zondag 10 februari 2008

MET EEN OPGELUCHT GEVOEL,

had ik net mijn horloge opgehaald. Een splinternieuw leren bandje, dat alleen bij de dieselfabrikant gemaakt kon worden, zat nu weer aan mijn horloge. Het had anderhalve maand geduurd voordat het telefoontje kwam om het op te halen. Niemand had het gezien, maar ik sprong een dansje toen ik het berichtje afluisterde van het antwoordapparaat.
Zeven jaar oud, dacht ik, dat deze horloge was. Ik wreef glimlachend over het bandje. Rook aan het leer. Gek eigenlijk, dat ik zo verknocht kon zijn aan een ding als een horloge.
Het voelde alsof ik de tijd terug had.

Ik snoof, voor zover dat kon, de buitenlucht op. Mijn hoofd voelde aan als een mummie. Alsof iemand met een wattenstaafje dikke watten in m'n neusgaten gepropt had, zodat ik amper ademhalen kon. De zon scheen fel. De zon was goed voor het lijf en mijn gedachten.

Met doelgerichte passen, mijn iPod op, wandelde ik richting weiland. Keek naar de lucht. Ik hoorde het sms-je niet van een vriendin om even wat te gaan drinken, want de terrassen zaten vol, zo lente leek het. (Ik zag het later pas, toen ik al thuis was, en vroeg of ze er nog was, daar in de zon, met een drankje.)

Ik liep en liep. Liet mijn denken achter. Luisterde naar liedjes, voelde mijn voetstappen in het gras en de warmte op mijn gezicht. Het was onvermijdelijk;
gedachten die ik stoppen wilde duwden zich toch een weg langs herinnering. Ik keek nogmaals naar de lucht. Een streep tekende zich op het helblauwe. Een lijn naar het noorden, en andere lijnen dwars ertegenin. Zo was tijd. Je ging erin terug, of erin mee. Onze keus.


Geen opmerkingen: