dinsdag 3 februari 2009

Kijk om, en loop weer door. deel 9.

Geluiden waren toen misschien al meer en meer als vlijmscherpe messen die langs elkaar geschaafd werden. Het reikte mijn oren en baande zich een weg langs trommelvlies, ovaal venster en buis van Eustachius. Ik kon het rinkelen van kopjes horen in de wasbak. Het gieren van de wind beneden in de donkere gang. Het gekuch van papa die 's nachts het toilet doortrok.

Bij opa en oma bleef ik soms logeren. Dan lag ik alleen in de kleine logeerkamer en hoorde ik het tikken van een uiteinde van een tak tegen het raam. De deur stond open en ik keek vanonder het randje van mijn dikke deken naar de gang. Er heerste een zekere angst die ik niet kon verklaren. De nacht was sowieso als een wazige schim die nauwelijks te doorgronden was.

Bij opa en oma mocht ik om acht uur 's avonds niet praten. Dan briesten ze: SSHT! als ik toch graag iets vertellen wilde. Het journaal was belangrijk. De ellende van de wereld bleek een vorm van vermaak. Alsof zij sinds de tweede wereld oorlog niets meer wilden missen van al het nieuws. Er lagen pakken koffie in de kast, de aardappels aten we zonder zout en al het opgeschepte eten moest op. Zelfs het allerlaatste beetje jus werd van het bord geschraapt. Een gulden was een daalder waard. Elke reclame aanbieding werd uitgeplozen en het goedkoopste werd gekocht. In drievoud.

Er klonk klassieke muziek uit de brede radio op zondagochtend. Er was gekraak van de Volkskrant. Er was gerinkel van kopjes en het dichtdoen van een deur van het dressoir. Als ik een weekend bleef logeren begon ik vaak rond acht uur te huilen. Dikke tranen vloeiden langs mijn wangen naar beneden. Ik wilde weer naar huis.

Geen opmerkingen: