ONTMOETINGEN 2:
Ze zat op een bankje te wachten op de trein die haar naar huis brengen zou. Ze had plaatsgenomen naast een ruw uitziende jongenman, met een dikke zilveren ketting om zijn nek, een donker petje op en een enorme joint in z'n hand.
Hij werd gebeld.
"Met Mischa..."
Hij luisterde en mompelde wat in de telefoon met een zwaar Amsterdams accent, zei gedag en hing op.
"Ik moet naar Elst." zei hij ineens.
Ze keek op uit haar boek. Twijfelde of hij het nu tegen haar zei of tegen iemand anders. Maar er was niemand in de buurt.
"Ik denk dat ik in Nijmegen moet overstappen he?"
Ze knikte.
"Ik moet daar de kermis mee helpen opzetten. Helemaal geen zin in."
Hij draaide een blikje Red Bull in z'n vingers rond.
"Daarom dacht ik, ik drink alvast een red bulletje, krijg je vleugels van, zeggen ze."
Ze schoot in de lach.
"Als je er flink wat duiten voor krijgt, dan is het misschien wel handig zin te maken." opperde ze.
Hij knikte.
"Je komt hier niet vandaan. Jij komt uit Amsterdam die kanten uit." sprak ze.
Hij lachte zijn ongelijke tanden bloot.
"Klopt. Ik heb m'n familie allemaal hier wonen hoor. Maar ik spreek die familie hier niet zo veel. Ze zijn allemaal bekakt."
De trein kwam. Hij dronk z'n laatste slokje en gooide het blikje in de prullenbak.
"Zoals ze op z'n Amsterdams zeggen: de mazzel!" groette hij en stapte in.
"Haije war!" riep ze hem na.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten