dat ik wel een afspraak verzetten moest voor de meneer. Maar nee, hij kon niet op een eerder tijdstip. Laat in de middag dus.
Ik deed netjes in de ochtend mijn
Om vier uur was er nog niemand. Mijn geduld raakte op.
'Tot hoe laat werken die
'Tot zes uur.'
'Oh, dus dan komt hij nog wel.' Ik slaakte een zucht van verlichting.
'Ik zal voor alle zekerheid eens bellen.' zei meneer de receptionist.
En toen kwam hij met het volgende:
'Monteur zei dat u niet thuis was. Hij is bij u aan de deur geweest.'
Mijn mond zakte open. Maar dat zag de receptionist natuurlijk niet.
'Dat lijkt me stug, want ik was om half een thuis.'
'Hij had een briefje in uw brievenbus gedaan.'
'Ik had m'n post rond half een meegenomen.' zei ik met ingehouden zucht.
'U was niet thuis.'
'Dat was ik wel!'
'Hij zei dat u niet thuis was.'
Dan raakt mijn geduld dus op.
'Meneer, moet u eens goed luisteren. Toen ik vorige week belde om een afspraak te maken wilde ik in de ochtend afspreken. Dat kon niet, zei u toen. Het zou eind van de middag worden. Eind van de middag, meneer. Eind van de middag is niet voor half een. Ik was thuis na half een. Eind van de middag is aan het EINDE VAN DE MIDDAG. Aan het EIND.'
Er viel een stilte.
'Ik ben toch bang dat ik een nieuwe afspraak met u moet maken, mevrouw.'
'Doet u dat maar. Vroeg in de ochtend!'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten