In de eerste klas werkten we met letterdozen. Dat waren bruine langwerpige dozen met piepkleine vakjes waarin letters zaten. Met die letters kon je op een bord woorden maken. Boom, roos en vis.
Als je wel of niet per ongeluk een letterdoos omstootte werd je verzocht om half twaalf na te blijven om die hele letterdoos opnieuw te vullen. Dat was een vervelend en tijdrovend klusje. Vooral als je de letterdoos per ongeluk had omgestoten voelde het enorm vervelend. Het allervervelendst was als je buurman die rechts was naast je zat en de letterdoos met zijn ellenboog omstootte.
Paul stootte op een ochtend mijn letterdoos om. Er dwarrelden piepkleine lettertjes naar de marmoleumvloer. Er vormden zich rare woorden op de grond. Paul was degene die me liet nablijven. Dat voelde enorm vervelend. En onterecht.
Dus nam ik de benen. En liep, terwijl de klaarovers al naar huis waren, zo de grote weg over naar huis. Toen ik thuis kwam vroeg mama waarom ik zo laat was. Ik vertelde over de letterdoos en dat Paul hem had omgeduwd en ik moest nablijven om op te ruimen. De telefoon ging. Of de jongedame thuis was. Van mama moest ik mijn excuses aanbieden aan Juf Monique. Zij was zo bezorgd geweest dat ik 'm gesmeerd was. Helemaal de straat over en zo. Het voelde alsof ik loog toen ik hakkelend 'sorry' zei.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten