woensdag 4 juli 2007

IJSLANDSCHAP:

Terwijl de gordijnen in een zomerse nachtbries heen en weer zwiepten verkeerde zij in een staat van coma. Waarin de zomer winter leek omdat de golven, blauw van kleur, veranderden in helder wit doorzichtig blauwgrijs ijs.

Ze stond aan de ijsrand. In een seconde vloeide het water niet meer in een golvenstroom maar bevroor alles in een lijn van rechts naar links en was alles ineens stil. In het midden van het ijs wenkte hij. Ze kende hem; als in voorbijgaande reeks ontmoetingen waarin beiden een energetische verbinding voelde maar door omstandigheden in het leven niet echt nader tot elkander kwam.

Hij kwam op haar af in een sierlijke draai op schaatsen en stak zijn rechter hand uit. 'Kom' leek hij te zeggen met zijn hoofd schuin en z'n glimlach vol vertrouwen en welgemeend.

Ze nam zijn sterke hand en schoof met hem het ijs op. Ze voelde hoe alles draaide. Hoe alles zo vrij voelde. Met ogen dicht. In een onbewaakt ogenblik, in een dansende draaikolk, kuste hij haar. Voelde ze hoe zijn mond de hare beroerde.

Toen ze opkeek uit haar stille nachtdroom dansten de gordijnen in een ruis van wind. De eens kolkende blauwe golven, die bevroren waren in een ijsbaan, verdwenen. De nacht was nog zo lang.

Geen opmerkingen: