donderdag 17 mei 2007

LES IN SNOEPJES:

"Een lekker snoepje heeft in het begin alleen een buitenkant." vertelde de oudere vrouw. Ze zat op een bankje buiten in de wind.
"De buitenkant heeft vele gezichten." vertelde ze verder.
Ze staarde in de verte, waar kinderen aan het spelen waren op een veldje. Kletsnatte schoenen en pijpen van hun broeken, door onophoudelijke regen 's morgens vroeg.
"Het is de kunst om aan die buitenkant de binnenkant te vinden. Zodat je weet wie je voor je hebt staan. Veel mensen hebben haast. Haast om binnenste te snoepen. Daardoor proeven ze nauwelijks de smaak van de kern. Is het ook logisch dat zij daardoor sneller zullen zeggen dat het snoepje niet goed genoeg smaakte."
De bal vloog rakelings langs het bankje. Een puber met lange slagen in z'n haar rende langs haar heen om de bal te pakken, zich om te draaien en het weer richting de anderen te gooien. Bovenhands.
"Sommige snoepjes hebben een binnenbuitenkant." Ze knikte ter bevestiging van haar zojuist gesproken woorden.
"Deze snoepjes hebben een doorzichtig laagje zoet eromheen. Daar bijt je dan zachtjes de randjes vanaf en vindt dan een nieuw laagje en nog een nieuw laagje, totdat je bij de kern bent gekomen."
Het begon weer te regenen. Ze zocht haar regenkapje in haar bruine tas. Zette met trillende handen het kapje over haar grijze kapsel. Strikte het lintje onderaan haar kin vast.
"Ik ga weer eens op huis aan." zei ze terwijl ze moeizaam opstond.
Ze stond even stil. Draaide zich toen om.
"Sommige mensen maken de menselijke fout een snoepje te proberen waarvan ze weten dat het niet lekker is. Bij voorbaat al. Maar leren om te onderscheiden wat lekkerder is. Wat beter bij hen past."
Ze legde haar bruine tas om haar arm, knipoogde, en sjokte door het natte gras richting huis.

Geen opmerkingen: