donderdag 8 februari 2007

HEEEEL LANG:

In de trein met tien minuten vertraging zat zij diep in haar boek. Diep in haar boek over een vrouw met 'enorme memmen', verhoudingen met de buurman en de buurman met de buurvrouw en uit de hand gelopen barbequefeestjes.
Er ging een man schuin tegenover haar zitten maar zij was te verdiept in haar boek. De vrouw bleef maar treuren om het verlies van haar kindje en hij mokte bij de therapiesessies van een zweefteef met vet grijs haar.
Naast haar zaten twee oudere vrouwen te praten over het komende weer.
"Het gaat sneeuwen."
"Ja, vanuit het zuidwesten zegt het krantje."
"Hebben ze nou weer een nieuw krantje?"
De blauwe letters van de Persvoorpagina werd omgeslagen.
"Ja, zie je. Het gaat sneeuwen."
Alsof het een wereldwonder was. Maar het trieste was dat het als een soort van wereldwonder voelde.
Ze pakte haar leren handschoenen en haar fietssleutel en stond op en liep naar het middenstuk. De man schuin tegenover haar was achter haar aan gewandeld. Bleef netjes wachten, maar zij merkte het niet. Ze sloeg een bladzijde om van haar boek.
Toen de trein stopte, en zij haar boek in haar tas stopte, schrok ze zich rot. Er stond een megaman achter haar! Zonder hoofd. Zijn hoofd was verscholen. Geen hoofd te zien!
Hij moest dan ook heel diep buigen wilde hij zijn hoofd niet stoten om naar buiten te gaan.

Geen opmerkingen: