zondag 3 februari 2008

HET IS STIL,

in mijn kleine huisje. Waar de wind woeit in de trappengang en iemand van ergens in het appartementencomplex steeds herhalingen maakt op zijn of haar gitaar. Ik kan de klanken horen van The House Of The Rising Sun. Ik hoor het rikketikken van een verwarmingsbuis, het tiepen van de toetsen tijdens dit stukje tekst en de telefoon die twee keer piept omdat er een sms-je doorkomt, wat een energetisch gezoem teweegbrengt via de geluidsboxen naast mijn computer.

Geluiden.

Vanmiddag zat ik in de trein en hoorde het lallen van carnavalsmensen. Het gekraak van een rapliedje dat door een mobieltje beluisterd werd en het gorgelen van een loszittend hoestje. Het kraken van een omgeslagen bladzijde van een krantje en het schrapen van een hard frietje langs een kartonnen bakje.
Mijn iPod die Amos Lee's The Wind halverwege ten gehore bracht, terwijl ik de witte wereld buiten lichtelijk verwonderd voorbij zag gaan.

Vanmorgen bij het wakker worden gleed de zon via de zijkant van mijn net te kleine luxaflex over mijn gezicht. Was het stil om me heen. Stiller dan stil was bijna onmogelijk.

Ik hoor mijn koelkast.

Geen opmerkingen: