donderdag 5 juni 2008

ALTIJD ZO BRAAF, IK ZEURDE NOOIT.

Tien jaar geleden kwam ik bij m'n ouders thuis en opperde iets. Ik opperde niet alleen, ik zeurde erom. Ik zeurde nooit. Zeuren had in mijn ogen nooit geholpen, bovendien voelde dat aan als drammen en je zin doorzetten. Het voelde altijd een beetje egoistisch. Mijn aversie tegen drammers was een feit. Toen al.

Maar het ging om die een-jarige hond. Van de boerderij van een jongetje in mijn remedialteachinggroepje. Daan had moeite met automatiseren en ik maakte elke week tijd vrij om te oefenen. Daan vertelde over Max. Max moest het erf af. Waarom? Ik had geen idee. Hij was al te oud om verkocht te worden. Ofzo.

Ik zeurde. Vertelde over de foto's die ik had gezien. Max was zo'n mooie hond. Lief. En had geen huis meer binnenkort. We moesten Max in huis. Het moest gewoon!

Mijn ouders, beiden nooit opgegroeid met huisdieren, gingen met broer naar Schijndel om een keer te kennismaken. Max rende naar de auto en was waaks. Een roodblonde goldenretriever die zo waaks was als een rotweiler. Mijn ouders slikten een beetje.

Toch kwam Max bij ons. Een geadopteerde boerderijhond die niets gewend was van veel auto's in de straten, vreemde mensen en zoveel vogels. Menige keren kwam ie na een rondje park thuis met een vogel in zijn bek. Soms nam ie een sprintje naar de vijver waar de ganzen en de eenden zwemden. Max was een apart beest. Max mocht nooit of te nimmer los. Broer nam hem weleens mee naar een verlaten terrein en liet hem rennen.

Max nam ons weleens in het ootje. Dan wilde broer 's morgens zijn sokken aantrekken en vond hij er maar een. Dan wist hij al hoe laat het was. Zocht hij de andere sok op de gang of op de overloop. Ook verstopte Max zich weleens stiekem onder het bed. Kwam zijn koppie ineens onder het dekbed vandaan als in een plagende kiekeboe!

Drie weken geleden ging bij mij de deurbel.Een kleine tingeling, een teken dat mijn broer voor de deur stond. Toen ik opendeed zag ik niemand, maar kwam Max opeens om de hoek. Hij zat bij mijn benen en vroeg om pootjes. En nog meer pootjes. Hij speelde hier met zijn eigen speeltjes en deed erna een dutje. Het was de laatste visite van Max bij mij thuis.

Gisterenochtend ben ik zo snel mogelijk naar huis gegaan. Ik had die trein wel een duwtje willen geven. Uitgerekend gisteren wachtte hij langer bij de brug. Ik huilde achter mijn zonnebril. Ik wilde naar Max. Max was zo ziek. Vorige week bij een dierenkliniek in Utrecht nog zo'n positieve uitspraak gehad van de leverarts. Met medicijnen zou hij er bovenop komen. Het werd alleen maar erger. Dinsdagmiddag zat ik naast hem in de gang. Hij had zijn kop naar de hoek van de deur gedraaid. We konden hem niet meer alleen laten. Ik paste op een zieke hond, terwijl mijn moeder snel boodschappen deed.

Het doet veel teveel als je een huilende broer aan de telefoon krijgt. Dat je een crematorium moet bellen omdat we laatste regelingen willen treffen. Dat iedereen ineens met zijn eigen verdrietjes zit. Dat je vader (weer) niet thuis is. Dat je ineens, na een hele middag wachten, een laatste ritje in de auto moet maken met een doodzieke hond om hem daar, in een kleine kamer te zien liggen, op een warm kleed, met een hele lieve dierenarts die precies uitlegt hoe alles zal gaan.

Ik ben naast hem op de grond gaan zitten. Heb hem geaaid. Heel even stond hij op. Ineens. Kwispelde even met zijn staart. Rook nog heel even aan mijn handen. Ging weer liggen, alsof hij hij het ook wel welletjes vond. Hij kreeg zijn eerste injectie.

'Max, bedankt voor alles.
We hebben zoveel plezier met je gehad.
Je mag nu spelen in de hondenhemel.'

Hij kreeg na tien minuten zijn laatste injectie.
We zagen Max gaan.

Geen opmerkingen: