkse toestand aan heel zijn carnaval begonnen. Maar ik snikte een beetje omdat ik vond dat iemand zo lief voor me geweest was.

Geen opmerkingen: