vrijdag 23 februari 2007

OP DE BLAREN ZITTEN:

Ze zat aan een tafel. De tafel was van hout. Dun hout. Ze wachtte. Misschien ook niet. Maar ze droeg een t-shirt en een rok en ze had geen schoenen aan. Haar blote voeten lagen over elkaar heen. Gelakte teennagels. Ze kreeg opeens jeuk aan haar voet. Bij haar hak en hiel. Ze krabde, en voelde een blaar. Een grote blaar zat onder haar voet. Ze krabde het per ongeluk kapot. Er liep serum uit de blaar. Haar andere voet droeg ook een blaar. De camera zoemde uit. Er zat een jonge vrouw aan een tafel. Een houten tafel. Dun hout. Ze droeg een t-shirt en een rok. Blote benen. Blote voeten. Het leek zomer. De tafel stond bij een grasveldje. Ze had haar beide benen over elkaar heen geslagen. Onder haar blote voeten lag een grote plas. Een plas serum. De blaren waren stuk. Vocht was eruit gesijpeld. Het liet een plas achter op de grond. Vlakbij het dorre gras.

Geen opmerkingen: