zaterdag 28 juli 2007

SIEBE:

Als een dronkenman waggelde hij over het gras. Rook aan de paardenbloemen en boterbloemen. Zag auto's en fietsers. Keek van links naar rechts.
Het baasje raakte vaak verstrikt in het koord.
"Hela!"
Aan de overkant stonden auto's geparkeerd. Hij bekeek de autodeuren. Raar dat er nog een hond te zien was. Wat vreemd! Hoe kan dat nou?

De buurvrouw kwam een praatje maken. De mevrouw van de kat die bij de andere buuv voor de deur zat. Maar kat vond hond maar niets. Sloeg hem op zijn neus met zijn klauw.

De onderbuurman belde aan.
"Ik hoor een pup."
"Ja, een twee maanden oude pup."
Hij gaf een cadeautje.
"Kom een keer naar beneden, in de tuin, kan ie spelen."

De boxer van het grasveld was te eng. De grote getatoeeerde meneer met gouden ketting en Nikes aan zijn enorme voeten daarintegen niet.
"Wat een droppie!" riep ie ineens met een kleine stem, hurkte op zijn knieen aaide en speelde met hem.
"Hallo! Wat ben jij lief! Ja, wat ben jij lief."

Zelfs de meest stoere, don't-mess-with-me man knielde.

Geen opmerkingen: