Toen de televisieserie begon keek ik eens. Zapte vrij snel weer weg. Het kon m'n tere hartje niet verdragen; al die opmerkingen, sarcastische reutemeteut en narcistische lolbroekerij. Toegegeven, het intrigeerde me wel. Niet omdat de man in kwestie een bepaalde wankelende levenshouding met zich meedroeg, en hij wankelde niet alleen doordat hij met een stok liep, zijn gezicht vertoonde de littekens van verscholen kwetsbaarheid en pijn.
Mijn tere hart wil dan doorgronden en uitzoeken en erachter komen waarom. Want ik vraag altijd waarom. Waarom zijn sommige mensen zoals ze zijn? Waarom deze manier van leven, praten, sociolizen en omgaan met de wereld en de mensen om hen heen? Waarom, waarom gooien deze mensen hun hele hebben en houden aan ontevredenheden, tekortkomingen en vooral onzekerheden zo als een hoge berg vuilnis in de tuin van de mens die er niet om vragen? Waarom zodanig de provocatie opzoeken door het testen van mensen en situaties om hen heen?
Eergisteren, volgens mij, lag ik na een dag hard werken, uitgeteld op de bank met een sapje en een remotecontrol en zapte langs de kanalen. Doctor House kwam langs. 'Oh nee hè.' brieste ik verveeld. Hij wankelde met zijn stok door lange ziekenhuisgangen, mopperde op de patienten, liet tussendoor briljante uitspraken als scheten uit zijn arse glijden en deed ontzettend moeilijk over zijn al dan niet verborgen gevoelens voor een aantrekkelijk uitziende jonge leerling arts. Want ja, dan heb je als ontevreden, tekortgekomen onzekere stoere man een boel ellende aan je spijkerbroek hangen.
Het is mijn tere hart dat ik juist dat soort mensen aantrek. De mensen met de provocaties zodat ik me een proefkonijn voel. Ik kan zo in mijn hoofd die mensen herinneren waarmee ik een bepaalde band opbouwde maar helaas niet verder kwam dan de dikke muur waar ik met gereedschap, speciaal gekocht, doorheen probeerde te slaan. Ik kreeg niet alleen ontzettende spierpijn van het beuken, maar ook ademhalingsproblemen. Al ik kreeg was opwaaiend stof dat de lucht in geworpen werd door de aanhoudende slagen op die dikke muur. Bovendien slaagde ik nooit voor de test. Ik stopte er halverwege mee. En zei de ander dat ik gefaald had, met een hoon in zijn stem en een blik in de ogen van: zie je wel, ik had gelijk.
Ik fantaseerde dat ik achter hem aanliep in die lange ziekenhuisgang en langs hem wandelde, hem eens goed aankeek en plotseling die stok onder hem vandaan schopte. Dat gewankel leek wel een metafoor van zijn bestaan. Hij wiebelde en viel. Met een geschrokken blik keek hij omhoog. Wist even niets uit te bengen, liet geen emotie zien en gaf geen krimp. Ik hurkte naast hem neer.
'Luister eens even, voor deze keer, mister House person, we zijn allemaal onderuitgehaald door jeugd, opvoeding, verbroken relaties, teleurstellingen, afscheid en onverwachte veranderingen. Dat heet leven. Maar moet het dan zo zijn dat je moet prikken, duwen, provoceren en uiteindelijk moet weglopen? Moet dat?
Ik vraag me af wat ik als antwoord gekregen had. Waarschijnlijk zo'n irritant, sarcastisch geblaat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten