Vol.
Ze had het vervloekt; de mensen die uit wraak een one night stand hadden. Gewoon een mensenlijf gebruikten als tijdelijke warmte energie. Behalve als beiden er helemaal achter stonden. Als het besproken was. Maar zij had na een koppelpoging van een collega met een date die middenin de nacht leek te zijn afgelopen, afscheid genomen maar toch nog op de deurbel gedrukt. Omdat zij woede in zich voelde borrelen als een smeulende vulkaan die elk moment op uitbarsten stond. Dat gebeurde er nou als ze herhaaldelijk in de inpalmelarij trapte van de andere sekse.
Ze dacht dat ze het niet kon. Onbekende lijven tegen elkaar, vochtige monden, kneedbaar vlees, rondtollen in het bed, bovenop, onderop, vastgrijpend, duizelingwekkend doordat er teveel wijn gedronken was. Achterover met haar ogen naar het plafond, lichte pijn toen hij in haar kwam doordat ze toch nog gespannen bleek, overgevend aan het gevoel van tijdelijke warmte. Als in een roes. Met een halve vreemdeling. Waarvan zij wist dat blauw zijn lievelingskleur was. Dat spaghetti zijn lievelingsgerecht was. Dat hij teveel werkte. Veel reisde met de auto. Naar Hugo Boss rook.
De volgende morgen, weekend, droge mond en lichte spierpijn, zwaar hoofd, had ze het gevoel zichzelf verloochend te hebben. Anders kon ze het niet verklaren. Wat ze aan lichaam gaf, gaf ze geestelijk. En de grootte van haar hart was nu een gat.
De vreemdeling was aardig en omhelsde haar. Kuste haar gedag toen ze alsnog de voordeur uit liep, de gang uit wandelde met haar fietssleutel in haar hand. Wallen onder haar ogen. Geen lipstick op haar mond. Ze kreeg diezelfde dag een telefoontje. Ze had gedacht dat de one night stand bij een nacht zou blijven. Het werden twee maanden en een beetje.
Gevoel was half te vullen. Als een emmer onder een lekkende kraan. Dat drupte in de stilte in een monotoon geluid. Zoals het geluid de stilte vulde.
Deze tekst is ook te lezen bij schrijversinondergoed.web-log.nl
Geen opmerkingen:
Een reactie posten