Het stomme ervan is dat het niet opschiet.
Het schiet niet op.
'Het schiet gewoon niet op, K.' zei het stemmetje tegen mezelf.
Vroeger nam ik makkelijker de beslissing mijn biezen te pakken bij een werkplek, na een jaartje of drie, om een nieuwe uitdaging aan te gaan. Ik was nooit een studiewonder, leerde van de praktijk, gevoelsmatig en door observeren. Als het tijd was, ging ik. Ik huilde bij elk afscheid. Zwaaide collega's uit en ging.
'Het schiet niet op,K.' vertelde het stemmetje in m'n hoofd. Het zit zichzelf steeds meer in de weg. Wat wil je nu eigenlijk? Waarin kan je werkelijk uitblinken? Waar ben je écht goed in?
Er was een moment, toen ik de decaan sprak van de mavo, dat ik vertelde dat ik wilde tekenen. Hij regelde een afspraak bij de grafische mts in Boxtel. Ik liet mijn map zien. Men was onder de indruk. Ik kreeg een rondleiding. Iets in mijn buik vertelde me dat ik dit niet ging doen. Melkpakken 'herdesignen' was niets voor mij. Ik moest doen wat ik altijd al had gedaan. Waar mijn hart lag. Kinderen helpen.
Ik loop erop vast. Ik kan niet alle kinderen helpen. Ik kan signaleren, constateren en op onderzoek uit, maar ik ben niet bevoegd om daadwerkelijk een kind verder te helpen. Of niet genoeg. En het frustreert.
Vorige week plande ik een gesprek met mijn leidinggevende. Ik ga uitzoeken wat ik nog meer kan en wil. Ik krijg op projectmatige basis wat andere taken toegeschoven. Een nieuwe groep inrichten bijvoorbeeld. Wat meer kantoorwerk. Voor de afwisseling. Proeven wat ik wil en kan. Op een andere manier bezig zijn met creativiteit.
Ik ben een resultaatgericht mens. Dat is waar ik achter ben gekomen. En in plaats van vechten tegen de molens, zet ik de molens even stil om te zien welke richting ik op wil.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten