donderdag 28 februari 2008

HOEWEL DE ZON HEERLIJK SCHEEN,

nam ik toch niet plaats in de hoek van de bank, maar aan het gangpad en legde mijn tas met inhoud naast me neer. Er liepen mensen langs me heen die ook een plekje zochten, en terwijl ik het fluitje hoorde en de deuren zich sloten, opende ik met een voldaan gevoel het gratis treinkrantje. Het was een mooie dag.

Schuin tegenover me aan de andere van de stoelenrij, zat een jongenman die voorover boog om zijn tas weg te zetten en opende toen, het leek met een voldaan gevoel, zijn gratis treinkrantje. En hij keek me toen recht aan.

Vlug dook ik in m'n krantje. Stel je voor, zeg! Dat hij dacht dat ik, dat het leek alsof, weet je wel! Nou, niet dus!

Ik sloeg een pagina om en voelde me minder voldaan. Een soort van ongecontroleerde kriebel in mijn benen zorgde ervoor dat ik wilde wiebelen op m'n stoel. Ook was opeens het weiland buiten met een koe of twee erg interessant. En de noodrem ook. Bovendien zag ik een bekraste naam, buitenlands, op de stoel voor me.
Ik sloeg nog een pagina om en hoorde de conducteur in het tussenstuk.

'Goedemiddag, uw bewijs alstublieft.' riep de conductrice terwijl ze 'dank u', 'dank u' mompelde alsof het zo routine was geworden dat ze net zo goed een bandje had kunnen afspelen.
Ik overhandigde mijn voordeelurenpas met een ontzettende beeldige foto van een vrouwspersoon die, toen de foto genomen werd, net ervoor naar de tandarts geweest was en met een lamme wang op de foto moest terwijl er nog zo gezegd was niet te lachen!

Toen ik mijn kaartje terugkreeg keek ik toevallig zijn richting uit. En hij glimlachte. Alsof ik het expres gedaan had! Nou ja! En dat had ik niet!

Toen ik bij mijn eindbestemming gearriveerd was en opstond negeerde ik hem maar. Ik moest iemand niet de indruk geven, dacht ik zo. Bovendien had ik hem ook best toe kunnen fluisteren:

'Ik kijk helemaal niet naar jou. Ja, zo lijkt het wel, maar het is toch anders.'

Geen opmerkingen: