dinsdag 13 februari 2007

SPROOKJE:

Ze was net de trein uitgestapt. Daarvoor, net voordat de trein met een licht schokje stopte, keek ze in het voorbij glijden van de weg en een spoorboom, naar een oudere vrouw met een tweelingbuggy. Er zat een blond kind in. Daarvoor stond een man met een ruitjesjack met zijn rug naar haar als toeschouwer. Hij had warrig blond haar. Ze kende beiden niet. Toch trok op de een of andere manier dat beeld voor haar ogen en was ze gefascineerd blijven kijken.
Ze liep langzaam de trein uit en ontweek een mevrouw met een blindegeleidestok. En in haar verdere blik spotte ze eerst het blonde kind en erna de oudere vrouw, mooi grijs haar, met heldere blauwe ogen. Ze glimlachte. Voor zij het wist glimlachte ze terug. De vrouw gaf haar op de een of andere manier het idee dat zij haar wel kende. Alsof ze glimlachend knikte, en daarmee zei: Ik ken jou. Het is goed.
De man met blonde haren liep vlak achter haar. En in het voorbij gaan leek ook hij haar ogen te doorboren. Hij leek verbaasd maar glimlachte net als de vrouw. Herkenning tussen mensen die elkaar niet kenden.

Geen opmerkingen: