MET EEN BEEN OVER DE RAND:
Ze had haar boek uitgelezen aan het water. Daarvoor struinend langs het Kronenburgpark een telefoontje aangenomen. "Wat was er toch?" had ze gevraagd. Maar er was niets, alleen drukte. Terwijl zij al bedacht had een vage kennis te mailen. Met de vraag of meneer niet in het ziekenhuis lag, met een been hangend in een stang. Met een televisieaansluiting waarop Oprah en As The World Turns in een verveling voorbij ging. Arme, arme man. Ze vond het zo zielig. Daar alleen, zonder mensen om hem heen, want ja, men moest gewoon naar het werk. Dat verlepte bosje bloemen was even daarvoor door de verpleegster weggebracht. Haar voorkomen was ook al niet om naar huis te schrijven. Ze liepen in het ziekenhuis allemaal met van die dikke konten rond en klompen aan hun voeten. Ze bedacht dat hij soezend de dag doorkwam.
Maar er was niets aan de hand. Helemaal niets. Dat luchtte wel op hoor. Maar, zo turend over het water, na het nuttigen van een Bolzano en een cappucino, vond ze toch wel dat ze haar fantasiepiek nu wel bereikt had. Dat moest maar eens stoppen! Wel nu! Potverdrie!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten