donderdag 26 juni 2008

Verbindingen.

Bij de één is de verbinding moeizaam. De trein van A naar B is wel te bereiken maar via een omweg, of het duurt langer voordat je er bent. Bij de ander is de verbinding makkelijk, zonder obstakels, maar misschien daarom ook wel zonder pieken. Uitdaging.

Laatst was er een verbinding gelegd en was de verbinding vlekkeloos maar voelde de ene verbinding anders op de heenweg dan op de terugweg. En wat doe je dan met 'anders'? Later viel die verbinding zelfs even weg, omdat door contact de schakeling tussen A naar B anders bleek.

En ik heb weleens meegemaakt dat in een telefoonverbinding degene aan de andere kant van de lijn de hoorn erop gooide. Verbinding verbroken. En dan vroeg ik mezelf af of dat ooit nog goed zou komen? De tijd zou dat leren.

Afgelopen dinsdag wachtte ik op de trein naar huis, kwam de trein, stond stil en liet mensen uit, en het jongetje voor mij wilde instappen maar de conducteur floot al en de deuren vielen dicht. Het jongetje zat ertussen. Zijn moeder reageerde heel instinctief door aan de deuren te trekken. En luidkeels te roepen. Uiteindelijk gingen de deuren weer open maar wederom floot de conducteur en de trein reed zonder ons weg.

Trein gemist. Een uitgestelde verbinding.

Soms komen mensen op je pad die je van A naar B brengen. Omdat je erom vraagt, of omdat zij weten wat je wilt. Volgens mij zit het hele leven zo in elkaar. Verbindingen die gelegd worden tussen A en B. Vaak zijn mensen zo gehaast dat de verbinding niet of nauwelijks gezien wordt, maar vaak bemerk je toch dat het zo is.

Of niet?

Geen opmerkingen: