zaterdag 5 mei 2007

HOOG:

Er stond een vreemde man op een trap. Hij tuurde in de verte.
"Hallo!" riep ze van benee.
Hij leek verder te turen, zette zijn hand boven zijn wenkbrauwen en fronste. Want hij hoorde wel wat maar vond niemand die hem vanuit de verte riep.
"Hallo!" riep ze nog eens.
Hij wankelde even op de trap voordat hij zijn gezicht naar beneden richtte.
"Oh, ben jij het die roept." reageerde hij met een lichte verbazing.
Ze knikte.
"Je bent ver weg als je bovenop de trap staat." constateerde ze.
"Hoe bedoel je?" wilde hij weten. Hij zette een stap naar beneden. De trap wankelde een beetje onder zijn gewicht.
"Ver is ver. Is er in de verte meer te zien dan? Beneden is ook veel te zien."
Hij lachte een beetje. Zijn lach verraadde dat hij het niet helemaal geloven kon.
"Het is jammer hoor, als je weer de trap opklimt." wilde ze nog kwijt.
Maar hij luisterde al niet meer. Hij beklom de trap en tuurde in de verte.
Even bekeek ze zijn blik op oneindig. Hoe star en wijdreikend. Er klonken muzieknoten vanuit de hoek van de straat, trompetten en trommels.
"Hoor je dat?" vroeg ze, terwijl ze haar hoofd ophief om hem beter te zien. Hij schudde zijn hoofd, geirriteerd, en wuifde met zijn hand in een laat-me-met-rust gebaar.
Een moment bekeek ze de trap. Hoe de laatste tree overging in een stabiele poot dat stevig stond op het trottoir. Ze schoof met haar been naar achter en schopte met een plotselinge ruk de trap weg. De trap donderde met een smak tegen de vlakte. Hij vloog mee.
"Zo, ben je nu weer met beide benen op aarde beland." zei ze en liep vervolgens met stevige stappen de straat uit.

Geen opmerkingen: