Opstaan, werken, beppen, koffie leuten, werken, bellen, fietsen, treinen, (uit)eten, werken, beppen, slapen, treinen, bankhangen, werken, etc,

en tijdens het douchen, waarbij mijn gedachten via de twee kruinen op mijn hoofd naar beneden vloeiden, bedacht ik me dat mijn thuisgevoel zwevende was. Dat ik voelde vanbinnen dat het ene thuisgevoel aan het afsterven was en het andere thuisgevoel nog moest groeien. Dat ik niet meer wist waar nu mijn echte thuis was. Ik voelde me er namelijk allebei wel oke. Het was alleen niet (meer) hetzelfde. Als vroeger.
Toen ik nog alleen.
Toen ik nog niet hoefde.
Toen alles hetzelfde was.
Mijn spullen staan her en der. Mijn spullen met waarde, hoe groot of klein dan ook, gaan mee of niet. Ik moet keuzes maken. Ik berg op, gooi weg of laat. Mijn gedachte dwaalt af bij elke foto, object of ding naar oude herinneringen. Ik was hier meer dan twaalf jaar. Ik begon hier volwassen te worden. Ik kocht mijn eigen spullen. Ik huilde mezelf hier door een lekkage heen. Ik zwoegde hier, ik had hier liefdesverdriet, ik danste hier en zong. Ik zit hier in de muren. Ik ademde hier.
Er zitten herinneringen in mijn bank. Ik sliep er soms op. Als ik niet meer in mijn slaapkamer wilde, soms om redenen die onveilig aanvoelden. Ik was er ziek, ik kletste met vriendinnen op die bank. Ik jankte op die bank bij het zien van een zielige scene op televisie. Ik legde weleens mijn kin op mijn handen op de leuning van de bank en staarde naar buiten.
Mijn thuis wordt een bestaand thuis maar ik moet erin groeien. Ik draaide gisteren de kraan dicht en wikkelde mezelf in een handdoek. Soms geeft de badkamer de beste antwoorden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten