aan de rand van het meest zuidelijkste puntje van Europa.
Met een enorme harde wind, die mijn t-shirt tegen mijn lijf aan deed kleven,
en die me bijna uit mijn evenwicht blies.
De zon was ontzettend fel. De rots onwerkelijk hoog en de diepte zo diep, dat het me duizelde als ik te ver eroverheen keek. Maar ik stond er.
Even sloot ik mijn ogen. Voelde het zand tegen mijn wangen, harde korreltjes. Met mijn mond dicht, want anders proefde ik het. De warmte van de zon was als een dikke deken. Ik moest oppassen dat ik niet ter plekke verbrandde, zoals jaren geleden.
De wind streelde mijn huid. Kriebelde achter in mijn nek en liet zich dwars door kleding gaan. Als ik wilde, strekte ik mijn armen uit en liet me voorover gaan.
Er was niemand hier. Helemaal niemand. Ik was alleen.

KLIK.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten