Vorige week, toen uit Max het leven wegblies, als in een zuchtende berusting; alle pijn verdreven en de herinnering voorbij, sprak ik iemand over de dood. Dat er bij mij thuis, in de halkast, een wilsbeschikking ligt. Omdat. Daarom.
Sommige mensen kunnen er niet over denken. Ik zie het als een wezenlijk onderdeel van mijn bestaan. Dood hoort net zo bij het leven als het leven bij de dood. Waar een man of vrouw dood gaat, wordt ergens anders een baby geboren.
Het liefst spreek ik met kinderen erover. Want dan mag je woorden als 'dood' gewoon noemen. Dood is heel veel dood, maar uit herinnering leef je.
Er staat een dik boek in mijn boekenkast, van mijn lievelingsdichteres Christina Rossetti. In dat boek staat een mooi gedicht over de dood. In mijn wilsbeschikking staat dit gedicht genoemd. En verder staat erin dat ik liever niet wil dat ze in het zwart gekleed gaan. Ze mogen ook geen koffie en cake.
'Laat ze maar BBQ-en!' riep ik in het telefoongesprek uit.
Remember me when I am gone away,
Gone far away into the silent land;
When you can no more hold me by the hand,
Nor I half turn to go, yet turning stay.
Remember me when no more day by day
You tell me of our future that you plann'd:
Only remember me; you understand
It will be late to counsel then or pray.
Yet if you should forget me for a while
And afterwards remember, do not grieve:
For if the darkness and corruption leave
A vestige of the thoughts that once I had,
Better by far you should forget and smile
Than that you should remember and be sad.
Het liefst wens ik een feestje. Een feestje dat ik geleefd heb. Met heel veel hobbels en soms wat dalen maar zeker ook met zoveel franje en heel veel plezier. En ondertussen probeer ik elke dag te leven. Het kan morgen zomaar over zijn. (In hoeverre je over over noemt. Maar dat is een andere WoW.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten