zondag 29 april 2007

PRIKKENDE NAALD IN HART:

Doen wat goed voelde was soms een sjokkende vooruitgang naar een martelwerktuig. Het gevoel stak als een prikkende naald in haar hart. Maar als iets niet goed voelde moest ze ernaar luisteren. Het negeren van een sluimerend vervelend gevoel voelde nog erger. Dat schuldbewuste, snijdende en fluisterende stemmetje in haar achterhoofd. Dat haar nimmer verlaten zou. Pas als ze het goede gedaan had. De waarheid zou zeggen. Zonder smoesjes.
De smoesjes waren al eens door haar hoofd gegaan. Van m'n kat is dood, de treinen rijden niet, ik heb enorme blaren op m'n voet, naar: ben m'n flipflops kwijtgeraakt en op andere schoenen loop ik niet. Het voelde niet goed.
Ze was sjokkend naar het gekke houten ding gelopen. Ze had haar armen in de gaten gelegd. Haar hoofd in het grotere gat. Het hout stonk.
Ze stond in een vervelende positie. Ze kon amper naar voren kijken. Naar de voorbijgangers die waren blijven staan. Met veinzende glimlachjes en leedvermakende sneren.
Nadat de eerste een tomaat gooide, volgden er meer. En toen ze allemaal uitgegooid waren, hun handen aan hun kleding afveegden, liepen ze weer door. Wurmde zij haar handen en hoofd uit het vieze houten ding en stond met een spierpijn in haar rug op.
Maar de hemel kleurde vrolijk blauw en de vogels zongen. Kon ze gaan.

Geen opmerkingen: