vrijdag 8 juni 2007

BRIEF:

"Lieve S,

Vandaag dacht ik, je bent als een parachute. Hoog boven de wolken heb je je pak aangedaan en laat je jezelf naar beneden gaan. Vlieg je boven de wereld en zijn je gedachten vrij.
Voor even, want er komt een moment om de parachute te openen. En het touwtje lijkt even niet te werken, de parachute gaat niet open en je raakt lichtelijk in paniek. Maar dan vliegt je lijf mee omhoog; de wind slaat onder de opengeklapte doeken en neemt je even onverwacht mee. Er is geen controle. Je zult wel moeten.
Pas net boven de groene velden laat je je lijf op de vaste grond vallen. Legt de parachute zichzelf in een gekreukeld hoopje naast je neer.
"Ik weet het soms niet meer, ik voel zoveel onrust in m'n lijf. Ik kan niet rustig in de tuin zitten want er gaan miljoenen gedachten door m'n hoofd. Allemaal dingen die ik nog moet doen. Waarom moet ik de dingen doen die ik mezelf aanpraat?" Wanneer houdt het eens op?"


Hoog. Hoger. Zweven. Oneindig ver. Omdat je misschien vluchten wil in je eigen lijf. Maar hoe verder weg, hoe meer je onrustig bent; je kan vluchten waar dan ook heen maar je neemt altijd jezelf en je gedachten mee. Vandaag dacht ik een luchtballon te zien in de verte. Een donkerblauwe. Hij zweefde de oneindigheid in. Stabiel en rustig. Misschien komt er ooit een dag dat je in de luchtballon kan staan zonder naar beneden te willen kijken."

Geen opmerkingen: