dinsdag 17 maart 2009

Kijk om, en loop weer door. deel 15. De Fonkel.

Misschien was het de fascinatie van de onbekende grootmoeder. Het mysterieuze verhaal en de antwoorden die ergens in het wijdse lagen. Ik romantiseerde mijn onbekende oma, wilde haar vastleggen; niet(laten) vergeten.

Adriana was hoedenmaakster. Ze werkte in een atelier. Als ik mijn ogen sloot zag ik haar in de jaren dertig, toen ze begin twintig was, op haar pumps en tot-de-knie-rok naar het winkeltje lopen, om de deur achter zich te sluiten, haar jas op te hangen aan een houten kapstok, en om haar handtas op de tafel te leggen naast het standaard, om haar dag te beginnen.

Ik was zestien, denk ik, toen ik een foto kreeg van haar inmiddels bejaarde zus. Een foto, zwart wit en heel klein, van twee meisjes voor de oorlog, die samen in de lens van de camera keken met op de achtergrond een meer met treurwilgen. Ik nam die foto mee naar de Fonkel.

'Ik wil een medaillon.'

Ik wilde een medaillon om haar foto in te stoppen en bij me te dragen. Om niet te (laten) vergeten.

De vrouw achter de kassa fronste even haar wenkbrauwen en schudde haar hoofd. Het winkeltje in een achteraf straatje had sieraden in de etalage liggen van edelstenen, metaal en smeedijzer.

'Ik geloof niet dat we...-' begon zij.
En ineens draaide ze zich abrupt om en verdween naar de achterdeur. Toen ze terugkwam legde ze een rechthoekig zilveren bedeltje op de glazen tafel.

polaroid.


'Hij is eigenlijk niet te koop. Maar je mag het medaillon meenemen.'

Geen opmerkingen: