woensdag 25 april 2007

ROODTEENTJE SLOT:

Er zaten helemaal geen koekjes in het mandje! Voordat ze eruit kon halen wat erin zat stond er een andere Boze Wolf voor haar neus. Ze schrok ervan en deinsde achteruit. "Wie ben jij?" riep ze in paniek uit. Ze rook onbetrouwbaarheid. Een vervelende vieze stank.
"Ik ben... de Lieve Wolf, die jou de weg gaat wijzen via een heel mooi bospad." Hij strekte zijn behaarde poot uit en liet haar zien welk pad hij bedoelde. Het was het mooiste pad dat ze ooit gezien had. Met fleurige bloemen langs de kant. En de zonnestralen leken zich neer te strijken op de platgetrapte takken.
"Maar dat is niet de kortste weg." probeerde Roodteentje nog. Ze hield haar mand goed vast. Opeens spotte ze achter een boom nog een bewegend dier. En aan de andere kant ook. Boze Wolven. Die zich verscholen achter dikke boomstammen.
Ze voelde zich onveilig. Ze wilde alleen maar naar oma koekjes brengen, ook al zaten er geen koekjes in de mand. Ze wilde naar oma, die ziek op bed lag, en een beetje gezelschap verdiende.
De Boze Wolven kwamen nader. Ze slopen als hyena's zo zacht. Met hun nekken vooruit. Hun watertandende monden. Hun uitpuilende ogen die blonken in het schemerige zonlicht.
"Stop! Blijven staan!" riep Roodteentje opeens. Ze hield haar mandje voor zich en keek van links naar rechts. Met een vlotte beweging stopte ze een hand in het mandje. Het rood met witte ruitjes doekje dwarrelde naar de grond.
Terwijl ze haar beide armen vooruit gestrekt voor haar borst hield stopten de Boze Wolven met hun naderende pas. Het werd stil om hen heen.
Roodteentje hield een 9 mm Uzi vast. Ze kraakte haar nek. Van links naar rechts. Schudde haar schouders los. Zette beide voeten op de grond. Wiebelde haar tenen. "Ik zei ..Stoppen!" riep ze uit.
De Boze Wolven stokten in hun adem. Staarden naar de loop van de Uzi. Bliezen nauwelijks hoorbaar hun adem uit. Durfden niet meer te bewegen. Stonden stokstijf.
Maar de Boze Wolven keken elkaar uiteindelijk aan. Dachten, ze meent het vast niet. Zetten hun pas naar voren, waardoor Roodteentje zonder aarzeling het vuur opende, en met een knallende herrie alle Boze Wolven ombracht. Ze vielen als poppetjes op de dorre takken. En het werd stil in het bos.
Ze bekeek het tafereel. Hoe de zonnestralen hun lijven leken te strelen. Ze stopte de Uzi terug in haar mandje. Kraakte haar nek weer. Links. Rechts. En zette haar stappen vooruit op het rechte pad. Soms gebeurden er onverwachte dingen onderweg.

Geen opmerkingen: