5. tijd
een belangrijk structuurelement bij epiek, waarin niet alleen een chronologisch tijdsverloop voorkomt, maar waarin volop met tijd 'gespeeld' kan worden. Prospectie en retrospectie, flashbacks en flashforwards alsook tempowisselingen behoren tot de mogelijkheden die de auteur in dit spel ten dienste staan.
'Jij zegt vaak dat jij de tijd zo snel vindt gaan.' constateerde P (6 jr.)
'Ik vind dat de tijd heel langzaam gaat!'
'Ik denk wel dat ik weet hoe dat komt.' legde ik uit.
'Hoe komt dat dan?' vroeg ze weer.
'Als je ouder wordt lijkt het net alsof tijd sneller gaat.'
'Hoe kan dat dan?'
een belangrijk structuurelement bij epiek, waarin niet alleen een chronologisch tijdsverloop voorkomt, maar waarin volop met tijd 'gespeeld' kan worden. Prospectie en retrospectie, flashbacks en flashforwards alsook tempowisselingen behoren tot de mogelijkheden die de auteur in dit spel ten dienste staan.
'Jij zegt vaak dat jij de tijd zo snel vindt gaan.' constateerde P (6 jr.)
'Ik vind dat de tijd heel langzaam gaat!'
'Ik denk wel dat ik weet hoe dat komt.' legde ik uit.
'Hoe komt dat dan?' vroeg ze weer.
'Als je ouder wordt lijkt het net alsof tijd sneller gaat.'
'Hoe kan dat dan?'
Ik haalde mijn schouders op.
'Ik ben ook zes geweest. Toen ik zes was, of ietsje ouder, wilde ik dat de tijd sneller ging. Als je ouder bent vliegt de week voorbij.'

Het is ergens maar vreemd hoe tijd werkt. Hoe kan het zo zijn dat tijd ook een soort van perceptie is?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten