IK HOORDE HET RUISEN,
van de zee middenin de nacht. Op een verlaten strand keek ik de verte in en zag een schim. Een meisje met een zachtgeel jurkje kwam de zee uit gelopen, als in een vertraagde film, met haar haren plat langs haar gezicht. Het water gleed langs haar gezicht, haren en jurk naar beneden. Plotseling was er niets meer aan geluid. Was alles stil en keek ik naar een scene uit een film. Of niet? Ik wist het niet meer. Wilde weg uit het beeld. Werd wakker.
Ik zat rechtop in mijn bed. Bekeek in het donker de vervaagde contouren van een kast en mijn raam. Buiten ritselden bladeren van bomen in tuinen. Hoorde ik het slaan van de uren van de kerkklok en luisterde ik naar mijn gehaaste ademhaling.
Soms had ik spijt van het zien van beelden op televisie. Zeker als de woorden en zinnen nog nagalmden in mijn hoofd, nadat ik mijn overdagkleren omgeruild had voor nachtgoed. Tijdens het poetsen van m'n tanden wilde ik de nare bijsmaak verliezen die de woorden en zinnen in een achteloze uitroep waren gezegd. Dat ik me naar voelde op het moment dat woorden en zinnen zonder gewetenswroeging uitgesproken werden.
Ik ging weer liggen en bekeek het plafond voordat ik in de stilte in de nacht probeerde te denken aan leuke dingen. En weer wilde slapen, ongeacht wat ik gehoord en gezien had op televisie die avond.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten