ROODTEENTJE DEEL 1:
Roodteentje ging uit wandelen. In een mooi donker bos. Maar ze droeg teenslippers, dat was niet zo handig, met al die dorre takken en splinters. Maar ze deed erg voorzichtig. Ze had een mandje bij voor oma. Oma was ziek. Oma kon niet naar buiten en bleef in bed, zodoende beviel moeder om Roodteentje te laten lopen.
"En blijf op het rechte pad!" riep ze Roodteentje nog na.
Dus liep Roodteentje langs hoge bomen en hield ze haar mandje stevig vast. Ze was gewaarschuwd voor de Boze Wolf, die soms honger had en Roodteentjes wilde opeten. Roodteentje vond dat ze niet bang hoefde te zijn. Ze bleef immers op het rechte pad.
Maar halverwege zag ze iets bewegen vanachter een boom. Er sloop een behaard beest naar haar toe. Even aarzelde Roodteentje, bleef stilstaan en keek wat er ging gebeuren.
"Dag Rood..teentje." kraakte de Boze Wolf terwijl hij haar malse voetjes bekeek en glimlachte zijn beste glimlach. "Waar ga je naartoe?"
Ze liet met een schuin oog haar blik gaan over de mooie zachte vacht, zijn uitpuilende ogen en gretige blik.
"Ik ga naar oma, koekjes brengen."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten